Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Texaanse koningstiran

Texaanse koningstiran | Tyrannus couchii

Couch's Kingbird | Tirano Cuír

De Texaanse koningstiran is de gele koningstiran van het lagere Rio Grande-dal en de Golfkust van Oost-Mexico. Uiterlijk is hij nauwelijks van de tropische koningstiran te scheiden; de roep is dat wel.

Texaanse koningstiran (Tyrannus couchii)
Foto: lwolfartist — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een enkel, nasaal kip en een oplopende reeks kip-kip-kip-brieer, waarbij de laatste noot schurend afzakt. Het geluid is lager, ruwer en meer gevarieerd in toonhoogte dan de tinkelende triller van de tropische koningstiran. Daarnaast klinkt een langgerekt, klagend brieer dat vaak vanuit een boomtop wordt herhaald. In het broedseizoen begint het roepen ruim voor zonsopgang.

Luister: ZangXC404720

Opname: Jacob R. Saucier — CC BY-NC-SA 4.0 · Texas: Kinney County; Brackettville, Fort Clark, United States · xeno-canto

Herkenning

Een forse tiran met een grote kop, een rechte, zware snavel en een lange, ingekeepte staart. De kop is bleekgrijs met een iets donkerder oorstreek, de keel wit; de rug is grijsgroen met een duidelijke groene zweem. De borst is olijfgroen en gaat over in een heldergele buik. De vleugels en staart zijn donkerbruin, zonder wit in de buitenste staartpennen. In de kruin zit een verborgen oranje vlek.

Verwarrings­soorten

De tropische koningstiran lijkt het meest op deze soort en is met zekerheid alleen op geluid te scheiden: kip-kip-brieer (nasaal, schurend) tegenover pip-pip-pirrrr (tinkelend). Aanvullend, maar niet sluitend: de Texaanse koningstiran heeft een kortere snavel en een groenere rug, de tropische een langere snavel en een grijsbruinere rug. De Arkansaskoningstiran heeft witte buitenste staartpennen die in de vlucht opvallen, en een uitgebreider grijs op de borst. Cassins koningstiran heeft een donkerder grijze kop, rug en borst, een witte kinvlek en een witte eindzoom aan de staart — kenmerken die de Texaanse koningstiran alle mist. De grote kiskadie heeft een zwart-wit gestreepte kop en roodbruine vleugels.

Leefgebied

Bosrand en halfopen bos met randen en open plekken: doornbos met hogere bomen, oeverbos langs rivieren en kreken, boomgaarden en citrusaanplant, en ruim opgezette buitenwijken en dorpen met hoge bomen. Hij zit meer in bos dan de tropische koningstiran, die het open landschap gebruikt. Nabijheid van water is een terugkerend element in de terreinkeuze.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het areaal loopt van Zuid-Texas — het lagere Rio Grande-dal en de kuststreek noordwaarts tot ruwweg Corpus Christi — langs de Golfkust van Oost-Mexico door Tamaulipas, Nuevo León, San Luis Potosí, Veracruz en Tabasco tot op het schiereiland Yucatán, en verder tot Belize en Noord-Guatemala. In vrijwel het hele areaal is hij standvogel; alleen aan de noordrand in Texas trekt een deel van de vogels in de winter een stuk zuidwaarts, waarbij groepen van tientallen vogels zijn gezien. Buiten het areaal zijn er dwaalgasten tot in het oosten van de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem het hele jaar in het lagere Rio Grande-dal, bijvoorbeeld bij Santa Ana en Bentsen-Rio Grande Valley: hij zit hoog en in het zicht op een dode tak of een draad. Wacht op de roep voordat je hem noteert; een zwijgende gele koningstiran in Zuid-Texas blijft in de winter onbepaald, omdat de tropische koningstiran daar ook voorkomt.

Staat van instandhouding

De soort is niet bedreigd (LC). Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de wereldpopulatie op ongeveer 1,1 miljoen broedvogels en geeft de soort 10 van 20 op de Continental Concern Score (de Noord-Amerikaanse zorgscore van 1 tot 20), een lage zorgcategorie. In de Verenigde Staten namen de aantallen tussen 1966 en 2015 sterk toe en breidde het areaal zich in de afgelopen halve eeuw noordwaarts uit. In Mexico schommelen de aantallen plaatselijk door verstedelijking en ontbossing.

Wetenschappelijke naam

Tyrannus couchii | Baird, 1858

Spencer Fullerton Baird beschreef de soort in 1858 als Tyrannus couchii, naar exemplaren uit Nuevo León in Noordoost-Mexico; auteur en jaartal staan zonder haakjes omdat het geslacht niet is gewijzigd. Tyrannus is Latijn voor 'alleenheerser' of 'koning'. De soortnaam eert Darius Nash Couch (1822–1897), officier in het Amerikaanse leger, die in 1853 op eigen kosten in Noordoost-Mexico verzamelde en het materiaal aan Baird overdroeg. Lang werd de soort als ondersoort van de tropische koningstiran beschouwd; de scheiding berust vooral op het verschil in roep.