Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Keizergans
Keizergans | Anser canagicus
Emperor Goose | Ánsar emperador
De keizergans is de meest zeegebonden gans van Noord-Amerika: een compacte, blauwgrijze vogel met een fijn geschubd verenkleed, een wit koppetje dat vaak roestbruin is aangeslagen, en opvallend oranje poten. Zijn hele leven speelt zich af binnen een smalle strook van de Beringzeekust, van de toendra van westelijk Alaska tot de rotskusten van de Aleoeten.
Geluid
De roep is een luid, muzikaal kla-ha, kla-ha, kla-ha, lager en voller dan het geblaf van de sneeuwgans en met een schallende, bijna schreeuwende inslag. Een troep op het wad houdt een constant, gakkend geroezemoes aan, dat bij verstoring aanzwelt tot een koor van rauwe kreten. In de vlucht klinkt de roep korter en dringender, vaak vanaf grote hoogte al te horen voordat de troep in zicht komt.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een gedrongen gans met een korte hals, een klein rozeachtig snaveltje en een opvallend kleurenschema: het lichaam is blauwgrijs met elke veer scherp zwart-wit gerand, wat op afstand een geschubd patroon geeft. De kop en het achterhoofd zijn wit, vaak roestbruin aangeslagen door ijzerhoudend water en modder, met een zwarte keel en voorhals die als een baard afsteekt tegen het witte hoofd. De poten zijn feloranje, feller dan bij enige andere gans in deze gids. Juveniele vogels zijn dof grijsbruin met een donkere kop en missen het scherpe kopcontrast van de volwassen vogel tot in hun eerste winter.
Verwarringssoorten
Van geen andere Noord-Amerikaanse gans is het verenkleed zo geschubd en zo blauwgrijs, wat verwarring met de overwegend witte sneeuwgans of Ross' gans nauwelijks mogelijk maakt zodra het lichaam goed te zien is. Een jonge keizergans met een dof, grauw verenkleed en zonder wit hoofd kan op afstand voor een jonge sneeuwgans van de blauwe kleurvorm worden aangezien, maar de veel kortere hals, de gedrongen bouw en de oranje poten van de keizergans blijven het verschil maken.
Leefgebied
Hij broedt op laaggelegen, natte kusttoendra binnen enkele kilometers van zee, met een voorkeur voor slenken en geulen die door het getij worden beïnvloed. Buiten de broedtijd is hij bijna geheel marien: rotskusten, wadplaten en beschutte baaien langs de Aleoeten, waar hij mossels, andere schelpdieren en zeewier van de bodem plukt. Zoetwater en akkerland, waar de meeste andere ganzen op overwinteren, gebruikt hij nauwelijks.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt langs de kust van westelijk Alaska, met het zwaartepunt op de Yukon-Kuskokwimdelta, en in kleiner aantal aan de andere kant van de Beringzee, op het noordoosten van Siberië. Vrijwel de gehele populatie overwintert op de Aleoeten en het schiereiland van Alaska, waar troepen zich verzamelen op de rotskusten en wadplaten. Zeldzame dwaalgasten bereiken in de herfst Oregon en Californië, maar dat blijft uitzonderlijk. Het is daarmee de meest plaatsgebonden gans van het continent: broed- en overwinteringsgebied liggen nog geen duizend kilometer uit elkaar.
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem op de rotskusten en wadplaten van de Aleoeten en het Alaska-schiereiland in de winter, waar troepen tussen de kelp en langs de waterlijn naar schelpdieren zoeken. Het geschubde patroon is van dichtbij het scherpst te zien op een rustende vogel in laag ochtendlicht, wanneer elke veerrand apart oplicht.
Staat van instandhouding
De aantallen daalden tussen de jaren vijftig en tachtig van de vorige eeuw sterk door zowel sportjacht als traditionele vangst in het voorjaar op de broedplaatsen; in 1986 werd de jacht in de Verenigde Staten gesloten. Sindsdien is de populatie langzaam hersteld, maar ze blijft ruim onder het niveau van voor de daling en wordt nauwlettend gevolgd. Olievervuiling langs de smalle winterkust van de Aleoeten blijft de belangrijkste bedreiging, juist omdat vrijwel de hele wereldpopulatie daar samenkomt.
Wetenschappelijke naam
Anser canagicus | (Sevastianov, 1802)
Sevastianov beschreef de soort in 1802 als Anas Canagica, bij de eenden; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anser werd in 1760 ingevoerd door Brisson; anser is Latijn voor 'gans'. De soortnaam verwijst naar Kanaga, een van de Aleoeten, waar het typemateriaal vandaan kwam, uit de tijd dat Rusland de eilanden bezette. De Engelse naam 'Emperor Goose' verwijst naar het geschubde, bijna gepantserde verenkleed, dat aan een ceremonieel gewaad doet denken.




