Alle soortenZangvogelsBorstelvogels › Bruine borstelvogel

Bruine borstelvogel | Dasyornis brachypterus

Eastern Bristlebird | Picocerdas oriental

De bruine borstelvogel is een schuwe, langstaartige grondbewoner van kustheide en tussockgras in het oosten van Australië. Hij vliegt bijna nooit, rent liever weg door de dichte ondergroei, en is in vier van elkaar gescheiden populaties overgebleven. Met minder dan zo'n 2500 vogels in het wild is hij een van de zorgenkinderen van de Australische vogelbescherming.

Bruine borstelvogel (Dasyornis brachypterus)
Foto: JJ Harrison ( https://www.jjharrison.com.au/ ) — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het lied is luid, helder en melodieus, een reeks van drie tot vijf fluittonen met een metaalachtige klank die over de open heide ver draagt; het mannetje zingt vanaf een lage uitkijk om zijn territorium af te bakenen, vooral in de eerste uren na zonsopgang. Het vrouwtje antwoordt vaak met een korter, ratelend deel, zodat het geheel als een duet klinkt. Bij onraad volgt een scherp, kort alarmtikje, en een paar houdt in de dekking contact met zachte, lage tonen. Zang klinkt het hele jaar, met een piek in de broedtijd van augustus tot februari.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Zeventien tot tweeëntwintig centimeter, waarvan een flink deel staart: een lange, brede, vaak iets opgerichte staart die tijdens het lopen voortdurend wordt geflikkerd. De bovendelen zijn dof olijfbruin, de vleugels roodbruiner, de onderzijde bleek grijsbruin en de keel witachtig. De iris is roodbruin en valt in het veld op. Aan de snavelbasis staan drie stijve, naar beneden gebogen borstelveren aan weerszijden, het kenmerk waaraan de familie haar naam dankt. Man en vrouw zijn gelijk; de vleugels zijn kort en rond en de poten zijn zwaar en sterk.

Verwarrings­soorten

De rosse borstelvogel (Dasyornis broadbenti) is fors groter, heeft een roestrode kruin, nek en oorstreek en een grijze oogring die naar de snavel doorloopt — en komt duizend kilometer westelijker voor, zodat overlap in de praktijk ontbreekt. De zwartkapborstelvogel (Dasyornis longirostris) leeft alleen in Zuidwest-Australië en is daar geen alternatief. Binnen het eigen areaal is de oostelijke zweepvogel (Psophodes olivaceus) de échte valkuil: die is eveneens bruin, langstaartig en schuw, maar draagt een zwarte kuif, een zwarte keel met witte wangvlek en heeft een totaal ander, zweepslagachtig lied. Grondvogels van het geslacht Atrichornis komen hier niet voor.

Leefgebied

Twee vrij verschillende typen, al naar gelang de populatie. In het noorden, bij de grens van Nieuw-Zuid-Wales en Queensland, gaat het om open terrein met dichte pollen tussockgras, grenzend aan regenwoudrand of natte kloof. In het midden en zuiden om dichte kustheide en laag struweel op zandgrond, vaak binnen een paar kilometer van zee. In beide gevallen is een gesloten, laag vegetatiedek op loophoogte de vaste eis, met open loopruimte eronder. Hij foerageert op de grond op mieren en andere insecten, aangevuld met zaden en kleine vruchten, en nestelt laag in een pol of dichte struik.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Vier van elkaar geïsoleerde populaties langs de oostkust. De noordelijke, met ongeveer veertig vogels, ligt rond het Border Ranges National Park op de grens van Queensland en Nieuw-Zuid-Wales. De centrale populaties liggen in de Illawarra, de escarpment bij Kiama en het Jervis Bay-gebied; dit is het bolwerk van de soort. De zuidelijke populatie ligt op de grens van Nieuw-Zuid-Wales en Victoria, met Nadgee Nature Reserve en Croajingolong National Park als kern. Hij is strikt standvogel en de populaties wisselen geen vogels uit; het tussenliggende land is te open of te bebouwd.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga bij windstil weer met het eerste licht naar een pad door de heide bij Jervis Bay of Barren Grounds en blijf staan waar u het lied hoort; dat is de beste — vaak de enige — manier. Zien betekent bijna altijd een bruine vogel die met opgerichte staart in één seconde het pad overrent. Gebruik geen geluidsopnamen: de soort is kwetsbaar, de territoria zijn geteld en herhaald afspelen verstoort het broedsucces aantoonbaar.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (VU) op de wereldlijst, maar in Australië zelf, en in Nieuw-Zuid-Wales, Queensland en Victoria, als bedreigd aangemerkt; eind 2021 werd de wilde populatie op ongeveer 2500 vogels geschat. De zwaarste bedreiging is brand: een enkele zware zomerbrand kan een deelpopulatie in één nacht wegvagen, omdat een vogel die niet kan wegvliegen geen ontsnapping heeft — de branden van 2019-2020 troffen meerdere kerngebieden. Daarnaast spelen habitatverlies, vossen en verwilderde katten, en bij de kleine noordelijke populatie het verlies van genetische variatie. Het beheer draait om brandvakken, predatorbestrijding, genetische versterking vanuit de grote populaties onder het programma Saving our Species, en een kweekprogramma bij Currumbin Wildlife Sanctuary in Queensland.

Wetenschappelijke naam

Dasyornis brachypterus | (Latham, 1801)

Latham beschreef de vogel in 1801 als Turdus brachypterus, naar materiaal uit Sydney; omdat de soort later naar Dasyornis verhuisde, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Dasyornis is gevormd uit Grieks dasys (borstelig) en ornis (vogel), naar de stijve borstels aan de snavelbasis. brachypterus betekent ‘kortvleugelig’, van brachys (kort) en pteron (vleugel), en beschrijft precies waarom deze vogel liever rent dan vliegt. De Nederlandse naam benoemt de effen bruine kleur, tegenover de roestrode kruin van de rosse borstelvogel.