Alle soortenZangvogelsRietzangers › Griekse spotvogel

Griekse spotvogel | Hippolais olivetorum

Olive-tree warbler | Zarcero grande

De grootste spotvogel van het werelddeel en veruit de zwaarste van snavel: een vaalgrijze vogel, bijna zo fors als een grote karekiet, die in de oude olijfgaarden van Griekenland en West-Turkije een trage, rauwe strofe uitstoot. Hij zingt hoog in de kroon en laat zich zelden zien, dus wie hem wil vinden gaat op het geluid af.

Griekse spotvogel (Hippolais olivetorum)
Foto: Derek Keats — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een trage, diepe, schurende reeks korte strofen, alsof een grote karekiet op halve snelheid zingt: een krassend tsjrek-tsjrek, dan een sonoor koetsjoek, dan een pauze. Het geluid draagt ver over de gaard en heeft niets van de gehaaste mengelmoes van de spotvogel: geen imitaties, geen nasaal de-de-roid, geen tempo. De roep is een zacht maar volumineus tok, vaak herhaald. Zang van begin mei tot half juli, het felst in het eerste uur na zonsopgang.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Groot, langgerekt en vaalgrijs, met een opvallend lange en brede snavel waarvan de ondersnavel tot in de punt oranjegeel is. Boven grijsbruin met een olijfgroene waas over stuit en staartdekveren, onder vuilwit met een grijze aanslag op borst en flanken. Rond het oog staat een dunne witte ring, de teugel is bleek, waardoor het gezicht open oogt. Op de armpennen ligt een bleek vleugelpaneel, de handpenprojectie is lang. De staart is lang, recht afgesneden en donkergrijs, met witte zomen aan de buitenste pennen; de poten zijn zwaar en blauwgrijs. Geslachten gelijk.

Verwarrings­soorten

Naast de spotvogel en de orpheusspotvogel oogt hij log: een kwart groter, zonder enig geel op de onderdelen, met een vlakke spitse kop en een snavel die bijna spreeuwachtig zwaar is. De grote karekiet is nog forser, maar warm roodbruin, met een duidelijke wenkbrauwstreep en een afgeronde staart. De oostelijke vale spotvogel deelt het grijze verenkleed maar is een derde kleiner, veel fijner van snavel, en tikt onophoudelijk met de staart naar beneden — iets wat de Griekse spotvogel niet doet.

Leefgebied

Oude, hoogopgaande olijfgaarden met gras of kruiden eronder, open eikenbos op hellingen, amandel- en fruitgaarden en de overgang van gaard naar macchia. Hij heeft grote bomen nodig om in te zingen en te foerageren en mijdt zowel gesloten bos als kaal, boomloos land. Meestal in het laagland, tot ongeveer achthonderd meter hoogte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van de zuidelijke Balkan en het oostelijke Middellandse Zeegebied: Griekenland met de Ionische en Egeïsche eilanden, Albanië, Noord-Macedonië, Zuid-Bulgarije, West- en Zuid-Turkije, Syrië, Libanon en Israël. Daarbuiten is hij een grote zeldzaamheid; uit Nederland zijn geen aanvaarde gevallen bekend. Overwintert in oostelijk en zuidelijk Afrika, van Kenia tot in Zuid-Afrika, en is dus het halve jaar buiten het kaartgebied.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Half mei tot half juni, het eerste uur na zonsopgang, in een oude olijfgaard op Lesbos, in de Peloponnesos of langs de Turkse westkust. Ga op de trage, rauwe strofe af en zoek pas daarna hoog in de kroon: een grote vaalgrijze vogel met een lange snavel, meestal onbeweeglijk tussen het blad. Halverwege de ochtend valt hij stil en is hij vrijwel onvindbaar.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar de Europese stand loopt terug en de soort hangt aan een landschap dat snel verandert. Het rooien van oude olijfbomen voor intensieve, laag gehouden aanplant kost hem zangposten en nestbomen, en verlaten gaarden groeien dicht tot ondoordringbaar struweel. Waar oude gaarden met een open kruidlaag in gebruik blijven, houdt hij stand.