Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › IJslandse brilduiker

IJslandse brilduiker

Bucephala islandica | Barrow's goldeneye | Porrón islándico

De enige eend die in Europa alleen op IJsland zit, en dan nog vrijwel alleen rond één meer. Aan de Mývatn en de Laxá zwemt hij in juni tussen de wilde eenden en de toppers alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Voor wie de gewone brilduiker kent, is het een oefening in kleine verschillen die samen een heel andere vogel maken.

IJslandse brilduiker (Bucephala islandica)
Foto: Ólafur Larsen — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Baltsende mannetjes maken een zacht, kikkerachtig ka-KAA terwijl ze de kop over de rug leggen, met daarbij een hoorbaar geruis van de vleugels; vrouwtjes geven een laag, grommend gèk-gèk. De baltsdrukte piekt in mei en juni op de Mývatn en gaat gepaard met veel achtervolgingen en spatten.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Het mannetje is zwart-wit met een paarsglanzende kop, een steil oplopend voorhoofd en een uitpuilende, naar achteren overhangende kruin; de gele iris springt eruit. Op de wang staat een grote witte vlek in de vorm van een sikkel of maansikkel, met de punten omhoog. Over de zwarte bovendelen loopt een rij losse witte blokjes langs de schouder, waarboven een zwarte streep de witte flank van de borst afsnijdt. Het vrouwtje is grijs met een chocoladebruine kop, een witte halsband en in IJsland vrijwel altijd een geheel oranjegele snavel. Vliegend tonen beide geslachten een wit vleugelveld dat door zwarte lijnen in blokken is verdeeld.

Verwarrings­soorten

De gewone brilduiker is de enige serieuze verwarringssoort en het loont om alle kenmerken te stapelen. Kopvorm: bij de IJslandse brilduiker is de kop hoog en aan de achterzijde afgeplat, met de hoogste punt vóór het oog en een overhangende nek, bij de gewone brilduiker driehoekig met de piek boven of achter het oog. Wangvlek: sikkelvormig en spits omhoog lopend bij islandica, rond tot ovaal bij clangula. Snavel: bij het mannetje van de IJslandse brilduiker korter en dieper en oogt de kop daardoor stomper; bij het vrouwtje is de snavel in IJsland geheel oranjegeel, bij de gewone brilduiker meestal donker met alleen een gele band bij de punt. Vleugelpatroon: het witte veld van de IJslandse brilduiker is door zwarte dwarslijnen in losse blokjes verdeeld, dat van de gewone brilduiker vormt een groot aaneengesloten wit vlak. Schouder: een rij afzonderlijke witte vlekken tegenover een grote witte ovaal. Vrouwtjes buiten IJsland moeten met de grootste terughoudendheid worden benoemd, want de snavelkleur van de gewone brilduiker varieert.

Leefgebied

Ondiepe, voedselrijke meren en snelstromende, ijsvrije rivieren op lavabodem, waar de vogels duiken op muggenlarven, kreeftachtigen en slakjes. In de winter verplaatsen ze zich naar het open water van de Laxá en naar beschutte kustbaaien en riviermondingen. Nesten zitten in holten in lavaspleten, tussen rotsen en in gebouwen, want de IJslandse berken zijn te klein voor holenbomen; de vogel zelf blijft altijd op het water te vinden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt in westelijk Noord-Amerika, in het oosten van Canada en in IJsland. De IJslandse populatie is de enige in Europa, telt maar enkele duizenden vogels en zit vrijwel volledig in het noordoosten, rond de Mývatn en langs de Laxá. Elders in Europa is de soort een grote zeldzaamheid en zijn de weinige meldingen zwaar belast met de vraag naar ontsnapte vogels. Nederland en Spanje kennen geen aanvaarde gevallen.

  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in mei of juni naar de Mývatn en loop de noordoever bij Reykjahlíð en de bovenloop van de Laxá af. In de vroege ochtend baltsen de mannetjes op de luwe stukken en is de kopvorm het best te zien; scan met de telescoop en vergelijk elke vogel met de gewone brilduikers die er ook zwemmen. Let bij het opvliegen op de zwarte lijnen die het witte vleugelveld in blokjes hakken.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar de IJslandse populatie is klein, geïsoleerd en staat op de nationale rode lijst. De knelpunten liggen allemaal bij de Mývatn: schommelingen in de dansmuggen waarvan de vogels leven, winning van kiezelgoer en waterpeilbeheer in het verleden, predatie van nesten en jongen door de ingevoerde Amerikaanse nerts, en toenemende recreatiedruk op de oevers. Bescherming van het meer en zijn afvoer is voor deze eend het hele verhaal.