Alle soorten › Valkachtigen › Valken en caracara's › Slechtvalk
Slechtvalk | Falco peregrinus
Peregrine Falcon | Halcón peregrino
De slechtvalk is het snelste dier ter wereld: in een duikvlucht op een prooi haalt hij snelheden van meer dan driehonderd kilometer per uur. Halverwege de twintigste eeuw was hij in het oosten van Noord-Amerika door landbouwgif zo goed als uitgestorven; sinds het verbod op DDT en jaren van herintroductie broedt hij weer op rotswanden, bruggen en wolkenkrabbers van Alaska tot Mexico.
Geluid
Bij het nest laat hij een reeks scherpe, hese kreten horen, een aanhoudend en indringend kek-kek-kek-kek, vooral wanneer een indringer te dicht bij het nest komt. Tussen partners klinkt een zachter, klagend wieh-tsjup, gebruikt bij voedseloverdracht en bij het wisselen op het nest. Buiten het broedseizoen is de slechtvalk een stille vogel; wie hem hoort, bevindt zich vrijwel altijd in de buurt van een bezette nestplaats.
Opname: Mirko Tomasi — CC BY-SA 4.0 · Induno Olona, Province of Varese, Lombardy, Italy · xeno-canto
Herkenning
Een gedrongen, krachtige valk met lange, puntige vleugels en een relatief korte staart, van boven leiblauwgrijs en van onder wit met fijne, dichte dwarsstreping. Kenmerkend is de brede, zwarte 'snor' die vanuit het oog schuin over de wang naar beneden loopt, tegen een verder witte keel en wangen. Vrouwtjes zijn aanmerkelijk groter dan mannetjes; juvenielen zijn bruiner van boven en langsgestreept in plaats van dwarsgestreept van onder. In vlucht valt de gestroomlijnde ankervorm op, met snelle, stijve vleugelslagen afgewisseld met lange glijfases.
Verwarringssoorten
De boomvalk is aanzienlijk kleiner en slanker, met roestrode broekveren en een smallere snor, en mist de zware borst van de slechtvalk. De blauwe valk van de prairies is veel kleiner met een minder scherp afgetekende snor. Op grote hoogte wordt de slechtvalk soms verward met een grote meeuw door de puntige vleugels, maar de directe, doelgerichte vlucht en de karakteristieke silhouetvorm onderscheiden hem meteen van elke meeuw.
Leefgebied
Rotswanden langs kust en gebergte vormen de oorspronkelijke broedplaats, met wijd uitzicht en een vrije aanvliegroute voor de duikjacht op andere vogels. Sinds de jaren tachtig broedt hij daarnaast op hoge gebouwen en bruggen in grote steden, waar duiven en spreeuwen een rijk en jaarrond beschikbaar prooiaanbod vormen. Open water, moeras en toendra met veel watervogels trekt hem eveneens aan, vooral buiten het broedseizoen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt van de arctische toendra van Alaska en het noorden van Canada zuidwaarts tot in Mexico, met de dichtste populaties langs kusten, in gebergten en in steden. Vogels van de hoge Arctis zijn langeafstandstrekkers die tot in Zuid-Amerika overwinteren en op doortrek door het binnenland van de Verenigde Staten worden gezien; vogels van gematigder streken en de meeste stadsvogels blijven het hele jaar in de buurt van hun nestplaats. Na een dieptepunt rond 1970, toen de oostelijke populatie volledig verdween, is de soort door het verbod op DDT en herintroductieprogramma's over het hele continent teruggekeerd.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek in steden naar een hoog gebouw, kerktoren of brugpijler met een brede vensterbank of richel: veel slechtvalken hebben zo'n plek als vaste uitkijkpost, herkenbaar aan een witte laag uitwerpselen eronder. Langs de kust levert een middaguur bij een drukke trekplaats van steltlopers of eenden vaak een duikjacht op, aangekondigd door de plotselinge, gelijktijdige opvlucht van honderden vogels.
Staat van instandhouding
Van bijna verdwenen in het oosten van Noord-Amerika halverwege de twintigste eeuw naar een gezonde, nog altijd groeiende populatie nu, dankzij het DDT-verbod van 1972 en decennia van herintroductie op rotswanden en gebouwen. De soort staat sindsdien te boek als een van de grootste natuurbeschermingssuccessen van het continent, al blijven illegale vervolging en botsingen met ramen lokale risico's.
Wetenschappelijke naam
Falco peregrinus | Tunstall, 1771
Tunstall beschreef de soort in 1771 als Falco Peregrinus; het geslacht is sindsdien ongewijzigd gebleven, vandaar geen haakjes om auteur en jaartal. Falco is Latijn voor 'valk'; peregrinus betekent 'zwervend' of 'vreemd', naar de lange trekbewegingen van de noordelijke populaties, en gaf ook het Engelse woord 'peregrine' aan de taal. De typelocatie ligt in Northamptonshire, Engeland.




