Alle soortenGenten en aalscholversAalscholvers › Brandts aalscholver

Brandts aalscholver | Urile penicillatus

Brandt's Cormorant | Cormorán Sargento

De brandts aalscholver broedt in dichte kolonies op rotseilanden en kliffen langs de Stille Oceaan, van British Columbia tot Baja California. In broedkleed draagt hij een felblauwe keelvlek en ragfijne witte sierveren op kop en hals, en hij jaagt vrijwel uitsluitend in de koude, voedselrijke Californiëstroom.

Brandts aalscholver (Urile penicillatus)
Foto: Andy Reago & Chrissy McClarren — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Aan de kolonie klinkt een laag, schor gekras van krakende en grommende geluiden, vaak in korte series tijdens balts en nestwissel. Op open water is de soort vrijwel stil. Jonge vogels in het nest laten een eigen, hoger bedelgeluid horen dat duidelijk verschilt van de roep van de volwassen vogels. Buiten de kolonie is een brandts aalscholver zelden iets te horen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

In broedkleed is de vogel geheel zwart met een violette glans, met een opvallende felblauwe keelzak omzoomd door een okerkleurige band, en dunne witte sierveertjes op kop, hals en schouders. Buiten het broedseizoen is hij egaal donker zonder de blauwe keelvlek. Juveniele vogels zijn dofbruin met een lichtere keel, wat verwarring geeft met andere jonge aalscholvers. De zware romp, lange hals en licht naar beneden gebogen snavelpunt geven ook in silhouet houvast.

Verwarrings­soorten

De veel talrijkere dubbelkuifaalscholver deelt zijn kliffen en havenhoofden maar heeft een oranjegele keelvlek in plaats van blauw, een dunnere bouw en vaak zichtbare kuifjes. De pelagische aalscholver is kleiner en slanker, met een rode in plaats van blauwe gezichtsvlek en witte flankvlekken die de brandts aalscholver mist. In vlucht onderscheidt de rechte halshouding van de brandts aalscholver hem van de pelagische aalscholver.

Leefgebied

Hij broedt op kale rotseilanden en kliffen, vaak in dichte kolonies van honderden paren naast andere zeevogels. Voor voedsel blijft hij binnen enkele kilometers van de kust, boven de opwellingszones waar koud, voedselrijk water naar de oppervlakte komt. Af en toe komt hij ook in estuaria en lagunes. Open oceaan ver van land en zoet binnenwater mijdt hij vrijwel volledig.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel langs de Pacifische kust van British Columbia tot Baja California en de Golf van California, met de belangrijkste kolonies op eilanden als Año Nuevo en de Farallones. Vogels uit het noorden van het areaal trekken 's winters zuidwaarts, en in de zomer bereiken kleine aantallen zelfs het zuiden van Alaska. Aantallen fluctueren lokaal met de voedselsituatie, maar de soort is over de hele linie stabiel gebleven.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek de kolonies in het voorjaar en de vroege zomer op rotseilanden en onbetreden kliffen, waar de blauwe keelvlek in de zon goed te zien is en paren elkaar begroeten met een achteroverwerpen van de kop. Op zee herken je hem aan groepen laagvliegende vogels die in een rij de golven volgen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, met een wereldpopulatie van ongeveer 150.000 vogels die plaatselijk schommelt maar over de hele linie stabiel is. Olievervuiling en verstrikking in visnetten zijn de belangrijkste risico's, net als verstoring van de kolonies. Omdat vrijwel de hele populatie broedt op een beperkt aantal eilanden, is hij gevoelig voor veranderingen in de voedselrijkdom van de Californiëstroom, zoals tijdens El Niño-jaren.

Wetenschappelijke naam

Urile penicillatus | (Brandt, 1837)

Brandt beschreef de soort in 1837 als Carbo penicillatus, genoemd naar de Duits-Russische natuuronderzoeker Johann Friedrich von Brandt; omdat de soort sindsdien van geslacht is gewisseld, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Ze stond het grootste deel van de twintigste eeuw in Phalacrocorax, tot moleculair onderzoek in 2014 liet zien dat drie Pacifische aalscholversoorten een eigen tak vormen; sinds de erkenning daarvan (2021) staan ze in het geslacht Urile, dat Bonaparte al in 1856 had ingesteld maar dat lang niet werd gebruikt. penicillatus is Latijn voor 'penseelvormig', naar de dunne witte sierveren van het broedkleed. Een typelocatie is nooit vastgelegd.