Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Schoorsteengierzwaluw
Schoorsteengierzwaluw | Chaetura pelagica
Chimney Swift | Vencejo de chimenea
Een roetgrijze sigaar op sikkelvleugels, zonder één kenmerk om aan vast te houden, die van zonsopgang tot schemer boven de stad rondzwiert en nooit ergens gaat zitten waar iemand hem ziet zitten. Hij bracht zijn nest van holle bomen in oud bos over naar de schoorstenen van de bewoonde wereld, en verdwijnt nu met die schoorstenen weer: in ruim vijftig jaar is bijna driekwart van de vogels verdwenen.
Geluid
Een droog, hoog geratel: een snelle reeks harde tsjik-noten die aan het eind versnelt en in elkaar overloopt, vaak van twee of drie vogels tegelijk. Zang in eigenlijke zin heeft hij niet; dit geratel dient als contactroep en klinkt de hele dag boven straten en daken. Je hoort hem bijna altijd eerder dan je hem ziet, want het geluid komt recht van boven. Bij een slaapschoorsteen zwelt het tegen zonsondergang aan tot een aanhoudend geruis van honderden vogels tegelijk.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · Portneuf (near Grondines), Capitale-Nationale, Québec, Canada · xeno-canto
Herkenning
Roetbruin tot donkergrijs over het hele lichaam, met een iets lichtere keel die alleen bij goed licht opvalt; man, vrouw en jonge vogel zien er gelijk uit. Het silhouet is dat van een sigaar met een paar lange, smalle, gebogen vleugels; de staart is kort en recht afgesneden en spreidt zich alleen in een bocht. De vleugelslag is stijf, snel en flikkerend, afgewisseld met korte glijvluchten op vlakke vleugels, en het lijkt of de vleugels om beurten slaan — een gezichtsbedrog. Hij gaat niet op een tak of een draad zitten maar hangt verticaal aan een ruwe wand, vastgeklemd met vier naar voren gerichte tenen en gestut door staartveren waarvan de schachten als stekels uitsteken.
Verwarringssoorten
De Vaux' gierzwaluw (Chaetura vauxi) van het westen is kleiner en lichter, vooral op keel en stuit, en de broedgebieden raken elkaar nauwelijks. De zwarte gierzwaluw (Cypseloides niger) is fors groter, met een tragere slag en een licht gevorkte staart; de bonte gierzwaluw (Aeronautes saxatalis) is scherp zwart-wit getekend en niet te verwarren zodra je hem goed ziet. Zwaluwen vliegen anders: de purperzwaluw en de boerenzwaluw hebben een soepeler slag, houden de vleugels in de glijvlucht iets omhoog en dragen een duidelijk gevorkte of ingesneden staart. Blijft alleen het silhouet over, dan geldt: een gierzwaluw heeft geen staart om over te praten en een zwaluw wel.
Leefgebied
Hij broedt waar schoorstenen staan: in oude stadswijken, dorpen, schoolgebouwen en fabrieken van het oosten van Noord-Amerika. Gejaagd wordt er hoger en boven alles door elkaar — daken, parken, bos, rivieren en meren — want zijn voedsel is wat er op dat moment in de lucht zweeft. Vóór de gemetselde schoorsteen nestelde hij in holle, afgestorven reuzen in oud bos, en in het zuiden van zijn gebied gebeurt dat nog een enkele keer. Wat hij nodig heeft is een donkere verticale koker met een ruwe wand en een open bovenkant.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Zomervogel van het oosten van Noord-Amerika, van de Golfkust en Florida tot in Zuid-Canada, met de westgrens ongeveer op de honderdste meridiaan. Hij overwintert in het Amazonebekken van Peru en de landen daaromheen — ver buiten het gidsgebied, zodat de zuidelijke helft van zijn jaar er niet op staat. Waar hij die maanden bleef was tot 1944 onbekend; toen kwamen dertien ringen boven water die bewoners van de Yanayacu in Oost-Peru hadden verzameld. De trek loopt over de Golfkust, Oost-Mexico, Midden-Amerika, Cuba en de Bahama's, en valt in het najaar samen met de grote slaapgezelschappen in schoorstenen.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in de laatste week van september of de eerste van oktober bij zonsondergang naar een oude, hoge, gemetselde schoorsteen — van een school, een kerk, een leegstaande fabriek — en wacht tot het licht bijna weg is. De vogels verzamelen zich eerst hoog in een losse wolk, draaien steeds strakker samen en storten er ten slotte als een draaikolk in, soms enkele duizenden in een kwartier. Overdag vind je hem het snelst op het geratel boven je hoofd: kijk dan recht omhoog.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (VU). De soort telt naar schatting 8,8 miljoen vogels en gaat sinds 1966 met ongeveer 2,3 procent per jaar achteruit, samen bijna driekwart van het oorspronkelijke aantal; in Canada geldt hij als bedreigd. De oorzaak ligt bij de nestplaats: oude gemetselde schoorstenen worden gesloopt, nieuwe zijn van glad metaal of te nauw, en ongebruikte worden afgedekt om vogels buiten te houden. Daarbij komt dat vegen in het broedseizoen nesten en jongen vernietigt. Kunstmatige nesttorens en het openhouden van bestaande schoorstenen zijn de gangbare maatregelen.
Wetenschappelijke naam
Chaetura pelagica | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de vogel in 1758 als Hirundo pelagica, bij de zwaluwen; omdat hij later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chaetura werd in 1826 ingevoerd door Stephens, uit het Griekse khaite 'lang haar' en oura 'staart', naar de stekels waarin de staartveren eindigen. pelagica is Latijn voor 'van de open zee', een naam die niet bij de vogel past en waarvan de aanleiding onduidelijk is. Als typelocatie geldt Amerika, nader bepaald als South Carolina.




