Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Grote pijlstormvogel

Grote pijlstormvogel | Ardenna gravis

Great Shearwater | Pardela capirotada

De grote pijlstormvogel is een van de grootste pijlstormvogels in deze gids: een fors gebouwde zeevogel met een scherp begrensde donkere pet en een witte band aan de basis van de staart. Hij broedt vrijwel uitsluitend op een handvol eilanden in het uiterste zuiden van de Atlantische Oceaan en trekt na het broedseizoen naar het noorden, waar hij de zomer doorbrengt boven de continentale wateren van Noord-Amerika. Deze soort is bovendien de typesoort van het geslacht Ardenna.

Grote pijlstormvogel (Ardenna gravis)
Foto: DickDaniels — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op de broedeilanden klinkt 's nachts een luid, kreunend en kakelend koor uit de dichtbevolkte kolonies, waarmee de vogels elkaar en hun kuiken in het donker terugvinden. In de Noord-Amerikaanse zomer, ver van die kolonies, is de soort volkomen stemloos. Grote, voedselzoekende groepen op zee verraden zich alleen door het geluid van klappende vleugels en opspattend water.

Luister: RoepXC1180183

Opname: Sven Normant — CC BY-NC-SA 4.0 · Haut Fond d'Ar Men (north Sein Island), France · xeno-canto

Herkenning

De grote pijlstormvogel heeft een scherp afgetekende donkerbruine pet die aansluit op een witte hals en onderdelen, met een vlekkerige, wisselend donkere vlek op de buik. De bovendelen zijn grijsbruin met lichtere randen aan de dekveren, wat een geschubd patroon geeft, en aan de basis van de staart valt een smalle, witte band op. De snavel is donker en zwaar, de vlucht krachtig met stugge, snelle vleugelslagen afgewisseld met lange glijvluchten hoog boven het water. Geslachten en juveniele vogels zijn gelijk getekend.

Verwarrings­soorten

De meest gelijkende soort is de Kuhls pijlstormvogel, die in dezelfde wateren en hetzelfde seizoen voorkomt maar een egaler bruine kop zonder scherpe pet heeft, een geelachtige in plaats van donkere snavel en meestal geen donkere buikvlek. De witte staartbasis en de scherp begrensde donkere pet blijven bij goed zicht de betrouwbaarste kenmerken van de grote pijlstormvogel. Op grotere afstand kan de forse bouw ook aan een jonge jager doen denken, maar de rechte, stijve glijvlucht van de pijlstormvogel wijkt duidelijk af van de wendbare vlucht van een jager.

Leefgebied

Buiten het broedseizoen leeft de grote pijlstormvogel op open oceaanwater, met een uitgesproken voorkeur voor de rand van het continentaal plat en de Golfstroom, waar warm en koud water elkaar ontmoeten. Hij komt zelden dicht bij de kust, behalve na zware herfststormen, en wordt in de regel vanaf een boot gezien, ver buiten zicht van het strand. Op de broedeilanden gaat het om grazige, door de wind geteisterde hellingen waarin de vogels hun holen graven.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

De soort broedt in grote kolonies op eilanden van de Tristan da Cunha-groep en op Kidney Island in de Falklandeilanden, in het uiterste zuiden van de Atlantische Oceaan. Na het broedseizoen trekt vrijwel de hele populatie noordwaarts naar de Noord-Atlantische Oceaan, waar de vogels van juni tot in november voorkomen langs de Amerikaanse en Canadese oostkust, met een piek van eind juli tot augustus voor North Carolina en grote concentraties in de Golf van Maine en de Baai van Fundy. In september beginnen ze aan de terugtocht naar de broedeilanden.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kijk van eind juli tot augustus uit vanaf de kust bij Cape Hatteras of ga mee op een boottocht de Golfstroom op: dat is doorgaans het beste moment en de beste plek voor grote aantallen. Let op de scherp afgetekende donkere pet en de witte staartbasis om de soort van de vergelijkbare Kuhls pijlstormvogel te onderscheiden.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie is groot, met alleen al op Tristan da Cunha en de omliggende eilanden miljoenen broedparen, en de soort is niet bedreigd (LC). Ingevoerde knaagdieren op enkele broedeilanden vormen een risico voor eieren en kuikens, en net als andere pijlstormvogels heeft de soort te lijden van bijvangst in de visserij op haar lange trekroute.

Wetenschappelijke naam

Ardenna gravis | (O'Reilly, 1818)

O'Reilly beschreef de soort in 1818 als Procellaria Gravis, 'zwaar', naar zijn forse bouw vergeleken met andere pijlstormvogels; de beschrijving verscheen in een reisverslag over een tocht naar Groenland, niet in een wetenschappelijk tijdschrift. Omdat de soort later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ardenna werd in 1853 door Reichenbach ingesteld, met juist deze soort als typesoort. De typelocatie omvat de zeeroute tussen Kaap Farewell en Newfoundland, zoals O'Reilly die tijdens zijn reis volgde.