Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Merel
Merel | Turdus merula
Common Blackbird | Mirlo
De merel is hier een ingevoerde vogel, in de jaren vijftig en zestig van de negentiende eeuw losgelaten in Melbourne en vanaf 1862 in Nieuw-Zeeland. In beide landen is hij een gewone tuinvogel geworden, maar hij is niet bij de tuin gebleven: hij foerageert in inheems bos en verspreidt daar de zaden van braam, meidoorn en andere uitheemse struiken die dat bos veranderen.
Geluid
De zang is een rustige, volle reeks fluitzinnen met korte pauzes, elk zinnetje anders en zonder herhaling, vanaf een dakrand, een schoorsteen of een hoge tak. Op het zuidelijk halfrond loopt hij van juli tot januari, dus van de winter tot na midzomer. Daarnaast is er een hard, kort tsjoek dat hij bij het invallen eindeloos herhaalt, een scherpe ratel bij een kat, en een dun, hoog siii als er een havik overkomt.
Opname: craig wilson — CC BY 4.0 · Granity, Buller District, West Coast, New Zealand · xeno-canto
Herkenning
Een slanke lijster van vijfentwintig tot achtentwintig centimeter met een lange staart. Het mannetje is geheel zwart met een oranjegele snavel en een smalle gele oogring; de poten zijn donker. Het vrouwtje is donkerbruin, lichter en enigszins gevlekt op keel en borst, met een bruine snavel. Jonge vogels lijken op het vrouwtje maar zijn roestiger met lichte streepjes. Op de grond huppelt hij met opgetrokken staart, stopt abrupt en zet de kop schuin voor hij toeslaat.
Verwarringssoorten
De zanglijster (Turdus philomelos) is met hem meegekomen en zit vooral in Nieuw-Zeeland en Victoria: kleiner, warmbruin, met een borst vol scherpe zwarte vlekken in plaats van een egale bruine of zwarte grondkleur. De Tasmaanse goudlijster (Zoothera lunulata) is groter, geschubd en houdt zich aan gesloten bos. Een zwart merelmannetje kan van ver op een spreeuw lijken, maar die is gedrongen, kortstaartig en gespikkeld.
Leefgebied
Tuinen en parken, stad en dorp, boomgaarden en wijngaarden, wegbermen en hagen, en in Nieuw-Zeeland ook podocarpen-loofbos en inheems struweel tot in het laagland en de bosranden daarboven. In Australië is hij vanuit de bebouwing het vochtige bos en de ravijnen binnengedrongen. Hij heeft vochtige grond nodig waarin hij naar wormen kan trekken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
In Australië over zuidoostelijk Australië: van Adelaide door Victoria en Tasmanië en de eilanden van de Straat Bass tot aan Sydney, aan de kust en landinwaarts. West-Australië is vrij en houdt dat zo; incidentele vogels in Perth worden opgeruimd. In Nieuw-Zeeland is hij overal, van zeeniveau tot ongeveer vijftienhonderd meter, tot op de Kermadecs, Stewarteiland, de Chathams, de Snares, de Aucklands en Campbell Island, en bij hoge uitzondering op de Antipoden.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Loop in de winter na regen een gazon in een stadspark af en let op de vogel die kort rent, stilstaat en dan de kop scheef houdt: dat is een merel die naar een worm luistert. Voor de zang moet je er in juli of augustus bij zonsopgang zijn, wanneer een mannetje vanaf een schoorsteen een half uur achtereen zingt. Kijk bij bruine lijsters altijd naar de borst: vlekken zijn zanglijster, effen bruin is merel.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), en hier draait het om de schade en niet om de soort. Hij is in Australië aangemerkt als schadelijke exoot: hij vreet aan druiven, kersen en zacht fruit, en hij is een van de belangrijkste verspreiders van braam, meidoorn, wegedoorn en andere invasieve struiken, doordat hij de bessen tot ver in het inheemse bos meeneemt. Er is geen landelijke bestrijding, alleen quarantaine in West-Australië. In Nieuw-Zeeland geldt hij als genaturaliseerd; daar verspreidt hij naast onkruid ook de zaden van inheemse vruchtbomen.
Wetenschappelijke naam
Turdus merula | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de vogel in 1758 al als Turdus merula, en in dat geslacht staat hij nog steeds, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Turdus is het Latijnse woord voor lijster, dat Linnaeus in hetzelfde jaar als geslachtsnaam invoerde. merula is het Latijnse woord voor de merel zelf, en daar komen ook het Franse merle en het Nederlandse merel vandaan. De typelocatie is Zweden.



