Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Nuttalls specht
Nuttalls specht | Dryobates nuttallii
Nuttall's Woodpecker | Carpintero de Nuttall
Nuttalls specht is de kleine zwart-witte specht van de Californische eikenbossen: een vogel met een fijn wit geladderde rug, een zwart gezicht met witte strepen en, bij het mannetje, een rode achterkruin. Buiten Californië komt hij alleen in het noordwesten van Baja California voor, zodat vrijwel de hele wereldpopulatie binnen één Amerikaanse staat leeft. Paren houden het hele jaar hetzelfde territorium aan en verraden zich eerder met hun roep dan met hun uiterlijk.
Geluid
Het meest gehoorde geluid is een kort, droog pitik of pit-it, vaak herhaald terwijl de vogel door een eik werkt, en daarnaast een metaalachtige, rollende ratel, een prrrrrt die langer aanhoudt en vooral bij ontmoetingen tussen buren klinkt. Bij opwinding volgt een hoger, klagend kwiek. Beide geslachten trommelen; de roffels zijn voor zo'n kleine specht lang, gemiddeld ruim een seconde, en klinken vooral van de late winter tot in het voorjaar. In dicht eikenloof is geluid vaak het eerste teken dat de soort aanwezig is.
Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · Corral Canyon Trail, Campo, San Diego County, California, United States · xeno-canto
Herkenning
Een kleine specht met een zwarte rug die over het onderste deel smal wit is gedwarsband, zodat een ladderpatroon ontstaat, terwijl het bovenste deel van de rug effen zwart blijft. De kop is overwegend zwart met een witte wenkbrauwstreep en een witte baardstreep, gescheiden door een brede zwarte wangstreep. De onderdelen zijn wit tot vuilwit, met zwarte vlekken op de borstzijden en zwarte bandjes op de flanken. Het mannetje heeft een rode achterkruin en nek, met een zwart, wit gestippeld voorhoofd; het vrouwtje heeft een geheel zwarte kruin. De buitenste staartpennen zijn wit met enkele zwarte bandjes.
Verwarringssoorten
De ladderspecht lijkt sterk op hem, maar heeft een rug die tot bovenaan wit gebandeerd is, een wittere kop met smallere zwarte strepen en een meer zandkleurige onderkant; bij het mannetje loopt het rood van de kruin verder naar voren door. De twee raken elkaar alleen aan de woestijnranden van Zuid-Californië en Baja California, waar zeldzame kruisingen bekend zijn. Donsspecht en haarspecht hebben een brede witte streep over het midden van de rug in plaats van dwarsbanden, en de eikelspecht heeft een effen zwarte rug en een zwart-wit-rood clownsgezicht.
Leefgebied
Eikenbos en open eikensavanne vormen zijn kerngebied, van de heuvels rond de Central Valley tot de kustketens. In het zuiden van zijn areaal, waar eiken schaarser zijn, woont hij meer in oeverbossen met wilgen, populieren en platanen en plaatselijk in chaparral, en verder in boomrijke voorsteden, parken en boomgaarden. Hij leeft van zeeniveau tot ongeveer 1250 meter, zelden tot 2000 meter. Hoewel hij in eikenbos woont, eet hij geen eikels: zijn voedsel bestaat uit kevers en hun larven, mieren en andere insecten van schors en twijgen, aangevuld met vlierbessen en bramen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Hij is vrijwel endemisch voor Californië en broedt van het noorden van de staat zuidwaarts, ten westen van de waterscheiding van de Sierra Nevada en van de woestijnen, tot in het noordwesten van Baja California in Mexico, waar hij tot ongeveer de omgeving van Ensenada voorkomt. Zijn areaal valt daarmee grotendeels samen met het mediterrane klimaatgebied van Californië. Het is een uitgesproken standvogel die ook in de winter in zijn territorium blijft; buiten het broedgebied wordt hij zelden gezien. Er worden geen ondersoorten onderscheiden.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in een eikenbos of langs een wilgenrijke beek in de Californische heuvels en luister naar het droge pitik en de ratel: die zijn veel eerder te horen dan de vogel te zien is. Hij foerageert graag aan de buitenkant van de kroon, hangt daarbij vaak zijwaarts of ondersteboven aan twijgen en werkt rond takken heen, wat voor een specht ongewoon is. Kijk bij een zittende vogel naar het bovenste deel van de rug: effen zwart wijst op Nuttalls specht, doorlopende dwarsbanden op de ladderspecht.
Staat van instandhouding
De IUCN rekent de soort tot niet bedreigd (LC). Partners in Flight schat de broedpopulatie op ongeveer 850.000 vogels, en volgens de Breeding Bird Survey namen de aantallen tussen 1966 en 2019 met bijna 0,8 procent per jaar toe. Door het kleine verspreidingsgebied en de binding aan eiken- en oeverbos blijft hij toch kwetsbaar: kap en bebouwing van eikenbos, het verdwijnen van oeverbegroeiing en sudden oak death — een ziekte die door de waterschimmel Phytophthora ramorum wordt veroorzaakt en in de kustbossen grote aantallen eiken doodt — gelden als de belangrijkste bedreigingen.
Wetenschappelijke naam
Dryobates nuttallii | (Gambel, 1843)
William Gambel beschreef de soort in 1843 als Picus nuttalii, naar vogels die hij 'bij de Pueblo de los Angeles' had verzameld; de typelocatie ligt daarmee in Los Angeles County, Californië. Omdat de soort sindsdien naar een ander geslacht is overgebracht, staan auteur en jaartal tussen haakjes; de oorspronkelijke spelling met één l is later verbeterd tot nuttallii. De soortnaam eert Thomas Nuttall (1786–1859), de Engelse botanicus en ornitholoog bij wie Gambel in de leer was geweest. Dryobates komt van het Griekse drus 'boom, eik' en batēs 'loper': een boomloper.


