Alle soortenSpechtachtigenSpechten › Geelbuiksapspecht

Geelbuiksapspecht | Sphyrapicus varius

Yellow-bellied Sapsucker | Chupasavia norteño

De geelbuiksapspecht is de meest trekkende sapspecht van Noord-Amerika: hij broedt in het boreale en noordoostelijke bos en trekt in het najaar weg naar het zuidoosten van de Verenigde Staten, Mexico, Midden-Amerika en het Caribisch gebied.

Geelbuiksapspecht (Sphyrapicus varius)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een nasaal, klagend miew; het trommelen volgt een onmiskenbaar stotterend ritme, met een korte inleidende reeks gevolgd door onregelmatige, langzamer wordende slagen.

Luister: RoffelXC132875

Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 3.0 · Lake Bemidji State Park, Beltrami, Minnesota, United States · xeno-canto

Herkenning

Een specht met zwart-wit gebandeerde rug, een rode voorkop, een brede witte vleugelstreep en een lichtgele wasem over de buik. Het mannetje heeft een rode keel, het vrouwtje een witte; beide hebben een zwarte borstband.

Verwarrings­soorten

De roodneksapspecht en de roodborstsapspecht van het westen lijken sterk, maar de geelbuiksapspecht is de enige met een witte in plaats van rode nek en, bij het vrouwtje, een witte keel; waar de arealen elkaar raken komen kruisingen voor.

Leefgebied

Jong, opgaand loof- en gemengd bos, vaak met esp of berk, in het boreale gebied en het noordoosten van het continent.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt van Alaska en heel boreaal Canada zuidwaarts tot in de noordoostelijke staten en de Appalachen; overwintert van het zuidoosten van de Verenigde Staten tot Panama en de Caribische eilanden.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek naar horizontale rijen kleine putjes in de bast van esp of berk; de vogel keert regelmatig terug naar dezelfde boom om de sap te likken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en plaatselijk zelfs toegenomen door de opkomst van jong bos na kap; de sapputjes worden ook door kolibries en andere vogels benut.

Wetenschappelijke naam

Sphyrapicus varius | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Picus varius; sindsdien overgebracht naar Sphyrapicus, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Varius is Latijn voor 'bont, gevarieerd', naar het gebandeerde verenkleed.