Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Amerikaanse smient
Amerikaanse smient | Mareca americana
American Wigeon | Silbón americano
De Amerikaanse smient is de eend die het meest als een gans grast: op gazons, akkers en golfbanen loopt hij achter zijn poten aan te grazen in plaats van te grondelen. Het mannetje draagt een wit voorhoofd en een brede groene streep achter het oog op een verder grijsbruine kop, boven een kaneelkleurig lichaam. Hij broedt van Alaska tot in het binnenland van het westen van Canada en de Verenigde Staten en is een van de talrijkste eenden die 's winters over vrijwel het hele continent te vinden zijn.
Geluid
Het mannetje laat een hoog, nasaal gefluit van drie tonen horen, wie-wie-wieuw, met een klank die eerder aan een speelgoedtrompetje doet denken dan aan een vogel, en dat hij het hele jaar door gebruikt — als baltsroep, als contactroep en als alarm. Het vrouwtje fluit niet, maar laat een schorre, knarsende gromroep horen, vooral tijdens de balts. In een gemengde groep smienten is het mannetjesgefluit meestal het eerste dat opvalt, lang voordat er een kop te onderscheiden is.
Opname: Valerie Heemstra — CC BY-NC-SA 4.0 · Cedarville Township (near Cedar River), Menominee County, Michigan, United States · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje heeft een crèmewit voorhoofd en kruin boven een grijsbruine kop met een brede, glanzend groene streep achter het oog, een kaneelkleurig lichaam en witte vlekken aan weerszijden van het zwarte achterlijf; de snavel is bij beide seksen lichtgrijs met een zwarte punt. Het vrouwtje is warmbruin met een grijzer, effener hoofd en een vage donkere vlek rond het oog, zonder de groene streep. In de vlucht toont het mannetje een groot wit veld op de voorvleugel met daarachter een groene spiegel; het vrouwtje heeft in plaats daarvan een donkere spiegel met een smalle witte rand. Niet-broedende mannetjes lijken tijdelijk op het vrouwtje, maar behouden de witte vleugelvlek.
Verwarringssoorten
De belangrijkste verwarringssoort is de smient (Mareca penelope), die vrijwel altijd tussen groepen Amerikaanse smienten meeloopt: het mannetje daarvan heeft een kastanjebruine kop met een roomgeel voorhoofd en mist de groene oogstreep, en het vrouwtje is warmer roodbruin en toont in de vlucht grijze in plaats van witte oksels. Waar de twee soorten samen voorkomen ontstaan af en toe mengvogels met een kop die tussen beide patronen in valt. Van de krakeend onderscheidt de Amerikaanse smient zich door de veel kortere, lichtgrijze snavel tegenover de lange, donkere snavel van de krakeend, en door de witte in plaats van kastanjebruin-en-zwarte vleugeltekening.
Leefgebied
Hij broedt aan ondiepe meren en moerassen in de prairie en aan de rand van de boreale taiga, vaak op enige afstand van het water in kort gras. In de winter gebruikt hij een breed scala aan open water — ondiepe meren, estuaria, overstroomde akkers en stuwmeren — maar wat hem onderscheidt van de meeste eenden is dat hij minstens zoveel tijd grazend op het droge doorbrengt: gazons, golfbanen en akkers naast water zijn vaste voedselplekken. Hij steelt bovendien geregeld waterplanten die duikeenden en meerkoeten omhoogbrengen, door vlak bij ze te blijven wachten tot ze weer boven komen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Hij broedt van Alaska tot in bijna heel Canada, met uitzondering van het uiterste noorden, en verder zuidwaarts in het binnenland van het westen, van Idaho en Colorado tot de Dakota's en Minnesota. In de winter verspreidt hij zich over vrijwel het hele continent ten zuiden daarvan, van de Grote Meren tot de Golfkust, en is hij een van de talrijkste overwinterende eenden van Mexico, de Caraïben en Midden-Amerika; kleine aantallen overwinteren nog verder zuidwaarts, tot in Panama en het noorden van Zuid-Amerika. De trek verloopt in grote, luidruchtige groepen en begint al vroeg in het najaar.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek naar het witte voorhoofd tussen een gemengde groep grondeleenden op een meer of estuarium — het licht al van ver op, zelfs wanneer de rest van de vogel in schaduw ligt. Op parkvijvers en golfbanen in de winter is hij vaak de meest benaderbare eend van het gezelschap, omdat hij, anders dan de meeste soorten, op het droge grazend voedsel zoekt in plaats van in het water te blijven. Luister eerst: het nasale gefluit van het mannetje verraadt de soort vaak voor je hem hebt gezien.
Staat van instandhouding
De Noord-Amerikaanse broedpopulatie wordt op ruim 3,2 miljoen vogels geschat, boven het langjarig gemiddelde van de tellingen. In het midden van de twintigste eeuw ging de soort sterk achteruit door het droogleggen van prériepoelen voor de landbouw; het herstel van de laatste decennia hangt nauw samen met het beschermen en aanleggen van wetlands langs de trekroutes. Hij wordt in delen van zijn areaal nog altijd bejaagd, binnen jachtquota die op de jaarlijkse tellingen zijn gebaseerd.
Wetenschappelijke naam
Mareca americana | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Anas americana; omdat ze sinds 1824 in het geslacht Mareca is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Dat geslacht werd dat jaar ingevoerd door Stephens, naar het Portugese marreca, 'kleine eend'. americana is Latijn voor 'van Amerika', naar het verspreidingsgebied. De typelocatie omvat Louisiana en de staat New York.




