Alle soorten › Valkachtigen › Valken en caracara's › Kuifcaracara
Kuifcaracara | Caracara plancus
Crested Caracara | Caracara Carancho
De kuifcaracara wijkt in bouw en gedrag sterk af van de echte valken: een kale, oranjerode gelaatshuid, lange poten en een voorkeur voor lopen boven vliegen maken hem meer een aaseter dan een jager. In het zuiden van de Verenigde Staten bereikt hij net de rand van zijn verspreidingsgebied, dat verder helemaal door Midden- en Zuid-Amerika loopt.
Geluid
De naam is een klanknabootsing van de roep: een schor, rammelend cara-cara-cara, uitgebracht met achterovergebogen kop tegen de rug. Bij nestverdediging en voedselgeschillen klinkt een reeks kortere, kraakachtige klanken. Buiten die situaties is de soort overwegend stil.
Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · Reserva do Setor Sítio de Recreio Caraíbas-Goiânia, Goiás, Brazil · xeno-canto
Herkenning
Een grote, langpotige roofvogel met een zwarte kap en kuif boven een kale, oranjerode gelaatshuid en een blauwgrijze snavel. Hals en bovenborst zijn wit met een fijne dwarsstreping, de rest van het lijf is zwartbruin. In vlucht vallen de witte vleugelpunten en de witte staartbasis op tegen het verder donkere verenkleed, gedragen op vrijwel rechte vleugels met trage, krachtige slagen.
Verwarringssoorten
Op afstand lijkt de kuifcaracara door zijn zwarte kleur op de zwarte gier, maar die mist de witte vleugelpunten en zweeft met de vleugels in een lichte V, terwijl de caracara met rechte vleugels en gestage vleugelslagen vliegt. De kale, oranjerode kop en de lange, gele poten van de caracara zijn bij elke waarneming op de grond doorslaggevend.
Leefgebied
Open, drassige prairie, weiland en cultuurland met verspreide bomen, palen of hekken als uitkijkpost vormen het leefgebied in Florida en Texas. Verder zuidwaarts komt hij ook voor in savanne en halfwoestijn met kort gras, altijd in open terrein waar hij lopend naar aas en kleine prooien kan zoeken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het broedgebied strekt zich uit van het zuiden van Texas, het uiterste zuiden van Arizona en centraal-Florida zuidwaarts door heel Mexico en Midden-Amerika tot diep in Zuid-Amerika. Binnen dit gebied is de kuifcaracara een standvogel: volwassen vogels blijven het hele jaar in de buurt van hun territorium, terwijl jonge vogels na het uitvliegen enkele tientallen kilometers kunnen zwerven op zoek naar een eigen plek.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd in het voorjaar over de landweggetjes van zuidelijk Texas en let op palen, dode bomen en omheiningen langs open weiland: de kuifcaracara zit daar vaak samen met zwarte gieren bij een kadaver aan de bermkant, waarbij hij zich door zijn oranjerode kop meteen onderscheidt. In Florida liggen de beste plekken in de open weilanden en prairies ten noorden en westen van het Okeechobeemeer.
Staat van instandhouding
Wereldwijd is de soort niet bedreigd (LC) dankzij het aaneengesloten en grote verspreidingsgebied door Midden- en Zuid-Amerika. De geïsoleerde populatie in centraal-Florida is klein en staat onder federale bescherming, omdat de drassige prairie waarvan ze afhankelijk is door landbouw en woningbouw is teruggedrongen.
Wetenschappelijke naam
Caracara plancus | (Miller, 1777)
Miller beschreef de soort in 1777 als Falco Plancus, met Vuurland als typelocatie. Sindsdien is ze in verschillende geslachten geplaatst, waaronder lange tijd Polyborus; pas nadat Banks en Dove in 1992 hadden vastgesteld dat Caracara, in 1826 door Merrem ingevoerd, de geldige geslachtsnaam is, kwam ze definitief in dat geslacht terecht, vandaar de haakjes om auteur en jaartal: Caracara plancus (Miller, 1777). Caracara is ontleend aan het Guaraní-woord voor de vogel, zelf al een klanknabootsing van de roep; plancus is Latijn voor 'platvoetig', naar de brede poten, maar ook een variant van plangus, de Latijnse naam voor een soort arend; welke betekenis Miller bedoelde, is niet zeker.




