Alle soorten › Steltloperachtigen › Alken › Xantus' alk
Xantus' alk | Synthliboramphus hypoleucus
Guadalupe Murrelet | Mérgulo de Guadalupe
Xantus' alk broedt op maar twee eilandgroepen ter wereld — Guadalupe en de San Benito-eilanden voor Baja California — en is daarmee een van de kleinst verspreide zeevogels van Noord-Amerika. Hij leeft verder van de kust dan welke andere alk van deze kust ook: paartjes drijven alleen of met z'n tweeën boven diep water, ver buiten het zicht van land. Sinds 2012 wordt hij als eigen soort geteld, los van Scripps' alk, waarmee hij daarvoor onder één naam ging.
Geluid
Op zee zwijgt hij vrijwel altijd; wie hem daar hoort, hoort hooguit een kort, hoog piepje tussen twee vogels van hetzelfde paar. Bij de kolonie is hij 's nachts wel luidruchtig, met hoge fluitjes, piepende sie-sie-sie-reeksen en een zacht, snel gebabbel waarmee partners elkaar boven het geraas van de branding vinden. Overdag houden de vogels zich stil in hun spleet, want geluid trekt meeuwen en uilen. Juist die roepen bleken bij nader onderzoek anders dan die van Scripps' alk, en dat was een van de argumenten om de twee als aparte soorten te tellen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een klein, keurig zwart-wit alkje met een klein hoofd, een dunne spitse zwarte snavel en blauwgrijze poten. De bovendelen zijn zwart met bij vers verenkleed een blauwgrijze waas; kin, keel, borst en buik zijn helderwit, en die scheiding loopt scherp langs de kopzijde. Het wit van het gezicht reikt tot vóór en boven het oog, zodat het donkere oog in een wit veld ligt in plaats van in de zwarte kap te verdwijnen — het kenmerk waaraan hij te herkennen is. De ondervleugel is helderwit, wat bij het opvliegen als een korte flits te zien is. Man en vrouw zijn gelijk en er is nauwelijks seizoensverschil; jonge vogels lijken op de oudervogels maar hebben een kortere snavel en wat donkere vlekjes op de flanken.
Verwarringssoorten
Scripps' alk (Synthliboramphus scrippsi) is de enige echte verwarringssoort: bij die vogel houdt het wit van het gezicht onder het oog op, zodat het oog in de zwarte kap ligt, terwijl het bij Xantus' alk in een wit veld staat. Craveri's alk (S. craveri) heeft een grauwe in plaats van witte ondervleugel, een donkere halve kraag op de borstzijden, en zwart dat tot onder het oog doorloopt. Een marmeralk in winterkleed is zwart-wit maar heeft een witte halsring en een witte schouderstreep en komt hier nauwelijks voor. Op zee gaat het bijna altijd om de vraag hoeveel wit er vóór het oog zit; heb je alleen de vlucht gezien, dan is de vogel meestal niet op naam te brengen.
Leefgebied
Buiten de broedtijd is hij een vogel van de open oceaan, verder uit de kust dan de andere alken van deze wateren en vaak voorbij de rand van het continentaal plat. Broeden doet hij op steile, rotsige eilanden: in spleten, holen onder rotsblokken en onder dichte struiken op hellingen boven zee, altijd verborgen. Hij mijdt kustwateren, baaien en havens, en aan land komt hij uitsluitend in het donker. Zijn eilanden zijn droog en boomloos; de begroeiing die hij nodig heeft is niet meer dan een lage struik om een spleet mee af te dekken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het broedareaal is klein: Isla Guadalupe, ruim tweehonderd kilometer uit de kust van Baja California, en de San Benito-eilanden dichter bij land. Na het broedseizoen waaieren de vogels over zee uit, noordwaarts tot in de wateren voor Noord-Californië, maar altijd ver uit de kust. Op de San Benito-eilanden broedt hij naast Scripps' alk zonder dat er noemenswaardig kruising optreedt; die vaststelling gaf in 2012 mede de doorslag om de twee vormen taxonomisch uit elkaar te halen. Op Guadalupe zelf zijn kolonies verdwenen in de tijd dat het eiland vol geiten en katten zat.
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Alleen te zien vanaf een boot, en dan het liefst op een meerdaagse pelagische tocht ver buiten de Californische Kanaaleilanden, van augustus tot oktober. Vaar met een verrekijker klaar en let op paartjes die pal van de boot af wegvliegen in plaats van weg te duiken. Neem een foto als het kan: het verschil met Scripps' alk zit in millimeters wit rond het oog en is achteraf op het scherm vaak makkelijker te beoordelen dan op het deinende dek.
Staat van instandhouding
De soort staat als bedreigd op de Rode Lijst: er zijn maar enkele duizenden vogels, vrijwel allemaal op twee eilandgroepen, en de aantallen dalen. Ingevoerde katten en ratten hebben op Guadalupe zware schade aangericht, en omdat de hele populatie zo dicht bij de drukke scheepvaartroutes naar Los Angeles ligt, zou één olieramp een groot deel ervan kunnen treffen. Op de San Benito-eilanden zijn de ingevoerde roofdieren verwijderd en herstelt het broedsucces zich; op Guadalupe loopt het beheer nog.
Wetenschappelijke naam
Synthliboramphus hypoleucus | (Xántus, 1860)
János Xántus beschreef de soort in 1860 als Brachyrhamphus hypoleucus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De geslachtsnaam Synthliboramphus gaat terug op het Griekse sunthlibo, 'samendrukken', en rhamphos, 'snavel'. Het epitheton hypoleucus komt van hupo, 'onder', en leukos, 'wit': wit aan de onderzijde. Het typeexemplaar werd verzameld bij Cape St. Lucas, de zuidpunt van Baja California, waar Xántus als Hongaars balling in Amerikaanse dienst jarenlang vogels verzamelde. De Engelse en Spaanse naam verwijzen naar Isla Guadalupe, het eiland waar het zwaartepunt van de soort ligt.

