Alle soorten › Genten en aalscholvers › Aalscholvers › Geoorde aalscholver
Geoorde aalscholver | Nannopterum auritum
Double-crested Cormorant | Cormorán orejudo
De geoorde aalscholver is de zwarte watervogel die op vrijwel elk meer, elke rivier en elke kustlijn van Noord-Amerika met wijd gespreide vleugels in de zon staat te drogen. De felle oranje keelhuid en de smaragdgroene oogring geven het overwegend zwarte verenkleed van dichtbij onverwachte kleur. Het is de talrijkste en meest verbreide aalscholver van het continent, en na een diepe crisis door DDT inmiddels weer overal terug.
Geluid
Buiten de kolonie is de geoorde aalscholver vrijwel stom; hij mist het stemorgaan dat de meeste vogels wel hebben en produceert alleen lage, grommende geluiden. Bij het nest klinkt een reeks doffe, varkensachtige gromgeluiden — orrr-orrr-orrr — waarmee partners elkaar begroeten en indringers wegjagen. Jongen bedelen met een aanhoudend, schor gepiep dat van ver over het water draagt. Het geluid van opengesperde vleugels die tegen takken slaan is bij drukke kolonies vaak luider dan de roep zelf.
Opname: Bruce Lagerquist — CC BY-NC-SA 4.0 · Cassimer Bar, Okanogan County, Washington, United States · xeno-canto
Herkenning
Een grote, slanke watervogel met een lange S-vormige hals, een dunne haaksnavel en overwegend zwart verenkleed met een groenige of bronzen glans. De felgele tot oranje keelhuid en de smaragdgroene oogring vallen op elke afstand op. In de broedtijd krijgt de vogel twee bosjes veren op de kop — bij oostelijke vogels zwart, bij westelijke populaties wit — die de naam 'geoord' verklaren maar in het veld zelden zichtbaar zijn. Jonge vogels zijn dofbruin met een lichte borst die geleidelijk in een donkere buik overgaat. In vlucht is de licht geknikte hals kenmerkend, net als de zware, wat trage vleugelslag.
Verwarringssoorten
De bigua-aalscholver (Nannopterum brasilianum) van het zuiden en de Golfkust is duidelijk kleiner, met een langere staart en een smallere, met wit omzoomde keelhuid die in een punt naar het oog toe loopt. In vlucht wordt de soort verward met de Amerikaanse slangenhalsvogel, die echter een rechte speerpunt-snavel heeft in plaats van een haaksnavel en met een gestrekte hals boven het water zwemt in plaats van te drijven als een eend. Op grote afstand op het water lijkt het silhouet op dat van een duiker, maar die heeft een rechte, dolkvormige snavel en mist de oranje keelvlek.
Leefgebied
Meren, rivieren, aangelegde stuwmeren, moerassen en beschutte kustwateren zoals baaien en estuaria — vrijwel elk permanent water is geschikt zolang er voldoende vis in zwemt. Hij broedt in kolonies op rotseilandjes, in dode bomen boven water of op laagbegroeide eilandjes, en rust en droogt zijn vleugels het liefst op palen, boomstronken of kale rotsen vlak boven het wateroppervlak. Snelstromend water en dicht, gesloten bos mijdt hij; de grote toename van aangelegde stuwmeren in het binnenland heeft zijn areaal in de twintigste eeuw juist sterk uitgebreid.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt van Alaska en het zuiden van Canada tot in Mexico en de Caraïben, en is in het zuiden van de Verenigde Staten en langs beide kusten grotendeels standvogel. Vogels uit het binnenland en het noorden van het areaal trekken in de winter naar de zuidelijke staten en het noorden van Mexico. Na een scherpe terugval door DDT en vervolging in het midden van de twintigste eeuw is de soort sinds het verbod op dat middel sterk toegenomen en heeft hij zijn areaal ver het binnenland in uitgebreid, tot grote weerstand van visteeltbedrijven die de vogels als concurrenten zien.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek langs de rand van elk meer of elke rivier naar een zwarte vogel die met wijd gespreide vleugels op een paal of dode tak zit — geen enkele andere Noord-Amerikaanse watervogel doet dat zo nadrukkelijk. Vanaf het water duikt hij met een korte sprong naar voren en blijft dan minutenlang onder water vissen, om plotseling met een vis dwars in de snavel weer boven te komen.
Staat van instandhouding
De soort staat als niet bedreigd (LC) te boek en is, na de val door DDT, weer sterk toegenomen; ze behoort tot de meest algemene watervogels van Noord-Amerika. Op veel plekken leidt die toename tot conflicten met de viskweeksector en met beheerders van visrijke meren, wat in sommige staten tot vergunde afschot- en verjaagprogramma's heeft geleid.
Wetenschappelijke naam
Nannopterum auritum | (Lesson, 1831)
Lesson beschreef de soort in 1831 als Carbo auritus; sindsdien is ze in een ander geslacht geplaatst en staan auteur en jaartal daarom tussen haakjes. De soort staat tegenwoordig in het geslacht Nannopterum, dat Sharpe in 1899 invoerde; de meeste andere naslagwerken gebruiken nog het oudere Phalacrocorax auritus — een verschil tussen checklists, geen onenigheid over de vogel zelf. auritus is Latijn voor 'geoord', naar de veerbosjes op de kop in broedkleed. De typelocatie werd aanvankelijk abusievelijk als Nieuw-Zeeland opgegeven; de soort komt uitsluitend in Noord-Amerika voor.




