Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › ʻAkiapolaʻau
ʻAkiapolaʻau | Hemignathus wilsoni
ʻAkiapolaʻau | ʻAkiapolaʻau
De ʻakiapolaʻau heeft de meest ongelijke snavel van alle vogels: een lange, sterk gebogen bovensnavel boven een korte, rechte en beitelvormige ondersnavel. Hij hakt met de onderhelft gaten in de bast en vist met de bovenhelft de larven eruit, een werkwijze die op het eiland Hawaï de rol van een specht invult.
Geluid
Het mannetje zingt een luide, korte pit-er-ieu of een snelle, rollende warba-warba, die ver door het koa (Acacia koa, een inheemse Hawaïaanse boom)-bos draagt. Daarnaast zijn er een opklimmend fluitje, een kort gekwetter dat als tsjiedel-ie klinkt en een enkelvoudige, heldere swiet. Ook hier verraadt het kloppen in het hout de vogel vaak eerder dan de stem.
Opname: Paulo Ditzel — CC BY-NC-SA 4.0 · Hilo, Hawaii County, Hawaii, United States · xeno-canto
Herkenning
Een gedrongen honingkruiper met een oranjegele kop en borst, een geelgroene rug en een bleke, vuilwitte buik en staart; de poten zijn zwart. De snavel is kenmerkend: de bovenhelft is ongeveer twee keer zo lang als de onderhelft en buigt in een boog naar beneden, terwijl de ondersnavel recht en stomp blijft en bij het hakken tegen de bast wordt gezet. Vrouwtjes en jonge vogels zijn groener en minder oranje op de kop, met een kortere snavel.
Verwarringssoorten
De hawaii-ʻamakihi komt in hetzelfde bos voor en is geelgroen, maar kleiner en met een korte, gelijkmatig gebogen snavel van twee gelijke helften. De hawaiicreeper en de ʻakepa zijn kleiner, effener van kleur en hebben een rechte of licht gebogen korte snavel. De mauipapegaaiensnavel heeft eveneens ongelijke snavelhelften, maar een korte, zware haaksnavel en leeft alleen op Maui. De geïntroduceerde Japanse witoog heeft een witte oogring.
Leefgebied
Oud, ongestoord vochtig en nat bergbos met koa en ʻohiʻa lehua, tussen ongeveer 1300 en 2100 meter, waar muggen nog niet permanent voorkomen. Oude koa-bomen met dood hout leveren het voedsel: larven van kevers en motten uit stam, takken en twijgen. Aangeplante of jonge bosopstanden zonder dood hout worden gemeden; ook het aangrenzende, open koa-weideland wordt gebruikt zolang er oude bomen staan.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Endemisch op het eiland Hawaï, in enkele gescheiden restpopulaties: de grootste in het bos van Hamakua en Hakalau Forest National Wildlife Refuge op de oostflank van Mauna Kea, verder in het Kaudistrict op de zuidflank van Mauna Loa en in een klein gebied bij Kona. De populatie op de hogere hellingen van Mauna Kea, in het mamane (Sophora chrysophylla, een inheemse Hawaïaanse boom met gele peulbloemen)-naio-bos, verdween rond 2002. Een deel van de resterende kernen telt slechts enkele tientallen vogels, bij een totaal van rond de duizend à tweeduizend.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
De beste kans geeft Hakalau Forest, dat alleen op afspraak of met een gids toegankelijk is, en het openbare deel van het Puʻu ʻOʻo-pad langs de Saddle Road. Zoek in oude koa-bomen naar een vogel die met korte slagen op een dode tak klopt en dan stil is; de gebogen bovensnavel steekt bij zittende vogels als een dunne haak boven de snavelpunt uit.
Staat van instandhouding
De soort staat als bedreigd (EN) op de Rode Lijst en wordt sinds 1967 federaal beschermd. De aantallen dalen en het areaal is versnipperd; de sterk teruggelopen voortplanting, met meestal één jong per broedsel en een lange afhankelijkheid van de jongen, maakt herstel traag. Vogelmalaria en vogelpokken vormen de belangrijkste druk en schuiven met de opwarming naar boven op; daarnaast is het oude koa-bos door begrazing sterk teruggelopen en zijn geïntroduceerde ratten en katten predatoren. Het uitrasteren van vee en het herplanten van koa in Hakalau hebben plaatselijk bos teruggebracht.
Wetenschappelijke naam
Hemignathus wilsoni | (Rothschild, 1893)
Walter Rothschild beschreef de soort in 1893 als Heterorhynchus wilsoni; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hemignathus komt van het Griekse hemi 'half' en gnathos 'kaak', naar de ongelijke snavelhelften. De soortnaam wilsoni eert Scott Barchard Wilson, de Britse ornitholoog die de vogels van Hawaï beschreef. De Hawaïaanse naam ʻakiapolaʻau bevat aki 'happen, bijten'. De typelocatie wordt als Maui opgegeven, terwijl de soort daar niet voorkomt; de vindplaats van het type is dus onzeker.

