Alle soorten › Zangvogels › Kardinaalachtigen › Bloedtangare
Bloedtangare | Piranga bidentata
Flame-colored Tanager | Piranga estriada
De bloedtangare is een tangare van het bergbos van Mexico en Midden-Amerika, met als enige in het geslacht Piranga een duidelijk zwart gestreepte rug. Binnen dit gidsgebied bereikt hij de Verenigde Staten alleen in de grensbergen van Zuidoost-Arizona, waar sinds 1985 herhaaldelijk is gebroed, en veel zeldzamer in West-Texas.
Geluid
De zang bestaat uit korte, schorre frases met pauzes ertussen en lijkt op die van de louisianatangare, maar klinkt raspender en aarzelender, met langere stiltes tussen de frases; sommige waarnemers vergelijken het met een vireo. De roep is een laag, ratelend prrrlek of tsji-dik, tweelettergrepig en droger dan de roep van de louisianatangare. Het mannetje zingt vanuit de kroon, vaak lang achtereen vanaf dezelfde tak.
Opname: Stephan Risch — CC BY-NC-SA 4.0 · San Gerardo da Dota, San Jose, Costa Rica · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje is oranjerood op kop, borst en stuit, met een donker gestreepte rug, zwarte vleugels met twee witte vleugelstrepen en witte punten aan de handpendekveren, en een zwarte staart met witte hoeken. Achter en onder het oog ligt een donkere, bruinige vlek. Het vrouwtje heeft hetzelfde patroon in olijfgeel in plaats van rood, met dezelfde rugstreping en dezelfde witte vleugeltekening. De snavel is dik en kegelvormig met een duidelijke insnijding in de bovensnijrand — de 'tand' waaraan de soort haar wetenschappelijke naam dankt.
Verwarringssoorten
De louisianatangare heeft een effen rug — bij het mannetje zwart, bij het vrouwtje grijsgroen — en een gele in plaats van witte bovenste vleugelstreep; dat is bij vrouwtjes het bruikbaarste verschil, samen met de ontbrekende rugstreping en de ontbrekende witte punten aan de handpendekveren. De zomertangare en de laaglandlevertangare missen vleugelstrepen helemaal. In Zuidoost-Arizona broeden bloedtangares soms met een louisianatangare; de nakomelingen hebben tussenvormen van rugstreping en vleugelstreepkleur en zijn niet met zekerheid te plaatsen.
Leefgebied
Vochtig bergbos van dennen, eiken en loofbomen, in Mexico vanaf ongeveer 800 meter tot aan de boomgrens. Hij houdt zich hoog in de kroon op en komt ook in bomen in weidegebied, in koffieplantages en in tuinen aan de bosrand. In Zuidoost-Arizona broedt hij in de dennen-eikencanyons van de Huachuca- en Chiricahuabergen, in hetzelfde bos als de louisianatangare. Naaldbos zonder loofboomonderlaag en droog laagland worden gemeden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het areaal loopt door de bergketens van Mexico — de Sierra Madre Occidental van Sonora en Chihuahua zuidwaarts, de Sierra Madre Oriental van Nuevo León en Tamaulipas, en de hooglanden van Centraal- en Zuid-Mexico — en verder door Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua naar Costa Rica en West-Panama, buiten dit gidsgebied. De soort trekt niet over grote afstand, maar verplaatst zich plaatselijk naar lagere hoogten buiten het broedseizoen. De eerste waarneming voor Noord-Amerika ten noorden van Mexico dateert van 1985, toen een mannetje het broedseizoen in de Chiricahuabergen doorbracht, gepaard met een vrouwtje louisianatangare.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in Zuidoost-Arizona van april tot juli in de hooggelegen canyons met dennen en eiken; ga op de zang af, die raspender en langzamer is dan die van de louisianatangare. Kijk bij elk vrouwtje van een tangare in dat gebied naar de rug: streping betekent bloedtangare, een effen rug louisianatangare.
Staat van instandhouding
De soort staat als niet bedreigd (LC) te boek en is over haar grote bergareaal algemeen. De populatie is niet geteld en de trend is onbekend; de meeste bronnen gaan uit van een langzame afname door ontbossing van bergbos in Mexico en Midden-Amerika. In Arizona gaat het om enkele paren en losse vogels per jaar, te weinig om van een vaste populatie te spreken. Behoud van dennen-eikenbos op middelhoge hoogte in Mexico bepaalt het aantal, niet wat er in de grensbergen gebeurt.
Wetenschappelijke naam
Piranga bidentata | Swainson, 1827
William Swainson beschreef de soort in 1827 als Pyranga bidentata, naar een exemplaar uit Temascaltepec in Mexico; omdat Pyranga slechts een spellingvariant van Piranga is, staan auteur en jaartal zonder haakjes. De geslachtsnaam Piranga gaat terug op tijepiranga, een Tupi-naam voor een kleine vogel in Brazilië. De soortnaam bidentata is Latijn voor 'tweetandig' en slaat op de twee insnijdingen in de bovensnavel. De Nederlandse naam verwijst naar de roodoranje kleur van het mannetje, de Engelse naam Flame-colored Tanager eveneens.





