Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Palila
Palila | Loxioides bailleui
Palila | Palila de Hawái
De palila is een grote, zwaargesnavelde honingkruiper met een goudgele kop en borst en een grijze rug, die alleen nog op de westhelling van de Mauna Kea leeft. Hij eet vrijwel uitsluitend de onrijpe zaden van de mamane (Sophora chrysophylla, een inheemse Hawaïaanse boom met gele peulbloemen)-boom en deelt daarmee het lot van dat bos: sinds 1998 is de stand met meer dan negentig procent gedaald.
Geluid
De roep is een heldere, klokachtige fluittoon, vaak weergegeven als tsjie-klie-o of te-kliet, die ver draagt over het open mamane-bos. De zang is een langere reeks van fluitende, kwinkelerende en trillende notities, met tussendoor dezelfde klokkende roepen. Vogels roepen hoorbaar meer als er regen of mist tegen de helling opkruipt. Jongen bedelen met een aanhoudend, raspend geluid vanuit de kroon van een mamane.
Opname: Tim Burr — CC BY-NC-SA 3.0 · Waimea, Hawaii, Hawaii, United States · xeno-canto
Herkenning
Kop en borst zijn goudgeel, de rug is grijs, vleugels en staart groenig grijs en de buik is wit. De snavel is zwaar, donker en bol van vorm, meer die van een kruisbek dan van een honingkruiper. Het mannetje is feller geel en heeft een zwarte teugel tussen snavel en oog; het vrouwtje is doffer en iets kleiner. Met de snavel wrikt hij de peul van de mamane open en haalt er de onrijpe zaden uit, waarbij de lege peulen onder de boom vallen — een bruikbaar spoor. Hij zit vaak stil en rechtop in de kroon.
Verwarringssoorten
Binnen het mamane-bos is er geen inheemse soort met dezelfde combinatie van gele kop en zware snavel. De ingevoerde mozambiquesijs is veel kleiner, heeft een fijne snavel en een gele wenkbrauw op een groene kop. De gewone saffraangors is oranjegeel over het hele lichaam, zonder grijze rug. De hawaii-ʻamakihi is een derde van het formaat en heeft een dunne gebogen snavel. Verwarring met de Mexicaanse roodmus beperkt zich tot silhouet: die heeft rode in plaats van gele koptekening en een gestreepte flank.
Leefgebied
Droog bergbos van mamane en mamane met naio, tussen ongeveer 2000 en 2900 meter op de subalpiene helling van de Mauna Kea, afgewisseld met open grasvlakken, lavavelden en inheems struweel. Het hele levensonderhoud hangt aan de mamane: zaden, bloemen en knoppen als voedsel, de kroon als nestplaats en de rupsen van een inheemse bladroller uit dezelfde boom als eiwitbron voor de jongen. Naio-bessen en enkele andere vruchten vullen aan als de peulen ontbreken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Endemisch op het eiland Hawaï en tegenwoordig beperkt tot een strook op de west- en zuidwesthelling van de Mauna Kea, minder dan een tiende van het oude areaal. Subfossiele vondsten tonen aan dat de soort ook op Oʻahu en Kauaʻi voorkwam, en historisch leefde ze daarnaast op de Mauna Loa en de Hualalai. Het is een standvogel die binnen het bos verschuift met de bloei en de vruchtzetting van de mamane, wat in de loop van het jaar een hoogteverschuiving oplevert.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
De Palila Forest Discovery Trail aan de Mauna Kea Access Road, rond 2000 meter hoogte, is de vaste plek; ga in de eerste uren na zonsopgang, wanneer de vogels roepen en de wind nog laag is. Zoek eerst met het oor naar de klokkende roep en dan met het oog naar een zware, stilzittende vogel boven in een mamane. Verse, opengewrikte peulen onder een boom wijzen op recente aanwezigheid.
Staat van instandhouding
De soort staat als ernstig bedreigd (CR) op de Rode Lijst. De stand werd in 1997 op ongeveer 4400 vogels geschat; voor 2024 komt de puntschatting uit op 666 vogels, met een marge van 412 tot 970, en over 1998–2024 gaat het om een daling van meer dan negentig procent, gemiddeld ruim tweehonderd vogels per jaar. De kern van het probleem is het mamane-bos zelf, dat door verwilderde schapen, moeflons en geiten niet verjongt; daarnaast spelen droogte, bosbrand, verwilderde katten en ratten. In de zaak Palila v. Hawaii Department of Land and Natural Resources uit de jaren zeventig stond de vogel zelf als eiser genoemd; de uitspraak verplichtte de staat de verwilderde schapen en geiten uit het leefgebied te verwijderen en legde vast dat aantasting van leefgebied onder 'harm' in de Endangered Species Act (de Amerikaanse soortenbeschermingswet) valt. De hoefdieren zijn sindsdien teruggedrongen maar niet verdwenen.
Wetenschappelijke naam
Loxioides bailleui | Oustalet, 1877
Oustalet beschreef de soort in 1877 als Loxioïdes bailleui; omdat ze nog altijd in dat geslacht staat, blijven auteur en jaartal zonder haakjes. Loxioides betekent 'lijkend op Loxia', het geslacht van de kruisbekken, naar de zware snavelvorm; Loxia zelf komt van het Griekse loxos 'schuin, scheef'. De soortnaam eert Pierre Étienne Théodore Ballieu, de Franse consul in Honolulu die het beschreven exemplaar verzamelde. Palila is een oude Hawaïaanse vogelnaam die ook als persoonsnaam in de overlevering voorkomt; het exemplaar kwam van het eiland Hawaï.



