Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Geelsnavelekster

Geelsnavelekster | Pica nuttallii

Yellow-billed Magpie | Urraca de Nuttall

De geelsnavelekster leeft alleen in Centraal-Californië en nergens anders ter wereld. Hij is zwart-wit als de Amerikaanse ekster, maar heeft een gele snavel en een gele huidvlek onder het oog. Het areaal beslaat de Central Valley en de aangrenzende eikenheuvels, en meer niet.

Geelsnavelekster (Pica nuttallii)
Foto: Eric Klug — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roepen komen overeen met die van de Amerikaanse ekster maar liggen iets hoger. Het gewone contactgeluid is een ratelend ka-ka-ka; daarnaast klinkt een opgaand, vragend kwèg? en bij het nest een zacht gekwetter. Kolonies zijn hoorbaar voordat je ze ziet: bij een roofvogel of een kat ratelen tientallen vogels tegelijk. Een vaste zangstrofe ontbreekt.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Zwart en wit, met een lange staart die groen tot brons glanst en witte handpennen die bij het opvliegen twee lichte vlakken geven. Het onderscheidende kenmerk is de gele snavel; daaronder en rondom het oog ligt een kale gele huidvlek, waarvan de omvang per vogel en per seizoen verschilt. Verder is de vogel gemiddeld iets kleiner dan de Amerikaanse ekster en is de staart naar verhouding korter. Jonge vogels hebben een doffere snavel en minder glans.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse ekster is het enige verwarringsrisico en heeft een zwarte snavel zonder gele huid, een langere staart en een groter formaat. In de praktijk scheidt het areaal de twee vrijwel volledig: de Amerikaanse ekster ontbreekt in Californië ten westen van de Sierra Nevada en de Cascades, terwijl de geelsnavelekster niet buiten Centraal-Californië komt. Bij een ekster in slecht licht of tegen de zon is de gele snavel soms niet te zien; let dan op de kortere staart en op de plaats van waarneming. Kraaien en raven hebben geen wit in het verenkleed en een veel kortere staart.

Leefgebied

Open eikenland en graslanden met verspreide eiken in de Central Valley, de bijbehorende voetheuvels en de dalen van de Coast Ranges, meestal bij water en bij beweid land. Hij foerageert op de grond op insecten, aas, eikels, graan en vruchten, en nestelt in losse kolonies: soms tientallen paren bij elkaar in hoge bomen, met een overkoepeld nest van takken. Ook boomgaarden, parken, schoolterreinen en braakliggende percelen in dorpen en steden worden gebruikt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel van Centraal-Californië: het Sacramento-dal en het San Joaquin-dal, de voetheuvels van de Sierra Nevada en de dalen van de Coast Ranges tot ruwweg Santa Barbara County in het zuiden. De soort trekt niet en vestigt zich zelden buiten het bestaande areaal; de grenzen liggen al meer dan een eeuw ongeveer gelijk, al zijn er in de Central Valley grote gaten ontstaan waar het aantal is ingezakt.

  • Jaarrond
  • Winter
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

De heuvels en weiden langs de voet van de Sierra Nevada, bijvoorbeeld in Yolo, Sacramento en San Luis Obispo County, geven het hele jaar door kans. Zoek grazige percelen met losse eiken en kijk naar de grond: de vogels lopen tussen het vee en de sprinklers. Bij tegenlicht helpt de kale gele huid onder het oog niet; loop dan om de vogel heen tot de snavel in het licht komt.

Staat van instandhouding

De IUCN plaatst de soort in de categorie kwetsbaar (VU). Tussen 2004 en 2006 stierf naar schatting de helft van de gehele populatie aan het westnijlvirus, een door muggen overgebracht virus waarvoor kraaiachtigen bijzonder vatbaar zijn; de gewoonte om in grote groepen bij water te slapen verhoogde het aantal steken per vogel. Over de langere termijn is de soort tussen 1968 en 2023 met ongeveer 83 procent afgenomen, en Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de huidige populatie op circa 400.000 vogels. Naast de virusuitbraken spelen verlies van eikenland aan bebouwing en akkerbouw, en bestrijdingsmiddelen in het landbouwgebied. Het volledige areaal beslaat één deelstaat, waardoor een uitbraak of een droogte de hele soort tegelijk raakt.

Wetenschappelijke naam

Pica nuttallii | (Audubon, 1837)

Audubon beschreef de soort in 1837 als Corvus nutalli, naar een exemplaar van Santa Barbara in Californië; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam eert Thomas Nuttall, de botanicus en vogelkundige die in de jaren 1830 door Californië reisde; de oorspronkelijke spelling met één t is later tot nuttallii gecorrigeerd. Pica is het Latijnse woord voor ekster.