Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Kaukasisch korhoen
Kaukasisch korhoen
Lyrurus mlokosiewiczi | Caucasian grouse | Gallo lira caucásico
Een endemisch hoen van de Kaukasus, gebonden aan de smalle strook tussen de bovenste berken en de alpiene weiden. De balts is bijna geluidloos: geen gekoer zoals bij het korhoen, maar sprongen waarbij de haan zichzelf met de vleugels de lucht in klapt.
Geluid
De stilste balts van alle Europese hoenders. De haan zwijgt vrijwel; wat je hoort is mechanisch geluid: een dun fluitend suizen van de slagpennen wanneer hij een halve meter recht omhoog springt, zich in de lucht omdraait en daarbij kort de witte onderzijde van de vleugel laat oplichten. Daaromheen wat zacht gemompel en een geblaas dat op tien meter al verloren gaat. De hen geeft een kakelend kok-kok-kok bij onraad. Vijf tot een dozijn hanen verzamelen zich op zuidhellingen, uitzonderlijk tot dertig, van eind april tot in juni, in het eerste licht en opnieuw in de avondschemer.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
De haan is dof zwart zonder blauwe glans, met een kleine rode wenkbrauwroos, een lange en diep gevorkte staart waarvan de punten naar beneden en naar binnen krommen, en een klein wit vlekje op de vleugelbocht dat pas bij het opvliegen zichtbaar wordt. Witte onderstaartdekveren en een witte vleugelstreep ontbreken volledig. De hen is grijsbruin met fijne, dichte donkere vermiculatie, kleiner en kouder van tint dan een korhen, en heeft een korte gevorkte staart. Hennen meten 37 tot 42 centimeter, hanen 50 tot 55.
Verwarringssoorten
Het gewone korhoen is de enige echte verwarringssoort, maar de arealen raken elkaar niet: Lyrurus tetrix ontbreekt in de Kaukasus. Op foto's zijn ze wel door elkaar te halen. De korhaan is blauwzwart glanzend, heeft opvallend witte onderstaartdekveren, een brede witte vleugelstreep en een lierstaart waarvan de punten naar buiten krullen; de kaukasische haan is matzwart, mist beide witte kenmerken en draagt zijn langere staartpunten omlaag. Bij de hennen schelen vooral formaat en tekening: de kaukasische hen is duidelijk kleiner en fijner gevermiculeerd, de korhen groter met grovere dwarsbanden en een witte vleugelstreep.
Leefgebied
De overgangszone rond de boomgrens tussen ongeveer 1500 en 3000 meter: subalpiene en alpiene weiden doorspekt met lage rododendron, jeneverbes en wilde roos, met daaronder kromme berken en de bovenrand van het loofbos. De hanen baltsen op korte, met kruiden begroeide hellingen, de hennen broeden in het struweel. In de winter zakken de vogels tot rond de 1500 meter en soms lager, waar berkenknoppen en jeneverbessen het menu vormen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Endemisch in de Kaukasus. De soort komt voor in Rusland (Noord-Kaukasus), Georgië, Azerbeidzjan en Armenië, in het noordoosten van Turkije langs het Pontische gebergte, en in kleine aantallen in het noordwesten van Iran. Het totale areaal beslaat enkele tienduizenden vierkante kilometers en is sterk versnipperd; de wereldpopulatie wordt op enkele tienduizenden vogels geschat.
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kazbegi in Georgië is de klassieke plek. Ga in mei of juni ruim voor zonsopkomst omhoog langs de weg naar het Gergeti-klooster of het pad richting het Sno-dal, en scan vanaf een hoger punt de hellingen boven de laatste berken. Het gaat om zwarte stipjes die plotseling een halve meter opwippen: zonder telescoop mis je ze. Kom vroeg, wacht rustig af en werk niet de helling op naar de vogels toe.
Staat van instandhouding
Gevoelig (NT) en langzaam achteruitgaand. De belangrijkste druk is overbegrazing van de subalpiene weiden door schapen en runderen, waardoor de kruidlaag verdwijnt waar kuikens hun insecten vinden; daarnaast maaien in het broedseizoen, stroperij, herdershonden die nesten leeghalen en de aanleg van skigebieden en wegen in de baltszone. Beschermde gebieden dekken maar een deel van het areaal.


