Alle soortenZangvogelsBorstelvogels › Rosse borstelvogel

Rosse borstelvogel | Dasyornis broadbenti

Rufous Bristlebird | Picocerdas rufo

De rosse borstelvogel is met ongeveer zevenentwintig centimeter de grootste borstelvogel en tegelijk de opvallendst getekende: roestrood op kruin, nek en oorstreek, met een grijze ring rond het oog. Hij bewoont de dichte struiklaag van de zuidkust van Victoria en Zuid-Australië, rent liever dan hij vliegt, en is langs de Great Ocean Road een van de weinige borstelvogels die een wandelaar met enig geluk gewoon over het pad ziet lopen.

Rosse borstelvogel (Dasyornis broadbenti)
Foto: Andrew Allen — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, rijk en aanhoudend lied van heldere fluittonen met een metaalachtige klank, vaak in korte strofen die enkele seconden duren; het draagt door dicht struweel opvallend ver. Mannetjes leren twaalf tot dertig verschillende strofetypen en delen daarvan ongeveer vijfenzestig procent met hun territoriumburen, vrouwtjes ongeveer negenenvijftig procent — een plaatselijk dialect dus, dat men na een paar ochtenden herkent. Er wordt het hele jaar gezongen, het sterkst in het vroege voorjaar; bij onraad klinkt een hard, kort alarmtikje.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Ongeveer zevenentwintig centimeter en ruim vijfenzeventig gram, de grootste van de familie, met een lange staart en korte, ronde vleugels. De bovendelen zijn donkerbruin, maar kruin, nek en oorstreek zijn helder roestrood, en daarin staat een lichtgrijze ring rond het oog die als een streep naar de snavel doorloopt — samen het beslissende kenmerk. De onderzijde is bleek grijsbruin met een duidelijke schubtekening op keel en borst; de iris is roodbruin. Aan de snavelbasis staan de stijve borstels van de familie. Man en vrouw zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De bruine borstelvogel (Dasyornis brachypterus) is fors kleiner, mist de roestrode kop en de grijze oogring en komt uitsluitend langs de oostkust van Nieuw-Zuid-Wales en Oost-Victoria voor; de arealen raken elkaar niet. De zwartkapborstelvogel (Dasyornis longirostris) leeft alleen in Zuidwest-Australië. Binnen het eigen gebied zijn de valkuilen de witbrauwstruiksluiper-verwanten en grondvogels als de bruine grondkruiper: alle zijn veel kleiner en bewegen opener. Eerder gaat men zich vergissen in een rosse fluiter of een merel (Turdus merula) op de grond — die laatste heeft echter een korte staart, een gele snavel en vliegt meteen op, terwijl de borstelvogel hardnekkig blijft lopen.

Leefgebied

Dichte, matig hoge struiklaag van meer dan een meter hoog: kustheide en teatree-struweel op kliftoppen en duinen, rushes en zeggen in vochtige laagtes, de begroeide randen van kloven en watervoerende laagtes in het Otway-gebied, en dichte ondergroei van kustbos. Ongeveer zeventig procent van de waarnemingen ligt binnen honderd meter van een afwateringslijn, waar de begroeiing vochtiger en dichter is. Hij zoekt op de grond naar insecten, en wordt tot veertig kilometer landinwaarts gevonden waar geschikte kloven doorlopen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Een smalle kuststrook in het zuidoosten van Australië, in twee nog bestaande ondersoorten. Dasyornis broadbenti broadbenti loopt van de monding van de Coorong in Zuid-Australië tot Portland Bay en Port Fairy in Victoria; Dasyornis broadbenti caryochrous bewoont de kust van de Otway Ranges, van Anglesea tot Naringal East bij Warrnambool. De westelijke ondersoort Dasyornis broadbenti litoralis van Zuidwest-Australië is uitgestorven; de laatste zekere waarneming dateert van 1906. De soort is standvogel en de territoria liggen jaarrond vast.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De Great Ocean Road maakt dit de best benaderbare borstelvogel. Ga met het eerste licht naar een kustpad bij Anglesea, Aireys Inlet of de Twelve Apostles, loop langzaam en let op de bosrand langs het pad: de vogel scharrelt vaak vlak naast het wandelpad en steekt over met opgeheven staart. Luister naar het rijke fluitlied; hoort u dat vlakbij, blijf dan stilstaan in plaats van te naderen. Geluid afspelen is bij een soort waarvan beide ondersoorten in Victoria wettelijk beschermd zijn niet op zijn plaats.

Staat van instandhouding

Op de wereldlijst niet bedreigd (LC), met een geschatte populatie van ruim 17.800 vogels, maar dat cijfer verhult de toestand per ondersoort. In Victoria geldt caryochrous van de Otways als kwetsbaar en broadbenti van het Coorong-gebied als bedreigd, en de West-Australische ondersoort litoralis is al meer dan een eeuw verdwenen. De drukfactoren zijn verlies en versnippering van kustkreupelhout door bebouwing langs de kust, geleidelijke achteruitgang van de resterende struiklaag, predatie door vossen en katten, aanrijdingen langs kustwegen, en toenemende brandfrequentie in samenhang met klimaatverandering. Beheer richt zich op het aaneensluiten van kuststroken en op brandbeheer dat oude struiklaag spaart.

Wetenschappelijke naam

Dasyornis broadbenti | (McCoy, 1867)

McCoy beschreef de vogel in 1867 als Sphenura Broadbenti, naar materiaal bij Portland Bay in Victoria; omdat de soort later in Dasyornis is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het soortepitheton eert Kendall Broadbent, de verzamelaar. Dasyornis is gevormd uit Grieks dasys (borstelig) en ornis (vogel), naar de stijve borstels aan de snavelbasis waaraan de familie haar naam dankt. De Nederlandse naam benoemt het roestrode kopkleed dat de soort van haar twee verwanten scheidt.