Alle soorten › Pelikaanachtigen › Ibissen en lepelaars › Heremietibis
Heremietibis
Geronticus eremita | Northern bald ibis | Ibis eremita
Een zwarte, metaalglanzende ibis met een kale rode kop en een verwaaide nekkraag, die niet in het moeras maar op een rotswand broedt. Hij verdween rond 1600 uit de Alpen en werd in de twintigste eeuw een van de zeldzaamste vogels ter wereld; elke heremietibis die je nu in Europa ziet, is het resultaat van een herintroductieproject.
Geluid
Bij de kolonie een schor, keelachtig chroep of hroemp en een hoger, hees hjoh, vaak in begroeting bij de nestwissel en met knikkende kop en gespreide kraag. Buiten de kolonie is de soort vrijwel zwijgzaam; foeragerende groepen zijn stil. Het geluid draagt niet ver — een broedwand verraadt zich eerder door de witte poepstrepen en het gefladder dan door het geluid.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Middelgrote, gedrongen ibis met een korte staart en lange poten. Op afstand egaal zwart, van dichtbij met een sterke groene, bronzen en purperen glans over mantel en vleugeldekveren. Kop en voorhals zijn onbevederd: dof karmijnrood op gezicht en keel, leigrijs op de kruin, met een oranjerood oog. Op het achterhoofd staan lange, smalle veren die als een verwaaide kraag over de nek hangen — het kenmerk waaraan de soort in elke houding te herkennen is. De lange, sikkelvormige snavel en de poten zijn rood. In vlucht: brede, aan het uiteinde rechthoekige vleugels, gestrekte hals, korte staart en snelle, tamelijk ondiepe slagen afgewisseld met korte glijstukken. Jonge vogels hebben een grijsbevederde kop, een fletsere snavel en nog nauwelijks kraag.
Verwarringssoorten
De zwarte ibis is de enige echte verwarringssoort en verschilt op elk punt. Die is duidelijk slanker en veel langpotiger, in broedkleed diep kastanjebruin met groene glans op vleugel en rug in plaats van egaal zwart, en heeft een bevederde kop met alleen een smalle kale streep en een witte omranding rond de snavelbasis, zonder kraag. In vlucht is het verschil in pootlengte beslissend: bij de zwarte ibis steekt het hele onderbeen ver voorbij de staart, bij de heremietibis reiken de tenen er nauwelijks overheen, waardoor hij korter en compacter oogt. Een groep op grote afstand kan aan zwarte kraaien of zelfs zwarte ooievaars doen denken, tot de lange kromme snavel in beeld komt.
Leefgebied
Steile rotswanden met brede richels, nissen en overhangen — zeekliffen zowel als binnenlandse rotsranden — in de directe nabijheid van open, kortgrazig of stenig terrein. Foerageert lopend en sonderend in droge steppe, extensief beweid grasland, braakland, stoppelvelden en op zandvlaktes langs de kust, waar hij met de kromme snavel naar kevers, sprinkhanen, larven, hagedissen en wormen prikt. Anders dan de meeste ibissen heeft hij geen water nodig; droogte en het verdwijnen van extensieve beweiding zijn juist zijn grootste probleem.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
De enige onafgebroken wilde populatie zit aan de Atlantische kust van Marokko, in en rond Nationaal Park Souss-Massa en bij Tamri, en telt ruim zevenhonderd vogels. In Europa zijn er twee brandpunten, beide herintroducties: de standvogelkolonies in de provincie Cádiz — La Barca de Vejer, Castilnovo en San Ambrosio — die sinds 2004 zijn opgebouwd, en de trekkende Alpenpopulatie van het Waldrappteam, met broedplaatsen in Oostenrijk en Zuid-Duitsland en overwintering in Toscane, sinds enkele jaren omgebogen richting Spanje. In Turkije bestaat bij Birecik aan de Eufraat nog een half-wilde kolonie die buiten het broedseizoen in gevangenschap wordt gehouden. Historisch broedde de soort van Marokko en Spanje door de Alpen en de Balkan tot Syrië.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
In Andalusië is de kolonie op de rotswand bij La Barca de Vejer (Cádiz) veruit het makkelijkst: kijk vanaf de overkant van de rivier omhoog naar de richels en tel de kraagkoppen; in het voorjaar zijn de vogels de hele dag actief en vliegen ze laag over de weg. Buiten de broedtijd foerageren ze in groepjes op de omliggende weilanden en stoppelvelden, waar ze op afstand op zwarte kraaien lijken tot je de snavel ziet. In Marokko is de kustvlakte bij Tamri, ten noorden van Agadir, het klassieke adres, het best in de vroege ochtend. Vrijwel alle Europese vogels dragen kleurringen en vaak een zender — noteer de codes, ze zijn voor de projecten waardevol.
Staat van instandhouding
IUCN: Endangered (bedreigd). In 2018 werd de soort van Critically Endangered teruggezet naar Endangered nadat de Marokkaanse populatie zich in twee decennia meer dan verdrievoudigd had; daarvoor gold hij als een van de zeldzaamste vogels ter wereld. Dat je hem nu in Europa kunt zien, is volledig het werk van herintroductie. Proyecto Eremita brengt sinds 2004 in Cádiz in gevangenschap gekweekte jongen groot en laat ze uitvliegen; in 2008 broedde er na ruim vijf eeuwen weer een paar in het wild op Spaanse bodem, en de laatste jaren worden er ruim vijftig jongen per seizoen geringd — de kolonie is standvogel en nadert zelfredzaamheid. Het Waldrappteam leert sinds 2004 handopgekweekte jongen met een ultralicht vliegtuig de trekroute over de Alpen; die vogels broeden inmiddels zelf, maar de opwarming van het klimaat maakt de najaarsoversteek van de Alpen zo lastig dat de route naar het zuidwesten is verlegd. Kwetsbaar blijft het: illegale jacht op de trekroute, aanvaringen met hoogspanningsleidingen, verlies van foerageergebied door intensivering en droogte, en een smalle genetische basis.




