Alle soorten › Valkachtigen › Valken en caracara's › Amerikaanse torenvalk
Amerikaanse torenvalk | Falco sparverius
American Kestrel | Cernícalo americano
De amerikaanse torenvalk is de kleinste en meest verspreide valk van het continent, van Alaska tot Vuurland, en broedt zowel op open platteland als in voorsteden en langs snelwegen. Zijn compacte formaat en de gewoonte om biddend boven een veld te jagen maken hem tot een van de meest herkenbare roofvogels van Noord-Amerika.
Geluid
Het meest gehoorde geluid is een reeks scherpe, snelle klie-klie-klie-kreten, gebruikt bij opwinding, nestverdediging en tussen partners. Bedelroepende jongen laten een schraper, aanhoudend gepiep horen; verder is de soort buiten het broedseizoen overwegend stil.
Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 4.0 · Four Mile Draw Rd, Custer State Park, South Dakota, United States · xeno-canto
Herkenning
Een dwergvalk met een opvallend tweekleurig kopmasker van zwarte en witte banden en twee zwarte 'ogen' in de nek. Het mannetje heeft blauwgrijze vleugels en een roodbruine rug en staart met één brede zwarte eindband; het vrouwtje is roodbruin over vleugels, rug en staart, met een fijnere dwarsstreping over het hele lijf. Beide seksen jagen vaak biddend, stilhangend in de lucht met snel trillende vleugelslagen voordat ze op een prooi neerduiken.
Verwarringssoorten
Het smelleken is groter, zwaarder gebouwd en donkerder, zonder de dubbele zwarte kopstreep van de torenvalk, en jaagt met snelle, directe vlucht in plaats van biddend te hangen. De slechtvalk is aanzienlijk groter met een brede, ononderbroken zwarte snor. Een biddende torenvalk boven een wegberm of veld is bij die combinatie van formaat en gedrag zelden met een andere valk te verwarren.
Leefgebied
Open terrein met korte vegetatie en verspreide uitkijkposten is essentieel: graslanden, akkers, weiland, woestijnrand en de bermen langs snelwegen. Voor het nest is de soort afhankelijk van holen in bomen, rotsspleten of nestkasten, waardoor hij ook in voorsteden en parken met oude bomen broedt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt vrijwel overal in Noord-Amerika ten zuiden van de boomgrens in Alaska en Canada. Noordelijke en centrale populaties trekken in het najaar zuidwaarts naar het zuiden van de Verenigde Staten, Mexico en Midden-Amerika, terwijl vogels in het zuiden van de Verenigde Staten en Mexico het hele jaar op dezelfde plek blijven. De trek is goed te volgen langs bergkammen en kustlijnen, waar in het najaar dagelijks tientallen tot honderden torenvalken passeren.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek langs snelwegen en op open platteland naar elektriciteitsdraden en verkeersborden: de amerikaanse torenvalk zit daar vaak eenzaam op de uitkijk, en een biddende valk boven de middenberm is vrijwel altijd deze soort.
Staat van instandhouding
Ondanks de brede verspreiding is de Noord-Amerikaanse populatie sinds de jaren zeventig gestaag afgenomen, vermoedelijk door een combinatie van minder nestholtes, pesticidengebruik en concurrentie met de kraagroofvogel voor holtes. Nestkastprogramma's langs snelwegen en in landbouwgebied ondersteunen de soort plaatselijk.
Wetenschappelijke naam
Falco sparverius | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Falco Sparverius; het geslacht is sindsdien ongewijzigd gebleven, vandaar geen haakjes om auteur en jaartal. Falco is Latijn voor 'valk'; sparverius is afgeleid van het middeleeuwse Latijnse woord voor 'sperwer', naar de gelijkenis in jachtgedrag met kleine haviken die vroeger in de valkerij werden gebruikt.





