Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Ross' gans
Ross' gans | Anser rossii
Ross's Goose | Ánsar de Ross
Ross' gans is de kleinste witte gans van Noord-Amerika, een verkleinde uitgave van de sneeuwgans met een kort, driehoekig snaveltje en een rond kopje. Rond 1950 broedde de hele wereldpopulatie nog op een handvol eilandjes in één meer in het centrale Arctisch Canada; nu telt de soort ruim een miljoen vogels en is het broedgebied ver naar het oosten uitgedijd.
Geluid
De roep is een zachte reeks kakelende en knorrende klanken, hoger en minder schor dan het geblaf van de sneeuwgans, en in een grote gemengde troep nauwelijks te onderscheiden tenzij de vogel dichtbij is. In de vlucht roepen troepen aanhoudend, een ijl, herhaald gekakel dat boven het zwaardere geluid van de sneeuwganzen om hem heen net hoger klinkt. Op de broedplaats is de soort stiller, met korte grommende contactroepjes tussen de partners.
Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · Vendel Road, Salton Sea NWR, Brawley, Imperial County, California, United States · xeno-canto
Herkenning
Een kleine, gedrongen witte gans met zwarte handpennen, een rond hoofd met de ogen dicht bij de snavelbasis en een kort, driehoekig snaveltje zonder de zwarte 'grijnslijn' van de sneeuwgans. Bij oudere mannetjes ontwikkelt zich aan de snavelbasis een blauwgrijze wratachtige verdikking. Poten en snavel zijn roze tot rood. Een zeldzame blauwe kleurvorm, met een donkergrijs lichaam en wit hoofd, komt voor maar is bij deze soort veel zeldzamer dan bij de sneeuwgans. Juveniele vogels zijn vuilgrijs op kop en nek, maar duidelijk witter dan jonge sneeuwganzen.
Verwarringssoorten
De sneeuwgans is verreweg het grootste verwarringsrisico: groter, met een lange, geleidelijk aflopende snavel met een duidelijke zwarte grijnslijn langs de snavelrand, een langere hals en een platter voorhoofd. De twee soorten mengen zich vrijwel overal en kruisen af en toe, wat tussenvormen oplevert die zich naar geen van beide met zekerheid laten noemen. De keizergans heeft een geheel ander, blauwgrijs geschubd verenkleed en is nooit met Ross' gans te verwarren.
Leefgebied
Hij broedt op vlakke Arctische toendra met een mengeling van grasland en lage dwergstruweel van berk en wilg, met een sterke voorkeur voor eilandjes in ondiepe toendrameren, waar poolvossen moeilijker bij het nest kunnen komen. Op trek en in de winter zoekt hij ondiepe meren, zoetwatermoerassen, onder water gezette stoppelvelden en akkerland, meestal in gezelschap van sneeuwganzen. Zout water speelt in zijn jaar nauwelijks een rol.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt van oudsher rond de Queen Maud-golf in het centrale Arctisch Canada, met het zwaartepunt bij de Perry River; het broedgebied is de laatste decennia sterk uitgebreid, oostwaarts tot voorbij Hudsonbaai. Op trek volgt de hoofdmoot een smalle route via Alberta en Montana naar het zuiden. De winter werd van oudsher grotendeels doorgebracht in de Central Valley van Californië; sinds enkele decennia overwinteren groeiende aantallen ook in New Mexico en verder oostwaarts, in Texas, tussen de veel grotere troepen sneeuwganzen.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem middenin een grote troep sneeuwganzen: let op een net iets kleinere, ronde vogel met een kort snaveltje en een zachtere gezichtsuitdrukking. De Central Valley van Californië en de Bosque del Apache in New Mexico zijn in de winter allebei plekken waar de twee soorten broederlijk naast elkaar grazen en het verschil te oefenen is.
Staat van instandhouding
Rond het midden van de twintigste eeuw was de wereldpopulatie teruggevallen tot enkele duizenden vogels, na decennia van jacht op een soort met één enkele bekende broedkolonie. Bescherming van die kolonie en een verbod op de jacht lieten de aantallen herstellen tot ruim een miljoen, en de soort is nu niet bedreigd (LC), volop talrijk en groeiend. Op sommige broedplaatsen, waar Ross' gans en sneeuwgans samen in grote aantallen broeden, tast de begrazing inmiddels de toendravegetatie zelf aan.
Wetenschappelijke naam
Anser rossii | Cassin, 1861
Cassin beschreef de soort in 1861 als Anser Rossii, al direct in het huidige geslacht; er staan dus geen haakjes om auteur en jaartal. Het geslacht Anser werd in 1760 ingevoerd door Brisson; anser is Latijn voor 'gans'. Lange tijd, en in Noord-Amerika tot 2017, werd de soort tot het aparte geslacht Chen gerekend, samen met de sneeuwgans; DNA-onderzoek bracht beide terug bij Anser. De soortnaam eert Bernard Rogan Ross, een functionaris van de Hudson's Bay Company bij het Grote Slavenmeer, die exemplaren naar Cassin in Philadelphia stuurde.




