Alle soortenZangvogels › Prieelvogels

Prieelvogels | Ptilonorhynchidae

Bowerbirds | Pergoleros

Het prieel is geen nest. Het is een bouwsel van takjes op de grond waar alleen gepaard wordt, en het wordt jaar na jaar op dezelfde plek onderhouden. Twee vormen komen voor: een laan van twee rechtopstaande wandjes waar het vrouwtje doorheen kijkt, en een toren van takjes om een jonge boom. Vóór het prieel wordt een verzameling voorwerpen uitgelegd, bij elke soort in een eigen kleur — blauw, wit, groen, of glas en plastic uit de bewoonde wereld — en die verzameling wordt geordend, bewaakt en bij de buren gestolen. De satijnblauwe prieelvogel beschildert de binnenwanden met een papje van gekauwd plantaardig materiaal, aangebracht met een propje bast. De grote prieelvogel legt zijn voorwerpen op grootte, van klein bij de ingang naar groot daarbuiten, waardoor het perspectief vanuit de laan vervalst wordt. Het vrouwtje bouwt het nest, broedt en voert alleen; jonge mannetjes doen jaren over hun volwassen kleed en oefenen ondertussen op eigen, slordige prielen.

Inheemse soorten 11 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Ailuroedus 3 soorten

Chlamydera 4 soorten

Prionodura 1 soort

Ptilonorhynchus 1 soort

Scenopoeetes 1 soort

Sericulus 1 soort