Alle soortenZangvogelsZwaluwen › Rotszwaluw

Rotszwaluw | Ptyonoprogne rupestris

Eurasian crag-martin | Avión roquero

De enige zwaluw van Europa die de winter niet ontvlucht: een stevige, egaal bruingrijze vogel die het hele jaar langs rotswanden, stuwdammen en viaducten heen en weer zeilt. Hij lijkt in niets op de zwaluw van het boerenerf — geen vork, geen wit, geen glans — en verraadt zich vooral door een rij witte vensters in de gespreide staart.

Rotszwaluw (Ptyonoprogne rupestris)
Foto: Francesco Veronesi — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zwijgzame zwaluw. Het gewone geluid is een kort, laag prrt of tsjrp, dat gemakkelijk in het geruis van de wind langs de rotswand verdwijnt, en daarnaast een dun, hoog pli. De zang is een korte, zachte reeks aaneengeregen trillertjes, meestal in de vlucht vlak voor de nestplaats gebracht en zelden verder dan enkele tientallen meters hoorbaar. Bij de nestkom klinkt een schor gekwetter tussen de partners.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Fors en breed gebouwd voor een zwaluw, met brede vleugelbasis, een dikke borst en een korte, vierkant afgesneden staart zonder vork of pennen. De bovendelen zijn dof asbruin, de onderdelen vuilwit tot beige, met een fijn gespikkelde, vaalbruine keel die geleidelijk in de borst overloopt: nergens een scherpe grens en nergens een borstband. Onder de vleugel zijn de dekveren donker, en de onderstaartdekveren zijn eveneens donker, zodat de achterkant van de vogel zwaar en donker oogt. Het beslissende kenmerk verschijnt alleen wanneer de staart even wordt gespreid: een rij witte vlekken vlak bij de punt van de staartpennen, als kleine ramen in een donkere lijst. De vlucht is traag en zwaar, met lange glijstukken vlak langs de rotswand en plotselinge, wendbare uitvallen. Geslachten gelijk; jonge vogels hebben bleke veerranden op de bovendelen.

Verwarrings­soorten

Oeverzwaluw is duidelijk kleiner en lichter, zuiver wit op de buik en met een scherp afgetekende bruine borstband — die band is er bij de rotszwaluw nooit — en heeft een lichte, fladderende vlucht laag boven water. Huiszwaluw heeft een grote witte stuit en spierwitte onderdelen en is blauwzwart van boven; wie in Spanje een 'huiszwaluw zonder witte stuit' ziet, kijkt naar een rotszwaluw. Boerenzwaluw heeft een diep gevorkte staart met lange pennen, een roestrode keel en een blauwe borstband. Gierzwaluw is veel groter, geheel donker, sikkelvormig en zonder wit in de staart. In Noord-Afrika en het Nabije Oosten komt daar de vale rotszwaluw bij: kleiner, bleker en zandkleuriger, met een warmer getinte keel en kleinere staartvlekken, en een vogel van lagere, drogere terreinen.

Leefgebied

Rotswanden, kloven, ravijnen en hoge kliffen, van zeeniveau tot ver boven de boomgrens, en tegenwoordig net zo goed stuwdammen, bruggen, viaducten, kasteelmuren en hoge betonnen gebouwen. Hij jaagt langs de wand zelf en over de alpiene graslanden, puinhellingen en bergbeken erboven, waar hij de insecten oppikt die de opstijgende wind tegen de rots duwt. In de winter zakt hij af naar rivierdalen, stuwmeren, kustplaatsen en warme zuidwanden, waar tientallen tot honderden vogels op één plek kunnen slapen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van het Iberisch Schiereiland en Noordwest-Afrika, de Pyreneeën, de Alpen, de Apennijnen, de Balkan, Griekenland, Turkije, de Kaukasus en het Nabije Oosten, en verder oostwaarts door Iran en Centraal-Azië tot in China. In Spanje is hij de enige zwaluw die het hele jaar blijft en is hij wijd verspreid, van de Picos de Europa en de Pyreneeën tot de Betische bergketens en de kliffen van de Middellandse Zee. Noordelijke en hooggelegen populaties trekken naar Noord-Afrika en het Middellandse Zeegebied. Nederland telt dertien aanvaarde gevallen, de eerste op 5 november 2006 in Amsterdam; op één junivogel na vielen ze allemaal in oktober en november.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kies in Spanje een grote stuwdam of een diepe kloof en ga aan de zonzijde staan, ook midden in de winter: de vogels jagen dan vlak langs de warme wand. Volg één vogel met de kijker tot hij bij een bocht zijn staart even spreidt, dan lichten de witte vensters op en is de zaak beslist. Wie in oktober of november in Nederland zoekt, moet aan de kust of langs de grote rivieren zijn en let op een zware, bruine zwaluw die traag en zwevend langs een dijk of een gebouw patrouilleert, in het gezelschap van late huiszwaluwen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en een van de weinige Europese insecteneters die het beter doet dan vroeger. Het areaal breidt zich uit en de aantallen nemen toe, vooral doordat stuwdammen, viaducten, bruggen en hoge gebouwen kunstmatige rotswanden opleveren waar natuurlijke ontbreken; in Spanje broedt hij inmiddels tot in stadscentra en op vliegvelden. Overwintering steeds verder naar het noorden hoort bij hetzelfde beeld. Renovatie van bruggen en dammen in het broedseizoen is het enige knelpunt van betekenis: de nesten zitten open en aan de buitenkant, en verdwijnen bij het schoonspuiten van beton in één ochtend.