Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Grijze koningstiran
Grijze koningstiran | Tyrannus dominicensis
Gray Kingbird | Tirano Gris
De grijze koningstiran is de enige koningstiran van het gebied zonder enig geel in het verenkleed: grijs van boven, wit van onderen, met een zware zwarte snavel en een donker masker. Hij hoort bij de kust — mangroverand, dorpen en palmen van Florida en de Caraïben — en laat zich het gemakkelijkst vinden op een draad of een kale tak boven open terrein.
Geluid
De roep is een luid, rollend pi-tir-rie, vaak drie- of viermaal herhaald en met klem op de laatste lettergreep. Dat geluid leverde de soort op verschillende eilanden onomatopeïsche namen op, zoals pitirre en petchary. Bij het vestigen van een territorium en bij het verzamelen op de slaapplaats aan het eind van de dag roept hij aanhoudend; het is een van de opvallendste vogelgeluiden van de Antilliaanse kustdorpen.
Opname: Rosa Elena Albornoz @rosaelena_naturaleza — CC0 · San Antonio De Los Altos (near Parroquia Macarao), Los Salias, Miranda, Venezuela · xeno-canto
Herkenning
Een grote tiran met een grote kop, een rechte, zware snavel en een tamelijk lange, ingekeepte staart. De bovendelen zijn effen grijs, de vleugels en staart donkerder grijsbruin, de onderdelen wit met een grijze waas over de borst. Door het oog loopt een donker masker dat de bleke kop doorsnijdt. Een oranje kruinvlek is verborgen en zelden zichtbaar. Jonge vogels hebben bruinere bovendelen met kaneelkleurige zomen op de vleugeldekveren, stuit en staart.
Verwarringssoorten
Geen andere koningstiran van het gebied is van onderen zuiver wit: de tropische, texaanse, cassins en westelijke koningstiran hebben alle een gele buik, en de diksnavelkoningstiran heeft ten minste een vage gele waas op de flanken. De oostelijke koningstiran is eveneens grijs en wit, maar heeft een zwarte kruin, een veel kleinere snavel en een rechte zwarte staart met een brede witte eindband; de grijze koningstiran heeft een ingekeepte staart zonder wit en een fors zwaardere snavel. De diksnavelkoningstiran heeft een donkerbruine kop en een nog zwaardere snavel, maar geen scherp afgetekend masker.
Leefgebied
Kustlandschap: mangroverand, kwelders, estuaria en lagunes, kustdorpen en steden met palmen, tuinen en parken, en savanne met verspreide bomen. In Florida zat hij vroeger vrijwel alleen aan de kust, maar hij trekt tegenwoordig ook verder landinwaarts, onder meer in open dennenbos en landbouwgebied. In het winterkwartier gebruikt hij daarnaast open plekken in regenwoud en dalen en steden in de Andes-uitlopers.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Hij broedt aan de kust van het zuidoosten van de Verenigde Staten — het zwaartepunt ligt in Florida, met kleinere aantallen langs de kust van Georgia, South Carolina, North Carolina, Alabama, Mississippi en Louisiana — en op vrijwel alle eilanden van de Bahama's, de Grote Antillen, de Kaaimaneilanden en Turks- en Caicoseilanden. De noordelijke populaties verlaten het broedgebied in september en oktober en overwinteren aan de Caribische kust van Midden-Amerika en in Noord-Zuid-Amerika, waaronder Colombia, Venezuela en de benedenwindse eilanden. Buiten het areaal is hij een geregelde dwaalgast langs de Atlantische kust tot in New England.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De beste periode is april tot augustus in de Florida Keys en langs de Golfkust van Florida: zoek langs een kustweg met draden en let op de combinatie van een zeer zware snavel en een volledig ongele onderzijde. Waar oostelijke en grijze koningstiran samen voorkomen, is de staart beslissend: een brede witte eindband betekent oostelijke, een ingekeepte staart zonder wit betekent grijze.
Staat van instandhouding
Partners in Flight schat de wereldpopulatie op ongeveer 670.000 broedvogels en geeft de soort 12 van 20 op de Continental Concern Score, wat een lage zorgcategorie is. In Zuidoost-Florida gaan de aantallen plaatselijk achteruit doordat kustbebouwing broedgebied inneemt. Orkanen, bestrijdingsmiddelen en zeespiegelstijging worden genoemd als de belangrijkste drukfactoren voor de eiland- en kustpopulaties.
Wetenschappelijke naam
Tyrannus dominicensis | (Gmelin, 1788)
Gmelin beschreef de soort in 1788 als Lanius Tyrannus dominicensis; omdat ze later naar het geslacht Tyrannus werd verplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Tyrannus is Latijn voor 'alleenheerser' of 'koning', naar de verborgen kruinvlek en het verjagen van grotere vogels bij het nest. De soortnaam dominicensis verwijst naar Santo Domingo, de oude naam voor het eiland Hispaniola, waar het beschreven exemplaar vandaan kwam.





