Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Blauwkeelsialia

Blauwkeelsialia | Sialia mexicana

Western Bluebird | Azulejo garganta azul

De blauwkeelsialia is de sialia van het open dennen- en eikenbos van het westen: een kleine, gedrongen lijsterachtige die vanaf een lage tak op de grond duikt. Anders dan bij de twee andere sialia's reikt het blauw bij het mannetje tot over de keel; de roestbruine borst loopt door op de flanken en vaak ook in een vlek op de rug.

Blauwkeelsialia (Sialia mexicana)
Foto: Blalonde — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een zacht, dalend few of kew, dat vogels in een groepje voortdurend naar elkaar laten horen en waarmee ze zich boven het bos verraden. Bij onraad volgt een hard tsjek. De zang is een korte, ijle reeks van dezelfde notities, kew-kew-kewi, meestal in het eerste licht en zo zacht dat hij op enkele tientallen meters al wegvalt. Bedelende jongen geven een droog ratelend geluid bij de nestholte.

Luister: ZangXC1152884

Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · Glen Ellen, Sonoma County, California, United States · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje is diepblauw op kop, keel, vleugels en staart, met een roestbruine borst en flanken en een grijswitte buik; op de mantel zit meestal een bruine vlek. Doordat de keel blauw is en niet oranje, loopt de blauwe kap zonder onderbreking door tot op de borst. Het vrouwtje is dof grijsbruin met blauwe waas op vleugels en staart, een grijze keel en een vaalroestige borst. Jonge vogels zijn zwaar gevlekt op borst en rug, met blauw al zichtbaar in de vleugel. De houding op de uitkijkpost is rechtop met ingetrokken hals.

Verwarrings­soorten

De roodkeelsialia heeft een oranje keel die het blauw van de kop scherp begrenst, en een witte buik zonder bruin op de rug; de twee overlappen alleen in het zuidwesten. De bergsialia is langvleugeliger en slanker, en heeft geen roestbruin: het mannetje is geheel hemelsblauw, het vrouwtje grijs met blauwe vleugels en staart. Vrouwtjes van blauwkeel- en bergsialia lijken het meest op elkaar — let op de warme roestkleur op de borst en de kortere vleugel van de blauwkeelsialia, en op het jachtgedrag: die duikt vanaf een tak, de bergsialia bidt boven gras.

Leefgebied

Open naaldbos met ponderosa-den, eikenland, dennen-eikenbos en bosranden, van zeeniveau tot ongeveer 2400 meter. Hij is aangewezen op holtes: spechtengaten, natuurlijke rotgaten en nestkasten. Brandvlaktes en kapvlaktes met staand dood hout leveren tegelijk holtes en uitkijkposten en worden snel bezet. In de winter schuift hij naar lager gelegen eikenland, boomgaarden, wijngaarden en jeneverbes, waar hij op maretak- en vlierbessen leeft.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het areaal loopt van Zuid-Brits-Columbia langs de Pacifische kust en de bergen naar het zuiden, door Californië, het Grote Bekken-bergen en de Rocky Mountains tot in Arizona, New Mexico en West-Texas, en verder over de Sierra Madre Occidental en Oriental tot Oaxaca en Veracruz. In het grootste deel van dat gebied is hij standvogel; alleen de noordelijke en hoogste broedvogels trekken weg, meestal niet verder dan de dichtstbijzijnde lagere dalen. In de winter vormen ze groepen van tien tot vijftig vogels rond dragende maretak.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Rijd in april of mei langs een ponderosa-bosrand met nestkasten of dood hout en luister naar het zachte dalende few: de vogels zitten vrijwel altijd op de bovenste dode takken en zijn eerder te horen dan te zien. In de winter loont het maretakbossen af te zoeken — waar een groepje sialia's zit, blijft het vaak de hele dag.

Staat van instandhouding

Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de broedpopulatie op ongeveer 7,1 miljoen vogels; de trend is sinds 1966 ongeveer stabiel en de soort staat als niet bedreigd (LC) te boek. Verlies van staand dood hout door houtkap en brandonderdrukking beperkt het aantal nestholtes, en spreeuwen en huismussen bezetten holtes die anders beschikbaar zouden zijn. Nestkastroutes langs eikenland en wijngaarden vullen dat tekort aan; in delen van Californië en Oregon is de soort daardoor lokaal toegenomen.

Wetenschappelijke naam

Sialia mexicana | Swainson, 1832

Swainson beschreef de soort in 1832 als Sialia Mexicana; auteur en jaartal staan zonder haakjes omdat ze nog in hetzelfde geslacht staat. Het geslacht Sialia voerde diezelfde Swainson in 1827 in, naar het Griekse sialis, de naam van een niet nader bepaalde vogel. De soortnaam mexicana betekent 'Mexicaans', naar de typelocatie: de hoogvlakte van Mexico. De Nederlandse naam verwijst naar de blauwe keel, het kenmerk dat hem van de oostelijke sialia scheidt.