Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Scotts troepiaal
Scotts troepiaal | Icterus parisorum
Scott's Oriole | Turpial de Scott
Scotts troepiaal is de troepiaal van de yucca- en agavehellingen van het aride zuidwesten. Het mannetje is zwart op kop, borst en rug en citroengeel op buik, stuit en staartbasis. In de Verenigde Staten is hij zomervogel; het hele jaar rond komt hij voor in een groot deel van Mexico.
Geluid
De zang is een korte reeks heldere, fluitende tonen, afgewisseld met notities die snel in toonhoogte verspringen; de reeks duurt twee tot drie seconden en wordt vanaf een hoge yuccastengel of een top van een jeneverbes herhaald. Beide geslachten zingen, dat van het vrouwtje met minder verschillende notities. De roep is een nasaal, herhaald tsjuk, en daarnaast een zachter nasaal geluid tussen partners. Vroeg in de ochtend, ver voor zonsopgang, zingt het mannetje al.
Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · Madera Canyon, Santa Rita Lodge, Santa Cruz County, Arizona, United States · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje heeft een zwarte kop, keel, borst, rug en schouders; buik, stuit en onderstaartdekveren zijn citroengeel. De vleugel is zwart met een gele schoudervlek en een witte vleugelstreep over de toppen van de grote dekveren. De staart is zwart met een gele basis en witte toppen. Het vrouwtje is olijfgrijs van boven met donkere streping, olijfgeel van onderen, met twee witte vleugelstrepen; veel vrouwtjes hebben een zwarte kin en keel. De snavel is recht en spits, met een grijsblauwe basis.
Verwarringssoorten
Waglers troepiaal (Icterus wagleri) heeft een oranjegele in plaats van citroengele buik, zwarte onderstaartdekveren en geen witte vleugelstreep. De Altamiratroepiaal en Bullocks troepiaal hebben een oranje tot oranjegele buik en een zwart masker of zwarte kruin, maar nooit een volledig zwarte rug én borst. De maskertroepiaal heeft een zwarte rug maar een oranje stuit en kop. Vrouwtjes van Scotts troepiaal zijn aan de olijfgele, niet oranje tint en de vaak zwart doorlopende keel te scheiden van vrouwtjes van Bullocks troepiaal.
Leefgebied
Droge hellingen en hoogvlakten tussen ruwweg 300 en 3000 meter, met yucca, agave, sotol en ocotillo, en daarnaast pinyon-jeneverbesbos (pinyon: laaggroeiende den van de droge zuidwestelijke bergvoeten), open dennen-eikenbos en droog struweel langs de bosrand. Het nest wordt vaak in een yucca gebouwd en van de vezels van diezelfde plant geweven. In Mexico gebruikt hij in de winter ook tropisch loofbos in de lager gelegen dalen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het broedgebied in de Verenigde Staten loopt van Zuid-Californië en Zuid-Nevada over Zuid-Utah, Arizona en New Mexico naar West-Texas, met een uitloper in Zuidwest-Colorado. Deze vogels trekken in augustus en de eerste helft van september weg en keren in april terug. In Mexico is de soort standvogel op het schiereiland Neder-Californië Sur en op de hoogvlakte van Sinaloa en Nuevo León tot de lijn Jalisco–Puebla; de overwinteraars uit het noorden komen daar bovenop, en ook langs de westkust en in Guerrero en Oaxaca. Buiten het areaal zijn er losse waarnemingen tot in Minnesota en New York.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem tussen eind april en juni op een helling met bloeiende yucca's: het mannetje zingt dan vanaf de hoogste stengel en is over honderden meters te horen. Het zwart-gele patroon is bij tegenlicht onbruikbaar; let dan op het contrast tussen de donkere voorkant en de lichte stuit als de vogel wegvliegt.
Staat van instandhouding
De wereldpopulatie wordt geschat op ongeveer vier miljoen volwassen vogels en de soort staat als niet bedreigd (LC) te boek, maar de trend is dalend. In de Verenigde Staten is hij nergens talrijk. De belangrijkste factor is het verdwijnen van yucca- en agavevegetatie door begrazing, woningbouw in de woestijnrand en veranderende brandregimes; waar die planten blijven staan, blijft ook de soort.
Wetenschappelijke naam
Icterus parisorum | Bonaparte, 1838
Bonaparte beschreef de soort in 1838 als Icterus Parisorum; hij bleef in hetzelfde geslacht staan, daarom staan auteur en jaartal zonder haakjes. Icterus komt van het Griekse ikteros, de naam voor een geelgekleurde vogel waarvan de aanblik volgens de klassieke schrijvers geelzucht zou genezen. De soortnaam parisorum is een tweede naamval meervoud: 'van de gebroeders Paris', twee Franse handelaren die natuurhistorische expedities naar Mexico bekostigden. De Engelse en Nederlandse naam gaan terug op generaal Winfield Scott, aan wie Darius N. Couch de soort opdroeg zonder te weten dat Bonaparte hem al had beschreven.




