Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Sprinkhaangors

Sprinkhaangors | Ammodramus savannarum

Grasshopper Sparrow | Chingolo saltamontes

De sprinkhaangors is een kleine, kortstaartige grasvogel met een platte kop en een voor het formaat grote snavel. Hij dankt zijn naam aan de ijle, insectachtige zang en aan het aandeel sprinkhanen in het zomerdieet. Buiten de zangperiode loopt hij weg door het gras in plaats van op te vliegen, waardoor hij in bezet terrein vaak over het hoofd wordt gezien.

Sprinkhaangors (Ammodramus savannarum)
Foto: USFWS Mountain Prairie — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit twee korte, ijle aanzetnoten gevolgd door een hoge, droge triller die het geluid van een veldsprinkhaan nabootst; hij ligt zo hoog dat hij voor veel oren wegvalt. Daarnaast zingen mannetjes een langere, borrelende reeks met wisselende toonhoogte, meestal in de schemering en bij het aanleggen van het territorium. De roep is een kort, hoog tik. Zingen gebeurt vanaf een grasstengel, een distel of prikkeldraad, vaak met trillende vleugels.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1177492

Opname: Jeff Stewart — CC BY-NC-SA 4.0 · Cavan-Monaghan (near Millbrook), Peterborough County, Ontario, Canada · xeno-canto

Herkenning

De kop is plat met een donkere kruin waar een lichte middenstreep doorheen loopt, en er zit een oranjegele vlek tussen oog en snavel en meestal ook op de vleugelbocht. De onderdelen zijn ongestreept: een beige borst met witte buik. De rug is gevlekt in tinten van zand, zwart en kastanjebruin. De staart is kort en spits, de snavel groot en bleek, en er is een smalle witte oogring. Jonge vogels hebben wél fijne streepjes op de borst.

Verwarrings­soorten

De henslowgors heeft een olijfgroene kop, een zwaardere snavel en duidelijke zwarte streepjes op een beige borst. De bairdgors heeft een okergele middenstreep over de kruin en een halsketting van fijne donkere streepjes over de borst. Lecontes gors is feller oranjebeige op gezicht en borst, met een grijze oorstreek en streping op de flanken. De savannahgors is langer van staart en duidelijk gestreept op borst en flanken. De ongestreepte, beige borst plus de gele teugelvlek van de sprinkhaangors is de combinatie die de knoop doorhakt.

Leefgebied

Open grasland met een gevarieerde structuur: hoge dode grasbossen om het nest in te verbergen en kale plekken ertussen om op de grond insecten te zoeken. Prairie, hooiland, extensieve weide, oude akkers en herstelde graslanden; opslag van struiken en bomen maakt een terrein ongeschikt. In de winter overwegend grasvelden met dezelfde open bodem, omdat de zaden dan van de grond worden geraapt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt van Zuid-Canada door vrijwel de hele Verenigde Staten met uitzondering van de droogste woestijnen, met de hoogste dichtheden op de prairies. De oostelijke vogels trekken duizenden kilometers naar de Golfkust en Midden-Amerika, terwijl westelijke populaties kortere afstanden afleggen. In Florida, op de Grote Antillen en in Midden-Amerika van Belize tot Nicaragua leven standvogelpopulaties. In Noord- en Midden-Mexico is hij vooral wintergast.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in mei en juni in een groot, kruidenrijk grasveld en scan de toppen van de hoogste stengels en het prikkeldraad: een zingend mannetje zit vaak minutenlang op dezelfde post. Neem er de tijd voor, want de triller ligt zo hoog dat je hem pas oppikt als je erop let. Achter de zangpost om lopen heeft weinig zin; de vogel loopt dan door het gras weg.

Staat van instandhouding

De IUCN houdt de soort wereldwijd op niet bedreigd (LC), maar de State of the Birds (het tweejaarlijkse Noord-Amerikaanse statusrapport) van 2022 rapporteert een langjarige afname van 2,13 procent per jaar over het hele areaal. Het verlies van grasland aan akkerbouw en de opmars van struiken en bomen in niet meer beheerd grasland zijn de belangrijkste oorzaken. De Floridaanse ondersoort is ernstig bedreigd: in 2017 werden nog vijftien broedparen geteld, in 2022 ongeveer 120 vogels na jaren van kweek en uitzetting. Matige begrazing en een brandcyclus van twee tot drie jaar houden broedterrein geschikt.

Wetenschappelijke naam

Ammodramus savannarum | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Fringilla savannarum; door de plaatsing in een ander geslacht staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ammodramus komt van het Griekse ammos 'zand' en dramein 'lopen', dus 'zandloper' in de zin van hardloper over kale grond. De soortnaam savannarum is gelatiniseerd voor 'van de savannen'. Het beschreven exemplaar kwam uit Jamaica, waar de soort standvogel is.