Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Roodhalsreiger
Roodhalsreiger | Egretta rufescens
Reddish Egret | Garceta Rojiza
De roodhalsreiger is de meest theatrale reiger van de Amerikaanse kust: hij jaagt hollend, struikelend en met wijd gespreide vleugels door ondiep zout water, in schrille tegenstelling tot de geduldige reigers om hem heen. De soort komt voor in een donkere en een witte kleurvorm, en broedt in slechts een handvol staten rond de Golf van Mexico. Na eeuwenlange bejaging om zijn sierveren is hij ooit tot bijna uitsterven gebracht.
Geluid
Buiten de kolonie is de roodhalsreiger een stille vogel; opgeschrikt geeft hij een laag, schor gekras. In de kolonie is dat anders: baltsende paren klapperen luid met de snavel en laten een reeks gorgelende, keelklanken horen terwijl ze de nek om elkaar heen draaien. Jongen bedelen met een aanhoudend, schor gepiep dat in drukke kolonies tot een constant kabaal aaneengroeit. Vergeleken met het gezang van een aalscholverkolonie is een kolonie roodhalsreigers vooral een geroffel van klapperende snavels.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een volwassen roodhalsreiger in de donkere kleurvorm is leigrijs van lijf met een rossig kaneelbruine kop en hals, waarvan de veren rafelig en warrig afstaan — een sjofel silhouet dat geen andere Noord-Amerikaanse reiger heeft. De zeldzamere witte kleurvorm is geheel sneeuwwit en alleen aan gedrag en snavel van andere witte reigers te onderscheiden. Beide vormen dragen in de broedtijd een tweekleurige snavel, roze aan de basis en zwart aan de punt, op kobaltblauwe poten. Juveniele vogels zijn asgrijs met een koperkleurige tint en hebben, uniek onder de reigers, een overwegend dof grijze snavel en poten zonder scherpe kleurcontrasten. De vogel jaagt met de nek laag en gestrekt, wankelend en zwenkend, wat hem al op afstand van de meeste andere reigers onderscheidt.
Verwarringssoorten
De witte kleurvorm wordt verward met de Amerikaanse zilverreiger (Ardea alba), die veel groter is met een gele snavel en zwarte poten, en met de amerikaanse kleine zilverreiger (Egretta thula), die een zwarte snavel met een gele basis en felgele voeten heeft tegenover de vleeskleurige snavelbasis en blauwgrijze poten van de roodhalsreiger. De donkere kleurvorm lijkt op de kleine blauwe reiger (Egretta caerulea), die egaal donker en gladgeveerd is zonder de rafelige halsveren, en op de witbuikreiger (Egretta tricolor), die een scherp afstekende witte buik heeft. Bij twijfel is het gedrag doorslaggevend: geen andere reiger jaagt zo onstuimig, rennend en met de vleugels als een parasol boven het water, als de roodhalsreiger.
Leefgebied
De roodhalsreiger is vrijwel volledig aan zout water gebonden: ondiepe zoutvlaktes, lagunes en wadden rond barrière-eilanden en mangrovekusten. Hij broedt in lage mangrove of struiken op kleine, roofdiervrije eilanden, vaak samen met andere reigers en pelikanen. Zoetwater en het binnenland mijdt hij vrijwel volledig — een roodhalsreiger ver van de kust is een uitzondering. Buiten het broedseizoen blijft hij trouw aan dezelfde ondiepe baaien en getijdenkreken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
In de Verenigde Staten broedt de soort vooral langs de Texaanse Golfkust, met de grootste populatie van het land rond de Laguna Madre, en in kleinere aantallen in Louisiana en, in gestaag groeiend aantal, aan beide kusten van Florida. Buiten de Verenigde Staten broedt hij door langs de Golfkust van Mexico tot in Yucatán, en, als aparte, bleker gekopte ondersoort, aan de Pacifische kust van Mexico inclusief Baja California, en op de Bahama's en Cuba. De roodhalsreiger trekt niet: hij blijft het hele jaar in of vlak bij zijn broedgebied. Sinds enkele decennia zwerven jonge en volwassen vogels na het broedseizoen in toenemend aantal noordwaarts tot in Georgia en de Carolina's, mogelijk een voorbode van areaaluitbreiding.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek de roodhalsreiger op een ondiepe zoutvlakte langs de Texaanse of Florida-kust en let eerst op het gedrag, niet op de kleur: een reiger die rent, plotseling stopt, wankelt en de vleugels als een parasol opent boven het water, is vrijwel zeker deze soort, zelfs op een afstand waarop de kleuren niet te zien zijn. Vroeg in de ochtend, bij laagwater, is de kans op zulk jachtgedrag het grootst.
Staat van instandhouding
De roodhalsreiger is wereldwijd gevoelig genoeg voor de IUCN om hem als kwetsbaar te boek te stellen: de Amerikaanse populatie bestaat uit niet meer dan vijftienhonderd tot tweeduizend broedparen, vrijwel allemaal in Texas. De negentiende-eeuwse jacht op zijn sierveren bracht de soort tot bijna uitsterven; sindsdien herstelt hij zich langzaam, geholpen door bescherming van broedeilanden. Zijn beperkte, sterk aan de kustlijn gebonden leefgebied maakt hem kwetsbaar voor olierampen, verstoring van kolonies en het verlies van ondiepe zoutvlaktes aan kustontwikkeling.
Wetenschappelijke naam
Egretta rufescens | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Ardea rufescens, op basis van eerder werk van de Engelsman Latham en de Fransman Buffon, die de vogel al had afgebeeld als 'L'Aigrette rousse de la Louisiane'; omdat de soort sindsdien naar een ander geslacht is verhuisd, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Egretta voerde Forster in 1817 in, ontleend aan het Provençaals-Franse aigrette, verkleinwoord van aigron, 'reiger'. Het epitheton rufescens is Latijn voor 'roodachtig wordend', naar de kaneelkleurige kop en hals van de donkere kleurvorm — de witte kleurvorm speelde in de naamgeving dus geen rol. De typelocatie is Louisiana.



