Alle soorten › Valkachtigen › Valken en caracara's › Giervalk

Giervalk | Falco rusticolus

Gyrfalcon | Halcón gerifalte

De giervalk is de grootste valk ter wereld en broedt rondom de hele Noordpool op rotswanden van de arctische toendra, waar hij het hele jaar door watervogels en sneeuwhoenders vangt. Zijn kleed varieert van bijna zuiver wit tot donker leigrijs, een variatie die binnen één en dezelfde populatie kan voorkomen.

Giervalk (Falco rusticolus)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij het territorium laat de giervalk een diepe, hese reeks kreten horen, trager en zwaarder van toon dan bij de slechtvalk. Tussen partners en bij voedseloverdracht klinkt een zachter, kekkerend geluid.

Luister: RoepXC1166841

Opname: Lars Edenius — CC BY-NC-SA 4.0 · Lycksele Municipality, Västerbottens län, Sweden · xeno-canto

Herkenning

Een grote, breedborstige valk met relatief lange vleugels en een lange staart, in drie hoofdkleuren: een bijna zuiver witte vorm met fijne zwarte vlekjes, een grijze vorm met dichte bruingrijze banding, en een donkere, bijna egaal leigrijze tot bruinzwarte vorm. Alle vormen missen de scherp afgetekende snor van de slechtvalk en hebben een zwaardere, minder puntige vleugelvorm.

Verwarrings­soorten

De slechtvalk is kleiner en slanker met een brede, scherp afgetekende zwarte snor, terwijl de giervalk een vagere gezichtstekening en een zwaardere, minder gestroomlijnde bouw heeft. De prairievalk is eveneens lichter van kleur maar aanzienlijk kleiner, met de kenmerkende donkere okseldriehoek die de giervalk mist. In vlucht is de giervalk te herkennen aan trage, diepe vleugelslagen in plaats van de snelle, stijve slagen van de kleinere valken.

Leefgebied

Rotswanden op de open, boomloze arctische toendra vormen de broedplaats, met wijd uitzicht over het jachtgebied. Buiten het broedseizoen zoekt de giervalk vergelijkbaar open terrein op: kustvlaktes, duinen, prairie en steppe met sagebrush (grijsgroen alsemstruweel van het droge westelijke binnenland), waar hij op waterwild en ander middelgroot wild jaagt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt circumpolair rond de hele Noordpool, van Alaska en het noorden van Canada tot Groenland en Scandinavië. De meeste vogels zijn standvogel en blijven het hele jaar in de buurt van hun territorium, ook tijdens de donkere poolwinter; een deel van de jonge en noordelijke vogels trekt in strenge winters zuidwaarts tot in het noorden van de Verenigde Staten.

  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek in strenge winters langs open kustvlaktes en grote rivierdelta's in het noorden van de Verenigde Staten en zuidelijk Canada, waar een giervalk zich vaak ophoudt bij een concentratie watervogels; de trage, zware vleugelslag onderscheidt hem meteen van een slechtvalk.

Staat van instandhouding

De wereldwijde populatie is stabiel en niet bedreigd (LC), dankzij het afgelegen en grotendeels onaangetaste broedgebied in de hoge Arctis. Klimaatverandering en de noordwaartse verschuiving van prooisoorten en concurrenten worden gevolgd als mogelijke langetermijnrisico's.

Wetenschappelijke naam

Falco rusticolus | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Falco Rusticolus; het geslacht is sindsdien ongewijzigd gebleven, vandaar geen haakjes om auteur en jaartal. Falco is Latijn voor 'valk'; rusticolus is samengesteld uit rusticus ('landelijk, ruw') en colere ('bewonen'), en verwijst naar de afgelegen, onherbergzame streken waar de soort leeft.