Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Californische grondspecht

Californische grondspecht | Colaptes chrysoides

Gilded Flicker | Carpintero dorado

De Californische grondspecht is de grondspecht van de Sonorawoestijn: een grote bruine specht met een witte stuit en goudgele onderkant van vleugels en staart, die zijn nestholte hoog in een reuzencactus uithakt. Hij lijkt sterk op de gouden grondspecht, waarmee hij lang als één soort werd behandeld, maar combineert kenmerken van beide vormen daarvan: de gele veerschachten van de oostelijke vorm met het grijze gezicht en de rode snorstreep van de westelijke. Zijn verlaten nestholtes zijn onmisbaar voor andere holenbroeders van de woestijn.

Californische grondspecht (Colaptes chrysoides)
Foto: Dan Vickers — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het geluid is vrijwel gelijk aan dat van de gouden grondspecht. In het voorjaar klinkt een lange, snelle, ver dragende reeks wik-wik-wik-wik-wik, en het hele jaar door een enkel, doordringend klieuw of pieja. Bij ontmoetingen tussen vogels volgt een zacht, herhaald wik-a wik-a, begeleid door buigen en zwaaien met de kop. Hij trommelt ook, op dode takken, palen en soms op metalen dakgoten, maar minder vaak dan de meeste andere spechten.

Luister: RoepXC1157431

Opname: Pat Goltz — CC BY-NC-SA 4.0 · Tucson, Pima County, Arizona, United States · xeno-canto

Herkenning

Een grote specht met een bruingrijze, fijn zwart gebandeerde rug, een zwarte halsband op de borst en een lichte, zwart gevlekte onderzijde; in vlucht vallen de witte stuit en de goudgele onderkant van vleugels en staart op. De kruin is kaneelbruin en het gezicht grijs. Het mannetje draagt een rode snorstreep, het vrouwtje heeft geen snorstreep. Anders dan de oostelijke vorm van de gouden grondspecht heeft hij geen rode nekvlek. Hij is iets kleiner en bleker dan de gouden grondspecht, met smallere bandjes op de rug, en van onderen gezien is het zwart aan het eind van de staart uitgebreider.

Verwarrings­soorten

Vooral de westelijke, roodschachtige vorm van de gouden grondspecht, die in dezelfde regio in beekbegeleidend bos en in de bergen voorkomt, geeft problemen. Die heeft zalmrode in plaats van gele vleugels en staart van onderen en een grijsbruine in plaats van kaneelbruine kruin. Waar beide soorten elkaar ontmoeten komen kruisingen voor met oranje schachten of een afwijkende kopkleur. Zwervende oostelijke gouden grondspechten, met gele schachten, zijn te herkennen aan de bruine kop, de rode nekvlek en bij het mannetje een zwarte snorstreep. De gilaspecht, die in dezelfde cactussen nestelt, is kleiner, met een zebra-achtig gebandeerde rug en een effen, lichtbruine kop en buik.

Leefgebied

Woestijn met reuzencactussen, in Arizona vooral de saguaro en in Neder-Californië ook de cardón, meestal tussen zeeniveau en ongeveer 1000 meter. Hij hakt zijn nestholte bij voorkeur hoog in een cactus, hoger dan de gilaspecht. De cactus sluit de wand van de holte af met een harde laag littekenweefsel, die na het afsterven van de plant als zogeheten saguaroschoen overblijft. Plaatselijk nestelt hij ook in populieren of wilgen langs droge rivierbeddingen. Hij eet vooral mieren en keverlarven die hij op de grond zoekt, en in de winter ook cactusvruchten en zaden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Van het zuiden van Arizona en een klein gebied langs de Colorado in het zuidoosten van Californië zuidwaarts door Sonora tot in het noorden van Sinaloa, en over vrijwel heel Neder-Californië. Er worden vier ondersoorten onderscheiden: mearnsi in Arizona, Californië en het noordwesten van Sonora, tenebrosus van Sonora tot Sinaloa, brunnescens in het noorden en midden van Neder-Californië en chrysoides in het zuiden van het schiereiland. Hij is standvogel.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek in een saguarobos rond Tucson of Phoenix de hoogste gaten in de cactussen af: de grote, ronde holtes vlak onder de top zijn meestal van deze soort, de kleinere lagere vaak van de gilaspecht. Oude grondspechtenholtes worden later bewoond door onder meer de cactusuil, zodat een goede grondspechtencactus vaak meerdere soorten oplevert. Controleer bij een opvliegende vogel altijd de kleur van de ondervleugel en de kruin.

Staat van instandhouding

De IUCN rekent de soort tot niet bedreigd (LC). Partners in Flight schat de wereldwijde broedpopulatie op ongeveer 770.000 vogels en plaatst de soort op de gele Watch List; de aantallen in de Verenigde Staten namen tussen 1970 en 2014 naar schatting met 54 procent af. In Californië, waar hij bijna verdwenen is, staat hij sinds 1988 als bedreigd (Endangered) op de staatslijst. Belangrijkste bedreigingen zijn de uitbreiding van steden in de woestijn en branden, aangewakkerd door uitheemse grassen, die saguaro's doden.

Wetenschappelijke naam

Colaptes chrysoides | (Malherbe, 1852)

Alfred Malherbe beschreef de soort in 1852 als Geopicus (Colaptes) chrysoides; omdat ze in een ander geslacht werd beschreven, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De typelocatie, Cabo San Lucas in Neder-Californië, werd in 1895 vastgelegd. Decennialang werd ze samen met beide vormen van de gouden grondspecht als één soort behandeld, tot de American Ornithologists' Union haar in 1995 vanwege de beperkte kruising en de verschillen in leefgebied en levenswijze weer als aparte soort erkende. Colaptes is afgeleid van het Griekse woord voor 'hakken'; chrysoides komt van het Griekse khrusos 'goud' en betekent 'goudachtig', naar de gele veerschachten.