Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Laysanvink

Laysanvink | Telespiza cantans

Laysan Finch | Palila de Laysan

De laysanvink is een grote honingkruiper met een zware vinkensnavel, een gele kop en een grijze nek, die alleen op twee lage koraaleilanden van de noordwestelijke Hawaï-keten leeft. Hij eet vrijwel alles: zaden, insecten, aas en de eieren van broedende zeevogels — en juist dat bracht hem door de kaalslag die de andere landvogels van Laysan wegvaagde.

Laysanvink (Telespiza cantans)
Foto: Forest and Kim Starr — CC BY 3.0 us · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een langgerekte, kwinkelerende reeks van fluitende en rollende notities, kanarieachtig van toon en per vogel verschillend; mannetjes bouwen hun repertoire uit en nemen frases van buren over. De roep is een korte, harde tsjep. Op een eiland zonder bomen zingen ze vanaf pollen kawelu-gras, van een struik of vanaf een stuk wrakhout, waardoor het geluid over de hele kolonie draagt.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Het mannetje heeft een heldergele kop, keel, borst en mantel, een grijze nek en achterhals en een witachtige buik. Het vrouwtje is doffer, met bruine streping over kop en rug. Beide hebben een zware, lichte kegelsnavel, zwarte poten en grote voeten; jonge vogels zijn overwegend gestreept bruin en doen er twee jaar over om het volwassen kleed te krijgen. Hij loopt veel over de grond, springt in graspollen en is weinig schuw: vogels kruipen in tenten, emmers en onder dekzeilen. Met de snavel hakt hij gaten in de eieren van blauwsnavelopaalstern en laysaneend; grotere zeevogeleieren krijgt hij niet open.

Verwarrings­soorten

De nihoavink is de enige echt gelijkende soort: die is kleiner, heeft een verhoudingsgewijs kleinere snavel en meer streping op de onderdelen. De twee delen geen eiland, dus de vindplaats beslist. Op Laysan zelf kan een jonge laysanvink met zijn gestreepte kleed voor een uitheemse gors worden aangezien, maar op het eiland leven geen andere zangvogels. Op Midway is de soort in 1944 verdwenen; vogels daar vragen om zekerheid over de herkomst.

Leefgebied

Lage, vlakke zandeilanden zonder bos, begroeid met de inheemse polgrassen kawelu en met naupaka-struweel, kruiden en kruipende planten. Hij gebruikt het hele begroeide oppervlak van het eiland, nestelt in graspollen en komt naar de randen van zeevogelkolonies en naar de hypersaliene lagune van Laysan. Waterbronnen zijn er nauwelijks; hij dekt zijn vochtbehoefte uit voedsel.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Van nature alleen op Laysan, een eiland van ongeveer vierhonderd hectare. In 1967 zijn vogels overgebracht naar Pearl and Hermes Reef, waar populaties standhouden op Southeast Island en Grass Island; introducties op North Island en Seal-Kittery liepen voor 1998 af. Een introductie op Midway uit 1891 werd in 1944 door ratten weggevaagd, en op Eastern Island in Midway loopt inmiddels weer een monitoringsproject. De soort trekt niet en steekt zelfs tussen naburige eilandjes zelden over.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is opgebouwd uit twee lagen die uit een andere hoek komen: wélke seizoenskleur een staat, provincie of land krijgt is een oordeel over de soort; hóe donker die kleur is, volgt uit de waarnemingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gecorrigeerd voor de ongelijke verdeling van waarnemers. Wat de gegevens wel en niet dragen staat op de bronnenpagina. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Laysan en Pearl and Hermes Reef liggen in het Papahanaumokuakea Marine National Monument en zijn zonder vergunning niet te betreden, zodat waarnemingen in de praktijk beperkt blijven tot onderzoeksbezoeken. Wie daar komt, hoeft niet te zoeken: de vogels komen zelf naar het kamp. Let dan op het aandeel geel op kop en mantel, want daaraan zijn mannetje, vrouwtje en tweedejaars vogel uit elkaar te houden.

Staat van instandhouding

De soort geldt als kwetsbaar (VU). De stand schommelt sterk met regen en zaadaanbod: tussen 1968 en 1990 kwamen tellingen gemiddeld uit op ongeveer 11.000 vogels met een marge van zo'n 4000, in 1998 op bijna 10.000. In 1903 losgelaten konijnen vraten Laysan in twintig jaar kaal; de laysanhoningkruiper, de Laysan-vorm van de hawaiikarekiet en de laysanral verdwenen daarbij, terwijl de vink met minder dan honderd vogels standhield door aas en eieren te eten. Het konijn is in 1923 verwijderd en de stand herstelde zich, maar met blijvend verlaagde genetische variatie. De huidige knelpunten zijn zeespiegelstijging, die de lage eilandjes van Pearl and Hermes voor 2100 kan overspoelen, uitheemse planten, en het risico dat ratten met een schip aan land komen.

Wetenschappelijke naam

Telespiza cantans | Wilson, 1890

Scott Wilson beschreef de soort in 1890 als Telespyza cantans, en omdat ze in datzelfde geslacht is gebleven, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Telespiza is samengesteld uit het Griekse tele 'ver weg' en spiza 'vink', naar de afgelegen ligging van de eilanden. De soortnaam cantans is Latijn voor 'zingend'. Als typelocatie werd Midway opgegeven, maar dat berust op een vergissing: het exemplaar kwam van Laysan.