Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Amerikaanse kleine zilverreiger
Amerikaanse kleine zilverreiger | Egretta thula
Snowy Egret | Garceta Nívea
De Amerikaanse kleine zilverreiger is de reiger met de 'gouden pantoffels': een slanke, sneeuwwitte vogel met zwarte poten en fel gele voeten, die eeuwenlang gejaagd werd om zijn sierveren en tegen 1910 in delen van zijn areaal bijna verdwenen was. Sindsdien heeft hij zich sterk hersteld en is hij een van de talrijkste en meest zichtbare reigers van Noord-Amerika. Hij jaagt actiever dan de meeste reigers: rennend, springend en met de voeten roerend door het water.
Geluid
Buiten de broedtijd is de Amerikaanse kleine zilverreiger overwegend stil. In de kolonie klinken schorre, nasale roepjes tussen partners, en een indringer wordt met luide, schelle schreeuwen weggejaagd. Bij agressie tegen soortgenoten klinkt bovendien een droog klikken, veroorzaakt doordat de vogel de snavel met kracht dichtklapt. Jongen in het nest bedelen aanhoudend en schor zodra een ouder met voedsel nadert.
Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · Brigantine National Wildlife Refuge, NJ, United States · xeno-canto
Herkenning
Volwassen vogels zijn geheel wit met een zwarte snavel, een geel vlekje kale huid tussen oog en snavel, zwarte poten en scherp afstekende, felgele voeten — de 'gouden pantoffels' die de soort op elke afstand verraden. In broedkleed groeien lange, dunne, naar voren gekrulde sierveren op kruin, borst en rug, en kleurt de teugel dieper geeloranje tot rood. Jonge vogels lijken op de ouders maar hebben doffer groene poten, waardoor de gele voeten minder scherp afsteken. De vogel is kleiner en spichtiger dan de grote zilverreiger, met een duidelijk dunnere snavel en hals.
Verwarringssoorten
Het witte jeugdkleed van de kleine blauwe reiger (Egretta caerulea) wordt het vaakst voor deze soort aangezien, maar die heeft een grijsblauwe snavel en groenige in plaats van felgele poten, en jaagt trager en bedachtzamer. De zeldzame kleine zilverreiger (Egretta garzetta) uit de Oude Wereld is groter en zwaarder gebouwd, met een dikkere snavel, een grijzere teugel en twee lange, rechte kuifveren in plaats van de wispelturige sierveren van de Amerikaanse kleine zilverreiger. De koereiger heeft een veel kortere, dikke oranje snavel en een gedrongen postuur zonder de actieve jachtstijl. De grote zilverreiger (Ardea alba) is aanmerkelijk groter, met een gele snavel en zwarte, egaal gekleurde poten.
Leefgebied
De Amerikaanse kleine zilverreiger gebruikt een breed scala aan ondiepe wateren: getijdenslik, stranden en kustmoerassen, maar ook natte akkers, meeroevers en rivieroevers in het binnenland. Hij broedt kolonievormend, meestal samen met andere reigersoorten, in lage bomen en struiken op eilanden die veilig zijn voor grondroofdieren. Diep of snelstromend water mijdt hij, evenals berggebied — de soort blijft vrijwel overal onder de duizend meter. Buiten het broedseizoen verschijnt hij ook op door mensen aangelegde waterpartijen, van visvijvers tot rioolwaterzuiveringen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
De soort broedt van de Amerikaanse westkust en het binnenland — Californië, Nevada, Utah, Colorado, Arizona en New Mexico — tot Texas en vandaar oostwaarts over vrijwel de hele Verenigde Staten en het zuiden van Canada. In Florida, langs de Golfkust en in het Caraïbisch gebied is hij het hele jaar aanwezig; noordelijke broedvogels trekken in het najaar weg naar Mexico, Midden-Amerika en het Caraïbisch gebied. Buiten Noord-Amerika broedt de soort door tot in Zuid-Amerika, waar hij tot in Chili en Argentinië het hele jaar voorkomt. Na de bijna-ineenstorting door de sierverenhandel bracht bescherming onder de Migratory Bird Treaty Act (het Amerikaans-Canadese trekvogelverdrag) van 1918 de populatie terug; sindsdien is het areaal weer noordwaarts opgeschoven.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kijk bij een actief jagende witte reiger eerst naar de poten: zwart met felgele voeten, roerend en trappelend door ondiep water om prooien op te jagen, is voldoende voor de Amerikaanse kleine zilverreiger. Vergelijk daarna pas de snavel — geheel zwart met een geel vlekje bij het oog — voor je de gelijkende soorten uitsluit.
Staat van instandhouding
Wereldwijd beoordeelt de IUCN de soort als niet bedreigd (LC); na de bescherming tegen de sierverenhandel in het begin van de twintigste eeuw is de populatie sterk hersteld en telt Noord-Amerika weer honderdduizenden vogels. Wetlandverlies en waterverontreiniging blijven plaatselijke bedreigingen, vooral in snel verstedelijkende kustgebieden.
Wetenschappelijke naam
Egretta thula | (Molina, 1782)
Molina beschreef de soort in 1782 als Ardea Thula, naar een exemplaar uit Chili; sindsdien is ze naar een ander geslacht verhuisd, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. Het geslacht Egretta voerde Forster in 1817 in, ontleend aan het Provençaals-Franse aigrette, verkleinwoord van aigron, 'reiger'. Het epitheton thula is geen Latijn maar Mapudungun, de taal van de Mapuche in Chili, en betekende oorspronkelijk 'zwarthalszwaan' — Molina paste de naam kennelijk per vergissing toe op deze reiger. De typelocatie is Chili, ver buiten het Noord-Amerikaanse areaal dat deze gids behandelt.




