Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Cocosgent
Cocosgent | Sula brewsteri
Cocos Booby | Piquero de Cocos
De cocosgent is tot voor kort altijd behandeld als een ondersoort van de bruine gent, en pas in 2024 als eigen soort erkend. Hij broedt op rotsachtige eilanden in de Golf van Californië en verder zuidwaarts langs de Grote Oceaankust van Midden-Amerika, en het mannetje is te herkennen aan zijn wit berijpte kop tegen een grijze snavel.
Geluid
Net als de andere gentachtigen is hij op open zee doorgaans stil. Bij het nest en tijdens de baltsvlucht laat het mannetje een dun, aanhoudend gefluit horen, terwijl het vrouwtje met een schor, kwakend geluid reageert — hetzelfde patroon als bij de bruine gent, waarvan hij zo lang als ondersoort gold. Bij de begroeting op de kolonie buigen de partners de kop naar achteren en klapperen ze kort met de snavel.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Het mannetje heeft een wit berijpte kop en hals, blauwgrijze blote gezichtshuid en een grijze snavel, terwijl het lichaam donkerbruin is met een scherp afgetekende witte buik en witte ondervleugeldekveren. Het vrouwtje mist de witte kop: bij haar loopt het bruin door tot in de bovenborst, met een even scherpe grens naar de witte onderkant, en heeft de snavel een rozige gloed. Beide seksen hebben grijsgele tot vleeskleurige poten, zonder de felle kleur van de blauwvoetgent. Jonge vogels zijn egaal donkerbruin, zonder de witte kopvlek van de volwassen man, en krijgen pas na enkele jaren het volwassen kleed.
Verwarringssoorten
Het grootste verwarringsrisico is met de bruine gent (Sula leucogaster) zelf, waarvan hij tot 2024 als ondersoort gold: beide hebben hetzelfde bruin-wit patroon, en het verschil zit vooral in de grijzere snavel en gezichtshuid van het mannetje en in het verspreidingsgebied, want de twee overlappen nauwelijks. Binnen de Golf van Californië komt hij samen voor met de blauwvoetgent (Sula nebouxii), die dezelfde bruin-witte romp heeft maar direct te onderscheiden is aan de blauwe in plaats van grijsgele poten. Jonge vogels van cocosgent en bruine gent zijn in de hand nauwelijks te scheiden.
Leefgebied
Hij broedt op kale, rotsachtige eilanden met weinig tot geen vegetatie, waar hij zijn ei op de grond legt tussen het puin of op een ondiepe schraapkuil. Buiten het broedseizoen jaagt hij in de productieve, voedselrijke kustwateren van de oostelijke Grote Oceaan, meestal binnen enkele tientallen kilometers van de kust, dichter bij land dan de werkelijk pelagische gentensoorten. Open, diepe oceaanwateren ver van eilanden mijdt hij grotendeels.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het kerngebied ligt in de Golf van Californië, met kolonies op eilanden voor Sonora, Sinaloa en Neder-Californië Sur, en zet zich zuidwaarts voort langs de Mexicaanse Grote Oceaankust tot Costa Rica, Panama en Colombia. In het zuiden van het areaal broedt hij het hele jaar door, in het noorden vooral tussen oktober en februari. Sinds ongeveer 2017 duiken niet-broedende zwervers steeds vaker op langs de Amerikaanse westkust, tot in Californië, Washington en incidenteel zo ver als Brits-Columbia en Japan — een areaaluitbreiding die nog gaande is.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Boottochten vanuit havens aan de Golf van Californië, zoals bij La Paz of Guaymas, geven de beste kans op de soort bij de rotseilanden waar hij broedt. Let op de kopkleur van het mannetje tegen de grijze snavel om hem meteen van de blauwvoetgent te onderscheiden, ook al voordat de poten zichtbaar zijn.
Staat van instandhouding
Omdat de soort pas in 2024 als aparte soort is erkend, bestaat er nog geen aparte beoordeling voor de Rode Lijst; de status staat te boek als niet geëvalueerd (NE), en veel biometrische gegevens in de literatuur zijn nog ontleend aan de tijd dat hij als ondersoort van de bruine gent gold. De bekende kolonies in de Golf van Californië gelden als omvangrijk en niet in gevaar, zolang de eilanden vrij blijven van geïntroduceerde roofdieren. Over de zuidelijke populaties, van Costa Rica tot Colombia, is minder bekend.
Wetenschappelijke naam
Sula brewsteri | Goss, 1888
Goss beschreef de soort in 1888 als Sula brewsteri; ze bleef sindsdien in hetzelfde geslacht, dus staan auteur en jaartal niet tussen haakjes. In 1944 plaatste Wetmore haar als ondersoort onder de bruine gent, een indeling die pas in 2024 door de American Ornithological Society ongedaan werd gemaakt. Het epitheton brewsteri eert de Amerikaanse ornitholoog William Brewster, medeoprichter van de American Ornithologists' Union. De typelocatie is San Pedro Mártir, een eiland in de Golf van Californië — dezelfde wateren waar de soort nog altijd broedt.

