Alle soorten › Zangvogels › Kwartellijsters › Gevlekte kwartellijster

Gevlekte kwartellijster | Cinclosoma punctatum

Spotted Quail-Thrush | Zordala manchada

De gevlekte kwartellijster gedraagt zich als een kwartel en is getekend als een lijster: hij loopt in het strooisel van droge, steenachtige bosruggen en vliegt pas op als je er bijna op staat. Hij hoort bij de kwartellijsters en juweelbabbelaars, een familie van grondbewonende zangvogels van Australië en Nieuw-Guinea. Wie hem zoekt hoort hem meestal eerst, en dat geluid is voor veel oren te hoog.

Gevlekte kwartellijster (Cinclosoma punctatum)
Foto: JJ Harrison — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een uiterst hoge, dunne reeks tsiet-tsiet-tsiet-noten, zo hoog dat oudere vogelaars hem niet meer horen; hij komt van de grond en draagt bij windstil weer honderden meters. Daarnaast klinkt een kort, scherp tsjuk als contactgeluid tussen de vogels van een paar. Het mannetje zingt vooral in het eerste uur na zonsopgang, vaak vanaf een omgevallen stam of een steenblok, en houdt daarbij de kop laag. Bij verstoring valt alles stil, en het blijft dan lang stil.

Luister: ZangXC368542

Opname: Greg McLachlan — CC BY-NC-SA 4.0 · Dharug National Park, NSW, Australia · xeno-canto

Herkenning

Achtentwintig centimeter, met een zware kop, korte ronde vleugels en een lange, aan het eind wit getipte staart. Het mannetje is olijfbruin boven met zwarte en witte spikkels op schouder en flank, heeft een zwart gezicht met een witte wenkbrauwstreep en een witte wangvlek, en een zwarte keel die overgaat in een witte borst. Het vrouwtje is doffer: de keel is roomkleurig in plaats van zwart en de flanken zijn bruiner gestreept. Jonge vogels lijken op het vrouwtje maar zijn vaal en onduidelijk getekend. In de vlucht ziet men een korte, lage, rechte lijn over de bosbodem met een flits wit in de staarthoeken, en dan is de vogel weg.

Verwarrings­soorten

De andere kwartellijsters zitten in droger en opener binnenland en missen de zwarte keel met de grote witte wangvlek. Op de bosbodem wordt hij verward met een vechtkwartel of een echte kwartel: die zijn korter, hebben geen lange staart en vliegen ratelend en steil op in plaats van laag en recht. Een stilstaande gevlekte kwartellijster is vrijwel onzichtbaar; de zwart-witte tekening op borst en flank is dan het enige dat opvalt. Vrouwtjes van de noordelijke populatie in Queensland zijn valer en veroorzaken de meeste twijfel.

Leefgebied

Droog eucalyptusbos op arme, steenachtige grond, met een dikke laag bladeren en afgevallen takken en een open ondergroei — de vogel moet kunnen lopen. Rotsige hellingen en ruggen met losse blokken, en stroken casuarina of witte cipres, zijn de beste plekken. Hij mijdt nat bos, een dichte struiklaag en beweid land waar het strooisel is weggetrapt. De populatie in het noorden van Queensland zit in open bos op hoger gelegen ruggen, duizend kilometer van de zuidelijke gescheiden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Zuidoostelijk Australië: van het zuidoosten van Zuid-Australië door Victoria en Nieuw-Zuid-Wales tot in het zuidoosten van Queensland, en over heel Tasmanië; daarnaast een klein, afzonderlijk gebied in het noorden van Queensland. Standvogel, met een terrein dat een paar het hele jaar aanhoudt. In de laatste eeuw is de soort uit grote delen van het lager gelegen land verdwenen, vooral waar bos is uitgedund tot weide met bomen; op Tasmanië houdt hij beter stand. De noordelijke populatie is zo klein en zo slecht bekend dat er nauwelijks recente waarnemingen van zijn.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Loop langzaam over een droge, steenachtige bosrug, blijf om de honderd meter staan en luister naar iets heel hoogs en heel dun; het is eerder een gewaarwording dan een geluid. De beste tijd is het eerste uur na zonsopgang in het voorjaar, van september tot november. Zie je niets, kijk dan naar de grond onder omgevallen stammen: de vogel scharrelt daar en verstart zodra je stilstaat.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC), maar plaatselijk sterk achteruitgegaan; in Victoria en op het vasteland van Zuid-Australië is de soort uit veel oude gebieden verdwenen. De oorzaken zijn versnippering van droog bos, begrazing die de strooisellaag wegneemt, en vossen en katten. De noordelijke populatie in Queensland telt vermoedelijk zeer weinig vogels; hoeveel is niet bekend.

Wetenschappelijke naam

Cinclosoma punctatum | (Shaw, 1794)

George Shaw beschreef de vogel in 1794 als Turdus punctatus, bij de lijsters; omdat de soort later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Vigors en Horsfield voerden het geslacht Cinclosoma in 1827 in, uit Grieks kinklos (een niet nader bepaalde oevervogel) en soma (lichaam). punctatum is Latijn voor 'gespikkeld', naar de zwart-witte vlekken op schouder en flank. De typelocatie is Nieuw-Zuid-Wales.