Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Havikarend
Havikarend | Aquila fasciata
Bonelli's eagle | Águila perdicera
De havikarend is de snelste jager onder de Europese arenden: een middelgrote, langstaartige roofvogel die laag langs rotswanden schiet en patrijzen, duiven en konijnen in volle vlucht slaat. Spanje herbergt ongeveer twee derde van de Europese broedparen; buiten Iberië is de soort overal schaars en plaatselijk.
Geluid
Bij de horst een blaffend, hoog kjoe-kjoe-kjoe in korte reeksen, en bij opwinding een schorre, nasale kèh die ver draagt langs de rotswand. Het paar roept vooral tijdens de baltsvluchten van half januari tot maart en zodra een andere roofvogel boven het territorium verschijnt; buiten de broedtijd is de soort vrijwel zwijgzaam. Bedelende jongen laten in juni en juli een aanhoudend, klagend psieeuw horen.
Opname: Bubulcus — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Duidelijk groter dan een buizerd en forser dan een havik: met een spanwijdte van 143 tot 180 centimeter overtreft hij de buizerd (110–133) met de helft, en een vrouwtje van bijna drie kilo weegt het dubbele van een havikvrouw. Zweeft op vlakke, tamelijk lange en rechte vleugels, niet in de ondiepe V van buizerd en steenarend, en glijdt met de handpennen licht naar achteren gebogen. De adulte vogel is van onderen wit met fijne donkere lengtestreping, waarbij de donkere ondervleugeldekveren als een zwarte band over de vleugel lopen; van boven donkerbruin met een opvallende witte tot vaalwitte rugvlek tussen de schouders, bij goed licht al op grote afstand te zien. De staart is lang — ongeveer zo lang als de vleugel breed is — bleekgrijs met fijne banden en met één brede zwarte eindband. De juveniel oogt heel anders: van onderen warm roodbruin tot okergeel en vrijwel ongestreept, met een lichte handbasis, een donkere achterrand aan de vleugel en nog zonder brede staarteindband en zonder witte rugvlek.
Verwarringssoorten
De eerste zeef is de maat: in spanwijdte is de havikarend anderhalf keer een buizerd en beduidend groter dan een havik. Steenarend is nog een stuk groter, zweeft in een duidelijke ondiepe V en is als adult donkerbruin met goudgele nek, zonder witte onderdelen; de jonge steenarend heeft scherp afgetekende witte vlekken in de handbasis en een witte staartbasis met brede zwarte eindband, terwijl bij de havikarend de staartbasis grijs blijft en alleen de eindband zwart is. Buizerd is veel kleiner en compacter met een korte, brede staart, donkere polsvlekken en een lichte U-vormige band over de borst. Havik is een bosvogel met een kop die duidelijk voor de vleugelvoorrand uitsteekt, een brede staartbasis en afgeronde staarthoeken, en vliegt in reeksen van drie tot vijf stevige slagen met een lange glijvlucht. Het lastigst is de juveniel: de roodbruine onderdelen doen aan de lichte vorm van de dwergarend denken, maar die is veel kleiner, heeft witte koplampjes op de vleugelboeg en een vierkant staarteinde; en aan een zwarte wouw, die slanker en losser vliegt, egaler donker is en een duidelijk gevorkte staart heeft.
Leefgebied
Warme, rotsige heuvel- en berglandschappen tot ongeveer 1500 meter: kalksteenwanden en rotskliffen voor de horst, met daaromheen maquis, garrigue, steeneikenbos, dehesa en droge graslanden om te jagen. Het menu bestaat vooral uit konijnen, patrijzen, duiven, kraaiachtigen en af en toe een egel of hagedis, meestal gegrepen in een lage, snelle aanval vlak boven de struiken. Jonge vogels brengen hun eerste jaren door in open, prooirijke laaglandgebieden — akkers, steppen en brede rivierdalen — vaak tientallen kilometers van elk rotsmassief.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van het Middellandse Zeegebied: Iberië met verreweg de meeste paren, verder Zuid-Frankrijk, delen van Italië, Sicilië, Sardinië, de Balkan, Griekenland, Turkije en het Midden-Oosten, plus Noordwest-Afrika. Daarbuiten broedt hij door tot India, Zuid-China en de Kleine Soenda-eilanden, zodat het areaal ver buiten het kaartgebied reikt. Standvogel, met alleen zwervende onvolwassen vogels; in Nederland is hij een uitzonderlijke verschijning waarbij zelden vaststaat of het om een wilde vogel gaat, want de soort wordt ook in de valkerij gehouden.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Half januari tot maart, in het eerste uur na zonsopgang, wanneer de paren boven hun rotswand baltsen: kies een uitkijkpunt tegenover een grote kalksteenwand, bijvoorbeeld bij El Chorro in Málaga, in de Sierra de Grazalema of in Els Ports in Catalonië. Scan daarbij niet alleen de lucht maar ook de wand zelf, want jagende vogels schieten vlak boven de struiken langs en zijn dan maar enkele seconden in beeld. In de winter loont het de open akkergebieden af te zoeken waar onvolwassen vogels rondhangen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar in Europa met ongeveer duizend paren een van de schaarsere roofvogels, en in Spanje sinds de jaren zeventig sterk teruggelopen. Elektrocutie op middenspanningsmasten is de belangrijkste doodsoorzaak van jonge vogels, gevolgd door illegaal afschot en vergiftiging rond jachtterreinen. Daarbij komt het verlies van jachtgebied: de ineenstorting van de konijnenstand door myxomatose en virale konijnenziekte, het dichtgroeien van verlaten akkers, en verstoring van horsten door klimmers, drones en windparkaanleg. Het isoleren van gevaarlijke masten heeft in Andalusië en Catalonië meetbaar geholpen. De soort stond lang als Hieraaetus fasciatus te boek en wordt sinds 2014 in het geslacht Aquila geplaatst.




