Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Hawaiistormvogel
Hawaiistormvogel | Pterodroma sandwichensis
Hawaiian Petrel | Petrel hawaiano
De hawaiistormvogel brengt zijn leven boven de open Grote Oceaan door en komt alleen aan land om te broeden, in holen op de vulkaanhellingen van Maui, Kauaʻi, Lanaʻi en Hawaï. Hij vliegt er uitsluitend in het donker heen en verraadt zich dan met een klagend geroep, waaraan hij zijn Hawaïaanse naam ʻuaʻu dankt. Vanaf een kolonie op drieduizend meter hoogte zoekt hij tot vijftienhonderd kilometer ver zijn voedsel.
Geluid
Boven de kolonie klinkt in het donker een lang aangehouden oe-a-oe, het geluid dat de Hawaïaanse naam nabootst. Er zijn twee vormen, een lage galmende en een schorre nasale, en paren roepen elkaar in de vlucht om beurten toe. Het roepen komt op gang in de uren na zonsondergang en houdt de halve nacht aan. Op zee zwijgt hij.
Opname: Saxony Charlot — CC BY-NC-SA 4.0 · Mauna Loa, United States · xeno-canto
Herkenning
Een grote, langvleugelige stormvogel, donker leigrijs tot zwart van boven en zuiver wit van onderen, met een zwarte kap die tot onder het oog doorloopt en een wit voorhoofd. De ondervleugel is wit met een brede zwarte band die schuin van de vleugelboeg naar binnen loopt, en met een zwarte achterrand. De vleugels zijn lang, smal en spits; de staart is wigvormig. Hij vliegt in hoge, snelle bogen, met stijve vleugelslagen tussen lange glijvluchten, en klimt bij wind ver boven de golven uit. Beide geslachten zijn gelijk, en jonge vogels zijn niet van volwassen vogels te onderscheiden.
Verwarringssoorten
Op zee lijken alle stormvogels op elkaar, en de determinatie hangt aan de ondervleugel. De galapagosstormvogel (Pterodroma phaeopygia), die lang als dezelfde soort gold, is vrijwel niet te onderscheiden maar blijft ver naar het zuidoosten. De veel kleinere boninstormvogel (Pterodroma hypoleuca), die in dezelfde wateren voorkomt, heeft een grijze kap zonder scherpe grens en een fijnere, onderbroken zwarte band op de ondervleugel. Wigstaartpijlstormvogels zijn rond de eilanden veel talrijker, maar vliegen traag en zwenkend en missen het harde zwart-witcontrast.
Leefgebied
Buiten de broedtijd de open oceaan, waar hij boven diep water jaagt en zich bij scholen jagende tonijn voegt om prooi op te pikken die naar de oppervlakte wordt gedreven. Om te broeden graaft hij holen van ruim een meter, meestal onder een rotsblok of in losse aslaag: op Maui in de vrijwel plantloze hooglandwoestijn van de Haleakala-krater, tussen 2.500 en 3.000 meter; op Kauaʻi lager, in dicht bergregenwoud. De kust en de ondiepe zee mijdt hij, en het broedgebied betreedt hij alleen in het donker.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt alleen op de Hawaïaanse eilanden: verreweg de meeste vogels op Haleakala op Maui, verder op Kauaʻi, Lanaʻi en in kleine aantallen op Hawaï; van Molokaʻi is hij verdwenen. Buiten de broedtijd zwerft hij over de hele noordelijke Grote Oceaan, tot in de Golf van Alaska, voor de kust van Oregon en Californië en westwaarts tot bij Japan — een gebied dat buiten dit gidsgebied valt en er dus niet op gekleurd is. De vogels zijn van maart tot oktober bij de kolonies; van november tot februari staat het broedgebied leeg. Botten in de bodem laten zien dat hij vroeger ook laag op alle grote eilanden nestelde.
- Broedvogel (zomer)
Waar en wanneer kijken
De beste kans is een boottocht in de diepe zeestraten tussen de eilanden, vooral in de nazomer, wanneer broedvogels heen en weer pendelen; let op de zwarte diagonaal op de witte ondervleugel wanneer de vogel doorslaat. Vanaf het land is hij op een zomeravond bij Haleakala te horen: ga na zonsondergang de bezoekerscentra voorbij en luister. In het najaar komen jonge vogels die door straatverlichting van hun koers zijn gebracht in de bebouwing op de grond terecht; wie er een vindt, brengt hem naar een inzamelpunt en laat hem niet zelf los.
Staat van instandhouding
Bedreigd (EN). Er zijn naar schatting 7.500 tot 16.600 volwassen vogels en de aantallen dalen, op Kauaʻi zelfs snel. Ingevoerde katten, ratten en mangoesten graven de holen leeg, en op Kauaʻi zijn ook ingevoerde Amerikaanse kerkuilen een probleem. Volwassen vogels vliegen zich dood tegen elektriciteitsdraden en masten, en jongen die in hun eerste nacht uitvliegen worden door straat- en hotelverlichting van de zee weggetrokken en belanden op de grond, waar ze verhongeren of worden overreden. Het antwoord bestaat uit roofdiervrije rasters om de kolonies, het afschermen van verlichting, en een programma dat gestrande jongen opraapt en op zee weer loslaat.
Wetenschappelijke naam
Pterodroma sandwichensis | (Ridgway, 1884)
Ridgway beschreef de soort in 1884 als Oestrelata sandwichensis; omdat ze later in Pterodroma is ondergebracht, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pterodroma werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte, uit het Griekse pteron, 'vleugel', en dromos, 'hardloper', naar de snelle, jachtige vlucht. sandwichensis betekent 'van de Sandwicheilanden', de naam die Cook in 1778 aan Hawaï gaf. De typelocatie is niet nauwkeuriger opgegeven dan 'de Hawaïaanse eilanden'.



