Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › ʻApapane

ʻApapane | Himatione sanguinea

ʻApapane | ʻApapane

De ʻapapane is de algemeenste en wijdst verspreide honingkruiper van Hawaï: een karmijnrode vogel met zwarte vleugels en een witte onderstaart, die in het ʻohiʻa-bos in grote groepen van bloeiende kroon naar bloeiende kroon trekt. Hij komt nog op alle zes de grote eilanden voor.

ʻApapane (Himatione sanguinea)
Foto: ALAN SCHMIERER from southeast AZ, USA — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het is een aanhoudende zanger, die ook in de vlucht doorzingt. De zang bestaat uit reeksen van tien tot dertig seconden met piepende notities, fluitjes, rasperige klanken, melodische trillers en klikkende geluiden, in een volgorde die per vogel sterk verschilt; er zijn tientallen verschillende motieven beschreven. De vleugels maken bij het opvliegen een hoorbaar ruisend geluid, dat in een stil bos vaak het eerste teken van de soort is.

Luister: ZangXC864171

Opname: Bobby Wilcox — CC BY-NC-SA 4.0 · Alakai Swamp Trail, Kauai County, Hawaii, United States · xeno-canto

Herkenning

Een kleine honingkruiper, geheel karmijnrood op kop, rug, borst en flanken, met zwarte vleugels en staart en een scherp afgetekende witte onderbuik en onderstaartdekveren. De snavel is kort, zwart en licht gebogen; de poten zijn zwart. Hij zit vaak met de staart omhoog, zodat het wit opvalt. Jonge vogels zijn geelbruin en grijs en kleuren pas in twee jaar tijd naar rood; die tussenvormen zijn ongelijk gevlekt.

Verwarrings­soorten

De ʻiʻiwi is groter, oranjerood in plaats van karmijn, heeft geen wit aan de onderstaart en een lange, sterk gebogen zalmkleurige snavel. De ʻakohekohe is veel forser, zwart met spikkels en met een witte voorhoofdskuif. De uitgestorven laysanhoningkruiper gold lang als ondersoort van de ʻapapane. Jonge apapanes met bruingrijs kleed worden gemakkelijk voor een ʻamakihi aangezien; de zwarte vleugels en het witte broekje wijzen dan de weg.

Leefgebied

Inheems nat en vochtig bos met ʻohiʻa lehua en koa (Acacia koa, een inheemse Hawaïaanse boom), vooral boven ongeveer 1200 meter, waar de muggendruk lager is. Nectar van ʻohiʻa-bloemen vormt het grootste deel van het voedsel; de bloei bepaalt waar de vogels zich bevinden, zodat ze door het jaar heen over de berghellingen zwerven. Ook in subalpien struweel en in bosranden met bloeiende struiken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Hawaï, Maui, Kauaʻi, Oʻahu, Molokaʻi en Lanaʻi. De soort is op Hawaï en Maui nog talrijk en aaneengesloten aanwezig, op Oʻahu en Lanaʻi veel schaarser en beperkt tot de hoogste bosresten. Op Kauaʻi, waar geen bos boven de muggengrens meer ligt, is de stand de laatste decennia sterk teruggelopen. Vaste trek is er niet, maar de vogels leggen tussen eilanden en langs hellingen grote afstanden af, achter de bloei van de ʻohiʻa aan.

HawaïNiihauKauaiOahuLanaiMolokaiKahoolaweMauiHawaii
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de kaart van Noord-Amerika zou deze vogel een stipje linksonder zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Per eiland gemeten aan de waarnemingen van GBIF: het aantal waarnemingen van de soort gedeeld door alle vogelwaarnemingen daar, per seizoen, net als op de gewone kaart. Op Niihau en Kahoolawe wordt zo weinig gekeken dat de meting daar zwijgt en de standaardwerken het zeggen. Eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in een bloeiend ʻohiʻa-bos staan en wacht: de vogels komen in groepjes aanvliegen en verraden zich door het ruisende vleugelgeluid. Langs de Crater Rim Drive in Hawaiʻi Volcanoes National Park en bij Hosmer Grove op Maui is hij de meest geziene inheemse bosvogel. Let bij zittende vogels op de scherpe grens tussen rode borst en witte buik.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie wordt op meer dan anderhalf miljoen vogels geschat en de soort staat als niet bedreigd (LC) op de Rode Lijst. Daarmee is hij de enige inheemse nectarvogel van Hawaï die nog in miljoenen telt. Toch is de soort gevoelig voor vogelmalaria: op de lager gelegen eilanden en op Kauaʻi zijn de aantallen duidelijk gedaald. Doordat de vogels over grote afstanden zwerven, kunnen ze de ziekte ook naar hoger gelegen bos meenemen. Verlies van inheems bos aan vee en invasieve planten blijft daarnaast een drukfactor.

Wetenschappelijke naam

Himatione sanguinea | (Gmelin, 1788)

Johann Friedrich Gmelin beschreef de soort in 1788 als Certhia sanguinea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Himatione werd in 1851 ingevoerd door Jean Cabanis, naar het Griekse himation 'mantel, bovenkleed'. De soortnaam sanguinea is Latijn voor 'bloedrood' en slaat op het verenkleed. De Hawaïaanse naam ʻapapane is de traditionele naam voor de vogel, wiens rode veren in verentapijten en helmen werden gebruikt. Het type kwam van de Sandwicheilanden, de toenmalige naam van de Hawaïaanse archipel.