Alle soorten › Kasuarisachtigen › Kasuarissen en emoe › Helmkasuaris
Helmkasuaris | Casuarius casuarius
Southern Cassowary | Casuario austral
De helmkasuaris is de zwaarste vogel van Australië en de enige die in het gesloten regenwoud van het tropische noordoosten leeft: een pikzwarte loopvogel van anderhalf tot twee meter, met een hoornen helm op de kop, een blauwe hals met twee rode lellen en een dolkvormige nagel aan elke binnenteen. Hij verspreidt de zaden van honderden regenwoudplanten, en hij is de enige Australische vogel waarvoor langs de weg waarschuwingsborden staan.
Geluid
Het opvallendste geluid is een diep gebrom dat je eerder in de borst voelt dan hoort: bij deze soort is het gemeten tot 32 hertz, vlak boven de grens van het menselijk gehoor, en juist die lage tonen dringen door dicht bos heen waar hogere stranden. Het klinkt als een reeks trage, onplaatsbare boem ... boem-stoten. Daarnaast knort, gromt en sist hij; bij dreiging klinkt een lang aangehouden sis met opgezette veren en gestrekte nek. Kuikens piepen dun en aanhoudend achter hun vader aan.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een loopvogel van 150 tot 200 centimeter, gehuld in glanzend zwarte, haarachtige veren die slap en uiteen over het lichaam hangen. Kop en voorhals zijn kaal en helderblauw, de achternek rood, en van de keel hangen twee rode lellen. Op de kop staat een hoge, grijsbruine hoornen helm, de casque; bij het vrouwtje is die hoger, en het vrouwtje is bovendien groter en feller gekleurd. De poten zijn zwaar en drietenig, met aan elke binnenteen een rechte nagel tot twaalf centimeter. Kuikens zijn roomkleurig met zwarte lengtestrepen, halfwas vogels egaal bruin met een lage helm en een doffe hals.
Verwarringssoorten
De emoe (Dromaius novaehollandiae) is de enige vogel van vergelijkbare afmeting, maar die is grijsbruin in plaats van zwart, mist helm en lellen en leeft in savanne, mulga (acaciastruweel van het droge binnenland, gedomineerd door Acacia aneura) en droog open bos — niet in gesloten regenwoud. Een halfwas kasuaris is bruin en kan daardoor kort aan een emoe doen denken; let dan op het bostype, de zwaardere bouw en de aanzet van de helm. De boskalkoen (Alectura lathami) scharrelt in hetzelfde bos en heeft ook een rode en gele halshuid, maar is nauwelijks een kwart zo groot en draagt zijn staart opgericht en zijdelings platgedrukt.
Leefgebied
Tropisch regenwoud van laagland tot bergbos vormt de kern, van vlakteregenwoud vlak achter het strand tot boven de duizend meter. Daarnaast gebruikt hij aangrenzend nat eucalyptusbos, moessonbos en lianenstruweel, melaleucamoerasbos en de vruchtdragende randen van erven en plantages. Hij heeft het hele jaar door dragende bomen nodig, en een territorium moet die opeenvolging kunnen leveren; waar het bos in stukken is geknipt, loopt hij over wegen en tuinen van het ene stuk naar het volgende.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Binnen dit gidsgebied uitsluitend noordoostelijk Queensland, in twee van elkaar gescheiden gebieden: de Wet Tropics tussen ruwweg Cooktown en Paluma, met Mission Beach, Etty Bay, de Daintree en Cape Tribulation als de bekendste plekken, en het regenwoud van Kaap York rond Iron Range en de McIlwraith Range. Daartussen ligt een gat. Buiten Australië komt hij voor op Nieuw-Guinea en de Molukken. Voor Australië lopen de schattingen uiteen van ruwweg vijftienhonderd tot ruim vierduizend vogels.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Etty Bay bij Innisfail en de wegen rond Mission Beach geven de grootste kans: rijd langzaam — de gele kasuarisborden staan er niet voor niets — en zoek vroeg in de ochtend of laat in de middag langs de bosrand en de strandtoegangen. Kijk op de bodem naar verse mest, een vuistgrote hoop vol hele pitten; die verraadt dat er kort geleden een vogel langsliep. Nader nooit een vogel met kuikens, voer hem niet, en zet bij dreiging een boomstam tussen jezelf en de vogel in plaats van weg te rennen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (LC), omdat het zwaartepunt van de verspreiding op Nieuw-Guinea ligt. Voor Australië is het oordeel somberder: de Wet Tropics-populatie staat federaal als bedreigd te boek, die van Kaap York als kwetsbaar. Aanrijdingen zijn de grootste doodsoorzaak, gevolgd door loslopende honden; daarnaast versnipperen wegen en woonwijken het regenwoud, en een zware cycloon kan het vruchtaanbod een seizoen lang wegvagen, zoals na Larry in 2006 en Yasi in 2011. Bijvoeren wordt actief ontraden, omdat het de vogels naar de weg brengt.
Wetenschappelijke naam
Casuarius casuarius | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Struthio casuarius, bij de struisvogels; omdat ze later naar een ander geslacht is verhuisd, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Casuarius gaat op naam van Brisson, 1760: Linnaeus had de naam in 1748 al gebruikt maar in 1758 laten vallen, en 1758 is het beginpunt van de dierkundige naamgeving. De naam zelf komt van het Maleise kasuari. De typelocatie is Seram in de Molukken; de Australische vogels worden wel als aparte ondersoort johnsonii onderscheiden.



