Alle soortenStormvogelachtigenPijlstormvogels › Wigstaartpijlstormvogel

Wigstaartpijlstormvogel | Ardenna pacifica

Wedge-tailed Shearwater | Pardela del Pacífico

De wigstaartpijlstormvogel is een tropische zeevogel met een lange, spits toelopende staart die hem in de vlucht meteen onderscheidt van de meeste andere pijlstormvogels. Hij broedt in twee kleurvormen, licht en donker, op eilanden in de Grote Oceaan en de Indische Oceaan, met één kolonie binnen dit kaartvenster: San Benedicto, in de Mexicaanse Islas Revillagigedo. Buiten het broedseizoen zwerft hij ver over open water, en incidenteel duikt hij op voor de kust van Californië.

Wigstaartpijlstormvogel (Ardenna pacifica)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Aan zee is de wigstaartpijlstormvogel vrijwel stemloos; alleen het geklots van het water en het suizen van de vleugels verraden zijn nadering. Op de broedplaats is dat anders: 's nachts klinkt uit de broedholen een langgerekt, klaaglijk gejammer, waarmee paren elkaar bij het nest terugvinden. Overdag verlaten de vogels de kolonie en blijft het er stil. Wie hem in Noord-Amerika op zee tegenkomt, hoort dus alleen zijn vleugelslag.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

De donkere vorm is egaal chocoladebruin, met dezelfde tint op kop, borst en onderlichaam; de lichte vorm heeft een witte onderkant die scherp afsteekt tegen bruine bovendelen. Beide vormen hebben een slanke, licht gebogen bleke snavel en roze poten die in de vlucht ver voorbij de lange, wigvormige staart uitsteken. De vlucht is opvallend traag: enkele trage, elastische vleugelslagen worden afgewisseld met lange glijvluchten laag boven het water, heel anders dan de stijve, gehaaste vlucht van de meeste andere pijlstormvogels. Juveniele vogels lijken op de volwassen vogels van dezelfde kleurvorm.

Verwarrings­soorten

De donkere vorm wordt verward met de grauwe pijlstormvogel (Ardenna grisea) en de dunbekpijlstormvogel (A. tenuirostris), die beide een korte, ronde staart en donkere poten hebben tegenover de lange wigvormige staart en roze poten van de wigstaartpijlstormvogel. De vale pijlstormvogel, met eveneens bleke poten en snavel, heeft een kortere, afgeronde staart en een zwaardere, stijvere vliegstijl. Het traagste, meest zwevende vluchtbeeld van alle drie is dat van de wigstaartpijlstormvogel.

Leefgebied

Buiten de broedtijd leeft de wigstaartpijlstormvogel uitsluitend op open, warm zeewater, meestal ver van de kust in gebieden waar het wateroppervlak boven de 25 à 27 graden blijft. Hij broedt in holen die hij zelf graaft in de losse, met struikvegetatie begroeide grond van kleine, roofdiervrije eilanden; dichte begroeiing en een zachte bodem zijn daarvoor onmisbaar. Rotsachtige kusten en kouder water buiten de tropen en subtropen mijdt hij.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

De soort broedt verspreid over eilanden in de tropische en subtropische Grote Oceaan en de Indische Oceaan, van de Seychellen en Mascarenen tot Hawaï; binnen dit kaartvenster is San Benedicto in de Mexicaanse Islas Revillagigedo de enige kolonie. Buiten het broedseizoen waaiert hij uit over de omringende oceanen, oostwaarts tot in Mexicaanse wateren zuid van de Golf van Californië, waar hij in de wateren voor Guerrero regelmatig wordt gezien. Californië ligt aan de uiterste rand van dat zwerfgebied: er zijn maar enkele tientallen aanvaarde waarnemingen, bijna allemaal tussen eind juli en oktober.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem op boottochten voor de kust van Guerrero en verder zuidwaarts, in warm, diep water ver uit de kust, vaak tussen voedselzoekende groepen van andere zeevogels. Let op de lange, spitse staart en de trage, zwevende vleugelslag: dat onderscheidt hem al op afstand van de veel talrijkere donkere pijlstormvogels in dezelfde wateren.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie is groot en telt vermoedelijk enkele miljoenen paren, verspreid over tientallen kolonies; de status is dan ook niet bedreigd. Op afzonderlijke eilanden vormen ingevoerde ratten en katten nog altijd een risico voor de in de grond broedende vogels, en bijvangst in de visserij en verstoring door plastic in het voedsel treffen de soort net als andere pijlstormvogels.

Wetenschappelijke naam

Ardenna pacifica | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Procellaria pacifica, naar de Grote Oceaan waarin hij hem aantrof; omdat de soort later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ardenna werd in 1853 door Reichenbach ingesteld, met de grote pijlstormvogel als typesoort. De typelocatie is beperkt tot de Kermadec-eilanden, ten noordoosten van Nieuw-Zeeland.