Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Amerikaanse woudaap
Amerikaanse woudaap | Botaurus exilis
Least Bittern | Avetorillo Americano
De Amerikaanse woudaap is de kleinste reiger van Noord-Amerika, een schuw brokje kastanje, oker en zwart dat zich zelden buiten het riet laat zien. Zijn lichaam is zijdelings zo afgeplat dat hij moeiteloos tussen dicht opeenstaande stengels door glipt — een gevangen vogel liep met gemak door een spleet van nog geen vier centimeter breed. Wie hem al kent, herkent hem eerder aan een zacht gekoer uit het riet dan aan een glimp van de vogel zelf.
Geluid
De zang is een zacht, snel koe-koe-koe-koe, meer een gorgelend gecoo dan een lied, en draagt zelden ver — vaak is de Amerikaanse woudaap niets meer dan een stem in het riet die moeilijk te lokaliseren blijft. Mannetjes zingen vooral in de vroege ochtend en late avond, met een piek in mei en juni. Bij onraad in de buurt van het nest klinkt een kort, hees gekras. De soort trekt overwegend 's nachts, in stilte.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Het mannetje draagt een glanzend zwarte kruin en rug tegen een okerkleurige hals en kastanjebruine vleugelschouders; het vrouwtje is een dovere, bruinere versie ervan, met een donkerbruine in plaats van zwarte kruin en rug. In de broedtijd kan de kale huid voor het oog van het mannetje helder kersenrood opkleuren. Een enkel individu is bovendien vrijwel zwart van boven — een donkere kleurvariant die soms voor een aparte soort wordt aangezien. In de karakteristieke schrikhouding strekt de vogel zijn hals recht omhoog en wiegt mee met het riet, waardoor hij nagenoeg onzichtbaar wordt. In vlucht steken de lichte vleugelschouders af tegen de verder donkere vleugels.
Verwarringssoorten
De groene reiger (Butorides virescens) is groter, langer van poot en hals en overwegend blauwgrijs met een kastanjekleurige hals, in plaats van het kleine formaat en de okerkleurige, zwart getekende rug van de Amerikaanse woudaap. De naaste verwant, de Noord-Amerikaanse roerdomp (Botaurus lentiginosus), is ruim tweemaal zo groot, egaal streperig bruin in plaats van zwart-oker gekleurd, en heeft een andere, dreunende roep. Onzichtbaar in het riet wordt de Amerikaanse woudaap vaker verward met een rail dan met een andere reiger: het geritsel en gescharrel lijkt op dat van de Virginische rail, tot de vogel zich even laat zien en de reigervorm — lange hals, dolksnavel — de verwarring wegneemt.
Leefgebied
De Amerikaanse woudaap broedt in dichte, hoge moerasvegetatie — vooral lisdodde en ander riet — met kleine open plekken water om te jagen, in zowel zoet als brak moeras aan de kust en in het binnenland. Nesten hangen laag tussen de stengels, net boven het water, vastgezet door de stengels zelf te buigen tot een platform met dak. Buiten het broedseizoen gebruikt de soort ook door mensen gemaakte natte plekken zoals bezinkbekkens en golfbaanvijvers, en overwintert hij in zoet, brak en zout moeras. Open water zonder dekking en drooggevallen terrein mijdt hij vrijwel volledig.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt over vrijwel het hele oosten van de Verenigde Staten en het zuiden van Canada, van Ontario en Quebec zuidwaarts tot Florida en Texas, met kleine, geïsoleerde populaties in het westen tot in Californië en Arizona. In Florida, het zuiden van Texas, Mexico, Midden-Amerika en het Caraïbisch gebied is de soort jaarrond aanwezig; noordelijke broedvogels trekken 's nachts weg in het najaar en keren in het late voorjaar terug. Het historische areaal is grotendeels intact gebleven, al is de soort door zijn verborgen levenswijze moeilijk te tellen en blijven trends onzeker.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in mei of juni bij zonsopgang of -ondergang naar een moeras met dichte lisdoddevelden en luister naar het zachte gekoer — zien lukt zelden zonder geluid als leidraad. Een vogel die zich plotseling verstart met de snavel recht omhoog zit al in de schrikhouding en is dan vooral aan zijn silhouet tussen de verticale stengels te herkennen.
Staat van instandhouding
De wereldwijde broedpopulatie wordt geschat op ruim driehonderdduizend vogels en de IUCN beoordeelt de soort als niet bedreigd (LC). Verlies van moerasgebied en de verdringing van inheemse rietvegetatie door invasieve planten zoals purperloosstrijd blijven de belangrijkste bedreigingen, vooral omdat de soort zo sterk afhankelijk is van dichte, structuurrijke rietvegetatie.
Wetenschappelijke naam
Botaurus exilis | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Ardea exilis, in het toenmalige verzamelgeslacht voor reigers; sindsdien is ze naar een ander geslacht verhuisd, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. Het epitheton exilis is Latijn voor 'klein' of 'tenger', een verwijzing naar zijn formaat als kleinste reiger van het werelddeel. Genetisch onderzoek bracht de soort onlangs samen met de roerdompen in het geslacht Botaurus, waar hij vroeger als Ixobrychus exilis apart stond. De typelocatie is Jamaica.




