Alle soorten › Genten en aalscholvers › Aalscholvers › Bigua-aalscholver

Bigua-aalscholver | Nannopterum brasilianum

Neotropic Cormorant | Cormorán neotropical

De bigua-aalscholver is de kleinste aalscholver van Noord-Amerika en de enige die zich ook vanuit de lucht in het water laat vallen om te vissen. Hij is te herkennen aan zijn lange staart en aan de dofgele keelhuid die achter de snavel in een punt eindigt, in de broedtijd met een smalle witte rand eromheen. Van Texas tot Vuurland is dit de aalscholver van elk stuk water, van een veedrinkpoel tot een mangrovelagune.

Bigua-aalscholver (Nannopterum brasilianum)
Foto: Wilianz — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten de kolonie hoor je hem vrijwel nooit. Bij het nest klinkt een reeks lage, knorrende geluiden — gorr-gorr — waarmee partners elkaar begroeten en buren op afstand houden. Jongen bedelen met een schor, aanhoudend gepiep dat boven het gekrijs van de kolonie uit komt. Bij het opvliegen laat een verstoorde vogel soms een enkel kort gegrom horen, en verder klapperen alleen de vleugels op het water.

Luister: ZangXC993768

Opname: Guillermo Treboux — CC BY-NC-SA 4.0 · Nuevo Paysandú, Paysandú Department, Uruguay · xeno-canto

Herkenning

Een slanke, langgerekte watervogel met een dunne haaksnavel, een S-vormige hals en een staart die bijna de helft van de vogel lijkt te beslaan. Het verenkleed van de volwassen vogel is zwart met een doffe groene glans; de keelhuid is dofgeel tot bruingeel, smal, en loopt achter de snavel in een scherpe punt naar het oog toe. In de broedtijd wordt die keelhuid omzoomd door een witte rand in de vorm van een omgekeerde V, en staan er enkele witte draadveren opzij van de kop. Jonge vogels zijn dofbruin, het lichtst op keel en borst. Zwemmend ligt hij laag in het water met de staart vaak schuin omhoog; in vlucht is de hals recht gestrekt en de vleugelslag sneller en losser dan bij de grotere aalscholver.

Verwarrings­soorten

De geoorde aalscholver is duidelijk groter en zwaarder, heeft een kortere staart en een brede, oranje keelhuid met een ronde achterrand in plaats van een smalle punt, en houdt in vlucht een lichte knik in de hals. De Amerikaanse slangenhalsvogel heeft een rechte, spitse snavel zonder haak, een veel langere en breed uitwaaierende staart en grote zilvergrijze vlekken op de bovenvleugel; hij zwemt met alleen de hals boven water en zweeft veel, wat de bigua-aalscholver zelden doet. Op afstand helpt de verhouding: bij de bigua-aalscholver is de staart ongeveer even lang als de hals, bij de geoorde aalscholver duidelijk korter.

Leefgebied

Hij gebruikt vrijwel elk water met vis: stuwmeren, rivieren, kanalen, irrigatiesloten, visvijvers, veedrinkpoelen, mangrovelagunes, estuaria en beschutte kustbaaien. Het broeden gebeurt in kolonies in bomen of struiken boven of vlak bij het water, vaak samen met reigers en ibissen. Anders dan de grotere aalscholver neemt hij genoegen met klein water — een poel van enkele tientallen meters is al genoeg. Open zee en snelstromende bergrivieren mijdt hij.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het areaal loopt van het zuiden van de Verenigde Staten door heel Midden-Amerika en Zuid-Amerika tot Vuurland, en daarmee is het de aalscholver met de grootste verspreiding van het werelddeel. In de Verenigde Staten is hij standvogel in Texas, Louisiana, New Mexico en Arizona; in de laatste decennia is hij langs de rivieren noordwaarts opgeschoven en broedt hij nu ook in Oklahoma, Kansas, Colorado en Arkansas. Die uitbreiding volgt de aanleg van stuwmeren en visvijvers. Noordelijke broedvogels trekken in de winter naar het zuiden, de vogels in Mexico en zuidelijker blijven het hele jaar.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kijk op elk stuwmeer en elke rivier in Texas of het zuidwesten naar aalscholvers op een paal, een boei of een hek, en vergelijk staart en keelhuid: een lange staart met een smalle, puntige keelvlek is de bigua-aalscholver. Zie je er een boven het water hangen en dan met een korte duik naar voren het water in gaan, dan is de zaak beslist — geen andere aalscholver van het werelddeel jaagt zo. In gemengde groepen op een zandbank is hij de kleinste, en hij staat vaak net iets apart van de rest.

Staat van instandhouding

Talrijk, met een populatie in de miljoenen, en de aantallen nemen toe; de soort staat als niet bedreigd (LC) te boek. De noordgrens van het areaal schuift op, geholpen door stuwmeren, visvijvers en kanalen. Waar hij op viskweekvijvers foerageert wordt hij verjaagd en plaatselijk met vergunning geschoten, en in visnetten verdrinken jaarlijks vogels.

Wetenschappelijke naam

Nannopterum brasilianum | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Procellaria brasiliana — in het geslacht van de stormvogels, want hij baseerde zich op een beschrijving van een zeevogel uit Brazilië. Omdat ze sindsdien van geslacht is verwisseld, staan auteur en jaartal tussen haakjes. brasiliana verwijst naar dat herkomstgebied; een typelocatie is voor deze soort niet vastgelegd. Het geslacht Nannopterum werd in 1899 ingevoerd door Sharpe, van het Grieks nannos ('dwerg') en pteron ('vleugel'), naar de korte vleugels van de aalscholver van de Galápagos; de meeste naslagwerken gebruiken voor deze soort nog Phalacrocorax brasilianus, een verschil tussen checklists en niet over de vogel zelf.