Alle soortenStormvogelachtigenPijlstormvogels › Grauwe pijlstormvogel

Grauwe pijlstormvogel | Ardenna grisea

Sooty Shearwater | Pardela sombría

De grauwe pijlstormvogel is een van de talrijkste zeevogels ter wereld en de meest gewone donkere pijlstormvogel voor beide kusten van Noord-Amerika. Hij broedt op het zuidelijk halfrond, van Nieuw-Zeeland tot Zuid-Amerika, en trekt buiten het broedseizoen in enorme aantallen naar het noorden. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de aantallen voor de kust van Californië sterk teruggelopen, wat de soort inmiddels als gevoelig aanmerkt.

Grauwe pijlstormvogel (Ardenna grisea)
Foto: JJ Harrison — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op de broedkolonies op het zuidelijk halfrond klinkt 's nachts een luid, kreunend en kakelend gekras uit de broedholen; in Noord-Amerikaanse wateren, ver van die kolonies en buiten het broedseizoen, is de soort volledig stemloos. Grote groepen verraden zich alleen door het geluid van honderden klappende vleugels en opspattend water wanneer ze samen een school vis aanvallen. Wie de soort hier hoort, hoort dus geen roep maar een menigte.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

De grauwe pijlstormvogel is egaal roetbruin tot zwartbruin, met een relatief lange, zware snavel en een schuin aflopend voorhoofd. Het duidelijkste kenmerk is de brede, zilverwitte baan die de hele lengte van de ondervleugel doorloopt en op een deel van de bovenkant van de vleugel zichtbaar is bij fel licht. De vlucht is krachtig en stijfvleugelig, met snelle vleugelslagen afgewisseld met lage glijvluchten vlak boven het water. Geslachten en juveniele vogels zijn gelijk getekend.

Verwarrings­soorten

Het lastigste onderscheid is met de dunbekpijlstormvogel (Ardenna tenuirostris), die kleiner is, een kortere en dunnere snavel heeft, een ronder voorhoofd en een dofferere, minder zilverwitte ondervleugel. In de Atlantische Oceaan wordt de soort ook verward met de noordse stormvogel, die een dikkere nek, een korte, gedrongen snavel en een vlakkere, minder krachtige vlucht heeft. De brede zilveren band op de ondervleugel blijft het beste kenmerk om de grauwe pijlstormvogel eruit te pikken.

Leefgebied

De grauwe pijlstormvogel leeft vrijwel uitsluitend op open zee, met een voorkeur voor koude, voedselrijke stromingen boven en aan de rand van het continentaal plat. Langs de westkust verzamelt hij zich in het voorjaar en de zomer soms in kolossale groepen bij opwellingsgebieden, waar hij vaak samen met walvissen op vis en inktvis jaagt. In de Atlantische Oceaan wordt hij vooral in het voor- en vroege najaar gezien, in kleinere aantallen dan in de Grote Oceaan.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

De soort broedt op eilanden rond Nieuw-Zeeland, in het uiterste zuiden van Zuid-Amerika en op afgelegen eilanden in de zuidelijke Atlantische en Grote Oceaan. Buiten het broedseizoen trekt hij noordwaarts tot diep in de Grote Oceaan, waar hij van het voorjaar tot in de herfst langs de hele westkust van Noord-Amerika voorkomt, van Alaska tot Californië; in de Atlantische Oceaan bereikt hij in kleinere aantallen de Golf van Maine. Tussen 1987 en 1994 daalde het aantal vogels voor de kust van Zuid-Californië met naar schatting negentig procent, een van de scherpste gedocumenteerde dalingen bij een zeevogel in deze wateren.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek de soort vanaf de kust of op een boottocht bij opwellingsgebieden zoals Monterey Bay, waar in het najaar soms duizenden vogels tegelijk laag over het water trekken. Let bij fel tegenlicht op de brede zilverwitte baan onder de vleugel: die maakt de soort al op grote afstand herkenbaar tussen andere donkere zeevogels.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie is nog altijd groot, maar geldt sinds enkele decennia als gevoelig, vooral vanwege de scherpe afname die in de jaren tachtig en negentig voor de kust van Californië is vastgesteld. Bijvangst in lange lijnen en warnetten, veranderingen in de visstand door opwarming van de oceaan, en historische oogst van kuikens op broedeilanden in Nieuw-Zeeland worden als belangrijkste oorzaken gezien.

Wetenschappelijke naam

Ardenna grisea | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Procellaria grisea, 'grauw', naar de roetkleurige verentooi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ardenna werd in 1853 door Reichenbach ingesteld. De typelocatie ligt tussen de vijfendertigste en vijftigste breedtegraad zuid, bij Nieuw-Zeeland.