Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Bruine gent
Bruine gent | Sula leucogaster
Brown Booby | Piquero pardo
De bruine gent is de gent van warm water: donker chocoladebruin van kop tot staart, met een wit onderlichaam dat er dwars over de borst scherp van is afgesneden. Hij vist dicht onder de kust, langs riffen en boven ondiepten, en zit tussen twee vluchten door op boeien, tonnen en booreilanden. In het laatste decennium duikt hij steeds vaker op langs de noordelijke Golfkust en voor Zuid-Californië.
Geluid
Op zee zwijgt hij. In de kolonie klinken de seksen verschillend: het vrouwtje geeft een laag, schor raa of kwaa dat iets van een gans heeft, het mannetje een dun, oplopend gefluit, sjwie. Het meest hoor je ze als een vogel komt aanvliegen en bij het wisselen op het nest, waarbij de twee stemmen door elkaar lopen. Jongen bedelen met een aanhoudend, ijl gepiep. Buiten de kolonie blijft het bij een kort gegrom als twee vogels dezelfde boei willen.
Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · Barra do rio Piçarras, Balneário Piçarras-SC, Brazil · xeno-canto
Herkenning
De volwassen vogel is egaal donkerbruin op kop, hals, borst en bovenzijde, met een witte buik en witte onderdekveren van de vleugel; de grens over de borst loopt recht en scherp. Snavel en poten zijn geel tot groengeel; de kale huid om snavel en oog is bij het vrouwtje geler en bij het mannetje grijsblauw, en aan de Pacifische kant van Mexico is de kop van het mannetje bovendien grijswit berijpt. Het vrouwtje is iets groter en zwaarder. Jonge vogels zijn over de hele onderzijde vaalbruin, zodat het contrast van de volwassen vogel ontbreekt; pas na twee tot drie jaar is de buik helemaal wit. In de vlucht is hij langgerekt, met smalle spitse vleugels en een wigvormige staart, en wisselt hij een paar krachtige slagen af met lange glijvluchten laag over het water. Hij duikt schuin en ondiep, vaak op enkele meters van de branding.
Verwarringssoorten
De jan-van-gent (Morus bassanus), die in de Golf van Mexico en bij Florida overwintert, is een derde groter, in elk kleed aan beide kanten spits, en heeft als volwassen vogel alleen zwarte vleugelpunten; jonge jan-van-genten zijn donker, maar missen de rechte, scherpe grens tussen bruine borst en witte buik. De maskergent (Sula dactylatra) is wit met een zwarte vleugelachterrand en een zwarte staart, dus met de kleuren precies andersom verdeeld. Jonge bruine pelikanen zijn ook bruin met een lichtere buik, maar ze hebben een veel langere snavel met keelzak en trekken de hals in. De Amerikaanse fregatvogel is even donker en even langvleugelig, maar heeft een diep gevorkte staart, een geknikte vleugel, en hij gaat nooit het water in.
Leefgebied
Warm kustwater boven het continentaal plat: rond eilanden, riffen en zandbanken, waar hij van tien tot twintig meter hoogte op scholen vliegende vissen en sardines duikt. Om te broeden gebruikt hij kale eilandjes en klifrichels zonder ratten of katten; het nest is een kuiltje in de grond, soms met wat takjes en veren erin. Buiten de broedtijd gaat hij zitten op alles wat boven water uitsteekt: boeien, tonnen, steigers, platforms en de masten van garnalenkotters. Koud water mijdt hij, en het binnenland komt hij niet in.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Hij broedt in alle warme zeeën; in dit gebied op de eilanden in de Golf van Californië, op Isla Isabel en de Revillagigedo-eilanden voor de Pacifische kust van Mexico, op de riffen voor Yucatán en Veracruz, en door de hele Caraïbische Zee, van de Bahama's en Cuba tot Puerto Rico en de eilanden voor de Venezolaanse kust. In de Golf van Mexico en langs de kust van Midden-Amerika is hij het hele jaar te zien. Sinds ongeveer 2010 nemen de waarnemingen aan de rand van het areaal toe: er broeden nu vogels in de Dry Tortugas voor Florida, en voor Zuid-Californië is hij van dwaalgast een jaarlijkse verschijning geworden. Verder naar het noorden blijft het bij losse gevallen.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga op een pier of een havenhoofd aan de Golf van Mexico of in de Caraïben staan en werk de boeien en tonnen af die de vaargeul markeren: daar zit hij, alleen of met een paar bij elkaar, rechtop en met de snavel iets omhoog. Achter een binnenvarende garnalenkotter is de kans het grootst, tussen de meeuwen en de pelikanen door. Let op de rechte grens over de borst; die is ook bij tegenlicht nog te zien.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC) op de Rode Lijst. De wereldpopulatie wordt op enkele honderdduizenden vogels geschat. Op de broedeilanden zijn ingevoerde ratten, katten en geiten de voornaamste bedreiging, samen met verstoring van kolonies die op de grond liggen. Op zee raken vogels verstrikt in hengelsnoer en vislijnen, vooral waar ze rond kotters en steigers om vis bedelen.
Wetenschappelijke naam
Sula leucogaster | (Boddaert, 1783)
Boddaert noemde de soort in 1783 Pelecanus leucogaster, bij de pelikanen; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Zijn beschrijving is niet meer dan een naam bij een gekleurde plaat van Daubenton, een manier van werken die in de achttiende eeuw gewoon was. Het geslacht Sula werd in 1760 ingevoerd door Brisson; sula is het Noorse woord voor de jan-van-gent. leucogaster is Grieks voor 'witbuik', naar het enige lichte deel van de vogel. De typelocatie is Cayenne, aan de kust van Frans-Guyana.




