Alle soortenSpechtachtigenSpechten › Bergsapspecht

Bergsapspecht | Sphyrapicus thyroideus

Williamson's Sapsucker | Chupasavia oscuro

De bergsapspecht is de sterkst tweevormige sapspecht van Noord-Amerika: het mannetje is overwegend zwart met een gele buik en een rode keel, terwijl het vrouwtje bruin gebandeerd is met een zwarte borstvlek — zo verschillend dat de twee lange tijd voor aparte soorten werden gehouden.

Bergsapspecht (Sphyrapicus thyroideus)
Foto: Yellowstone National Park — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Hij laat een schor, dalend geluid horen en trommelt in een onregelmatig, stotterend ritme van korte series slagen, kenmerkend voor de sapspechten.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Het mannetje is grotendeels zwart met een witte vleugelvlek, een gele buik, een rode keel en witte kopstrepen; het vrouwtje is bruin met fijne zwarte banding en een opvallende zwarte vlek op de borst, en mist de rode keel.

Verwarrings­soorten

Het sterk afwijkende vrouwtje wordt vaak aangezien voor een vrouwtje haarspecht of een andere sapspecht; alleen de combinatie van bruine banding met de zwarte borstvlek is doorslaggevend.

Leefgebied

Montaan naaldbos van het westen, vooral gemengde opstanden van lork of den met sparren en dennen op grotere hoogte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt in de bergen van het westen van de Verenigde Staten en zuidwestelijk Canada; trekt in de winter zuidwaarts naar Mexico, met doortrek door de tussenliggende staten.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek in het broedseizoen in gemengd naaldbos op hoogte naar rijen sapputjes in de bast van lork of den; het opvallend andere vrouwtje verraadt zich meestal eerst door haar geluid.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar gebonden aan ouder montaan naaldbos en gevoelig voor grootschalige houtkap.

Wetenschappelijke naam

Sphyrapicus thyroideus | (Cassin, 1852)

Oorspronkelijk in 1852 door Cassin beschreven als Picus thyroideus; sindsdien overgebracht naar Sphyrapicus, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Sphyrapicus is Grieks voor 'hamerspecht'; thyroideus verwijst naar de schildvormige keelvlek.