Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Mauipapegaaiensnavel
Mauipapegaaiensnavel | Pseudonestor xanthophrys
Maui Parrotbill | Pinzón Loro de Maui
De mauipapegaaiensnavel of kiwikiu is een olijfgroen-gele honingkruiper met een zware, haakvormige snavel waarmee hij takken en twijgen openbreekt om larven te bereiken. Hij leeft alleen nog in een strook nat bos op de loefzijde van de Haleakala op Maui en behoort met minder dan tweehonderd vogels tot de zeldzaamste zangvogels van Noord-Amerika.
Geluid
De roep is een korte tsjip, die om de paar seconden wordt herhaald terwijl de vogel door de takken werkt. De zang bestaat uit een reeks trage, volle tsjier-notities, lager en voller dan bij de andere honingkruipers van Maui, en uit een kortere variant die als tsjier-wie klinkt. Vaak is het houtgeluid het eerste wat opvalt: een hoorbaar kraken en splijten van twijgen.
Opname: Brooks Rownd — CC BY-NC-SA 3.0 · TNC Waikamoi Preserve, Maui County, Hawaii, United States · xeno-canto
Herkenning
Een gedrongen honingkruiper met een olijfgroene bovenzijde en gele wangen, borst en buik, met een heldergele wenkbrauwstreep boven een donkere teugel. Het kenmerk is de snavel: de bovensnavel is donkergrijs, hoog en sterk gehaakt, de ondersnavel bleek ivoorkleurig, recht en beiteltvormig, zodat boven- en ondersnavel duidelijk verschillend zijn. Mannetjes zijn groter en langvleugeliger dan vrouwtjes; vrouwtjes en jonge vogels zijn doffer geel.
Verwarringssoorten
De hawaii-ʻamakihi leeft in hetzelfde bos en is eveneens geelgroen, maar kleiner, met een dunne, gebogen snavel van gelijke helften en zonder de gele wenkbrauw. De ʻakiapolaʻau op het eiland Hawaï heeft een vergelijkbare bouw met ongelijke snavelhelften, maar een lange, sterk gebogen bovensnavel en een oranjegele kop; de twee soorten komen niet op hetzelfde eiland voor. De ingevoerde Japanse brilvogel heeft een witte oogring en een fijne, rechte snavel.
Leefgebied
Nat en vochtig bergbos met ʻohiʻa lehua, koa (Acacia koa, een inheemse Hawaïaanse boom) en een dichte onderlaag van olapa en kanawao, op de loefzijde van de Haleakala tussen ongeveer 1200 en 2150 meter. Hij zoekt voedsel in het hout: larven van kevers en rupsen uit dode takken, twijgen en koa-zaadpeulen. Historisch bewoonde de soort ook droog laaglandbos tot op tweehonderd à driehonderd meter en kwam ze op Molokaʻi voor.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het hele areaal beslaat nog ongeveer vijftig vierkante kilometer bos op de noordoostelijke helling van de Haleakala, vooral in het Hanawi Natural Area Reserve, het Waikamoi-reservaat en het aangrenzende Haleakala National Park. Subfossielen en negentiende-eeuwse vondsten laten zien dat de soort over heel Maui en op Molokaʻi leefde, ook in droog bos aan de lijzijde. De huidige verspreiding is daarmee minder dan een tiende van de oorspronkelijke.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
De soort is alleen te zien op begeleide tochten in de beheerde reservaten; vrij toegankelijk terrein is er nauwelijks. Luister naar het kraken van twijgen in de onderlaag en zoek daarna de vogel, die traag en systematisch langs een dode tak werkt, meer als een mees dan als een nectarvogel. De gele wenkbrauw en de zware haaksnavel zijn de kenmerken die van dichtbij uitsluitsel geven.
Staat van instandhouding
De soort staat als ernstig bedreigd (CR) op de Rode Lijst en is sinds 1967 federaal beschermd; recente schattingen komen op minder dan honderdvijftig volwassen vogels, met een sterke daling sinds 2001. Vogelmalaria door geïntroduceerde muggen, die met de opwarming steeds hoger komen, is de belangrijkste oorzaak; daarnaast zijn er aantasting van het bos door varkens en predatie door ratten en katten. Een kweekprogramma leverde jongen op, en in 2019 werden vogels uitgezet in het herstelde Nakula Natural Area Reserve aan de lijzijde, waar vrijwel alle uitgezette vogels aan malaria stierven. Sindsdien richt het beheer zich op muggenbestrijding met de Wolbachia-methode en op een reservepopulatie in dierentuinen.
Wetenschappelijke naam
Pseudonestor xanthophrys | Rothschild, 1893
Walter Rothschild beschreef de soort in 1893 als Pseudonestor xanthophrys, de naam die ze nog draagt; auteur en jaartal staan daarom zonder haakjes. Het geslacht Pseudonestor komt van het Griekse pseudos 'vals' en Nestor, het geslacht van de Nieuw-Zeelandse kea en kaka, naar de op een papegaai gelijkende snavel. De soortnaam xanthophrys is Grieks voor 'geelwenkbrauwig'. De Hawaïaanse naam kiwikiu is in 2010 gevormd uit kiwi 'gebogen', naar de snavel, en kiu 'teruggetrokken', dat ook op een koude wind slaat. Het beschreven exemplaar kwam van Maui.
