Alle soorten › Steltloperachtigen › Alken › Scripps' alk

Scripps' alk | Synthliboramphus scrippsi

Scripps's Murrelet | Mérgulo de Scripps

Scripps' alk is het kleine zwart-witte alkje van de Californische Channel Islands: overdag onzichtbaar in een rotsspleet, 's nachts luidruchtig, en de rest van het jaar in paartjes op zee. Zijn kuikens verlaten het nest twee dagen na het uitkomen, springen in het donker van de klif in zee en zwemmen met de ouders het open water op. Tot 2012 gold hij samen met Xantus' alk als één soort; sindsdien worden de twee in de indeling apart gehouden.

Scripps' alk (Synthliboramphus scrippsi)
Foto: Greg Schechter — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep bij de kolonie is een luide, snelle reeks van zes tot acht gelijkmatig verdeelde sie-tonen op dezelfde hoogte, een geluid dat aan de duifzeekoet doet denken en dat over het water ver draagt. Daartussendoor klinken korte tsjip-notities en dunne fluitjes, waarmee partners elkaar op het water bij het eiland aanroepen. Alles gebeurt na zonsondergang: overdag is de vogel stom, en ook op volle zee hoor je hem zelden. Het waren onder meer deze roepen die anders bleken te klinken dan die van Xantus' alk.

Luister: RoepXC950134

Opname: Matthew L. Brady — CC BY-NC-SA 4.0 · Crespi Knoll Seamount, United States · xeno-canto

Herkenning

Een klein alkje met een klein hoofd, een dunne spitse zwarte snavel, zwarte bovendelen en helderwitte onderdelen; de poten zijn blauwgrijs. In vers kleed heeft het zwart van rug en vleugels een blauwgrijze glans, dat later in het seizoen dof bruinig verkleurt. Het zwart van de kap loopt tot op ooghoogte en niet lager, zodat het donkere oog in het zwart ligt; boven en onder het oog staat een klein wit sikkeltje. De ondervleugel is helemaal wit — bij het opvliegen een duidelijke witte flits. Man en vrouw zijn gelijk; de winterse vogel is iets grijzer op de bovendelen, en jonge vogels hebben verspreide donkere dwarsstreepjes op de flanken.

Verwarrings­soorten

Craveri's alk (Synthliboramphus craveri) lijkt het meest op hem: die heeft een grauwe ondervleugel in plaats van een witte, een donkere halve kraag op de borstzijden en zwart dat tot onder het oog doorloopt. Xantus' alk (S. hypoleucus) heeft meer wit vóór en boven het oog, zodat het oog daar in een wit veld staat in plaats van in de zwarte kap. Een marmeralk in winterkleed lijkt op afstand ook zwart-wit, maar heeft een witte halsring en een witte streep op de schouder en is gedrongener van bouw. Bij een opvliegende vogel is de ondervleugel te zien, en die scheidt de twee soorten die op het water nauwelijks uit elkaar te houden zijn.

Leefgebied

Hij broedt op eilanden met steile kliffen en rotshellingen, waar hij twee eieren legt in een spleet, een hol onder een rotsblok of onder een dichte struik; een nest bouwt hij niet. Voedsel zoekt hij op zee, deels boven het continentaal plat en deels daar ver voorbij, in het warme water van de Californiastroom. De kust zelf en de baaien mijdt hij, en land betreedt hij alleen in het donker. Op de broedeilanden is een dichte laag lage struiken belangrijk: die dekt de spleten af en houdt meeuwen op afstand.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

De broedkolonies liggen op de Californische Channel Islands — Santa Barbara Island heeft de grootste — en op de eilanden voor het noordwesten van Neder-Californië, van de Coronado-eilanden tot de San Benito-eilanden. Voor Zuid-Californië zijn de vogels vooral van maart tot juni te zien; daarna trekken ze naar het noorden, in sommige jaren tot in de wateren voor Oregon en Washington. Waar ze precies overwinteren is nog steeds slecht bekend, doordat ze de winter op open zee doorbrengen. Op de San Benito-eilanden broedt hij naast Xantus' alk zonder dat de twee zich noemenswaardig vermengen.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

In Noord-Amerika is hij te zien tijdens een dagtocht van Ventura of Oxnard naar Santa Barbara Island in april of mei: dan drijven de paartjes overdag rond het eiland en laten ze de boot vaak dichtbij komen. Kijk naar twee vogels bij elkaar op glad water, niet naar een groep — deze alk vliegt zelden in troepen. Wie ze wil determineren moet op de ondervleugel wachten en niet op de kopstreping afgaan.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie wordt geschat op vijftien- tot dertigduizend vogels en neemt af; de IUCN noemt de soort kwetsbaar (VU). Ingevoerde ratten en hertmuizen roven eieren, olie uit de scheepvaart naar Los Angeles is een blijvend risico, en warmer zeewater verschuift het voedsel. Nadat in 2001 en 2002 de ratten van Anacapa Island waren verwijderd, steeg het broedsucces daar sterk — het duidelijkste bewijs dat aan deze bedreiging iets te doen valt.

Wetenschappelijke naam

Synthliboramphus scrippsi | (Green; Arnold, 1939)

Green en Arnold publiceerden de naam in 1939 als Endomychura hypoleuca scrippsi, dus als ondersoort van Xantus' alk; omdat de vorm sindsdien in een ander geslacht staat, komen auteur en jaartal tussen haakjes. De geslachtsnaam Synthliboramphus is gevormd uit het Griekse sunthlibo, 'samendrukken', en rhamphos, 'snavel'. Het epitheton scrippsi is een gelatiniseerde persoonsnaam, Scripps, uit de kring rond de Californische zeeonderzoekers van La Jolla; een aparte typelocatie is voor deze naam niet vastgelegd in de bron die deze gids volgt. Pas in 2012 werd de vorm van ondersoort tot soort verheven, op grond van het uitblijven van kruising op de San Benito-eilanden en van verschillen in gezichtstekening, snavelvorm, roep en erfelijk materiaal.